Menu

De vredesbeweging en Wereldoorlog I - Het front

Artikelindex

Het front

Ook aan het front tekenden zich haarden van verzet tegen de oorlog af o.m. op de zogenaamde Kerstbestanden. Op Kerstavond 1914 begonnen Duitse troepen hun loopgraven rond Ieper te versieren, plaatsten ze kaarsen en zongen ze kerstliederen. Vanuit de Britse loopgraven werd daarop geantwoord met kerstgroeten. Het kwam tot ontmoetingen in niemandsland en het uitwisselen van allerlei cadeautjes zoals voedsel, tabak en alcohol. Er vond zelfs een voetbalwedstrijd plaats die naar verluidt door de Duitsers werd gewonnen. Die nacht stopte de artillerie met haar beschietingen.

De geallieerde en Duitse opperbevelhebbers reageerden furieus en beschouwden de kerstbestanden als een vorm van muiterij en hoogverraad. Ondanks de dreigementen van officieren kwamen er het jaar daarop, in 1915, opnieuw kerstbestanden met taferelen van verbroedering. In de herfst van 1916 dreigde de legerleiding met standrechtelijke executies en beschietingen van de eigen troepen indien ze zich vriendschappelijk met de vijand zouden inlaten.

De pers handhaafde aanvankelijk een embargo op het nieuws over de kerstbestanden. Dat werd voor het eerst doorbroken in The New York Times op oudejaarsavond. Pas dan volgde er voorzichtig positieve berichtgeving in enkele Britse kranten. Maar in Duitsland was de toon in de kranten over de kerstbestanden behoorlijk negatief en in Frankrijk zorgde de censuur er voor dat er weinig over te lezen viel.

De reactie van de legerleiding, politici en heel wat media was ongemeen fel, omdat de acties van het voetvolk aan het front de bestaande 'oorlogsorde' behoorlijk dreigden te ondergraven. In de late oorlogsjaren waarde bovendien de geest van de revolutie door de loopgraven en groeide het verzet tegen de waanzin van de oorlog.