Menu

De vredesbeweging en Wereldoorlog I - Van anti-oorlogsstakingen tot revoluties

Artikelindex

Van anti-oorlogsstakingen tot revoluties

Het groeiende verzet tegen de oorlog en de kapitalistische orde lagen aan de basis van de Russische revolutie van 1917. Meteen daarna trok de jonge Russische Sovjetrepubliek zich – deels noodgedwongen – terug uit de oorlog door de Vrede van Brest-Litovsk (maart 1918) te sluiten met de Centrale mogendheden. Het revolutionaire elan kreeg ook Oostenrijk en vooral Duitsland in zijn greep. De bevolking was oorlogsmoe. Op 19 januari 1918 werd Wenen getroffen door een algemene staking. Op 28 januari 1918 kwamen 100.000 arbeiders in Berlijn op straat om een einde aan de oorlog te eisen. Onder leiding van de Onafhankelijke Socialisten (USPD) en de 'Spartakisten' (Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht en Clara Zetkin) kwam het tot een grote anti-oorlogsstaking met als epicentrum de Berlijnse munitie- en metaalfabrieken waar zo'n 400.000 arbeiders aan deelnamen. De meeste pamfletten waren van de hand van Rosa Luxemburg, buiten gesmokkeld uit de gevangenis waar ze al sinds juni 1916 zat. Meestal ondertekende ze haar pamfletten met de slogan “Vrede! Vrijheid! Brood'”. De Berlijnse stakingsbeweging kreeg navolging in andere Duitse steden zoals Düsseldorf, Kiel, Keulen en Hamburg. De Duitse regering en het leger reageerden met een staat van beleg op 31 januari. De stakingsleiders werden gevangengezet en tienduizenden arbeiders werden naar het front gestuurd.