Menu

De vredesbeweging en Wereldoorlog I - De revolutionaire anti-oorlogsbeweging

Artikelindex

De revolutionaire anti-oorlogsbeweging

De belangrijkste of meest bedreigende oppositie tegen de oorlog kwam uit socialistische en syndicalistische middens. De oorlog betekende voor hen dat arbeiders zich zouden laten doden voor een oorlog van hun bazen en de kapitalistische belangen. Vanaf het eind van de negentiende eeuw hield de Tweede Internationale een reeks van congressen waar het antimilitarisme steevast een belangrijk thema zou blijken. Op het Congres van Stuttgart in 1907 stelde Gustave Hervé (die zich later tot het nationaalsocialisme zou bekeren) voor dat de Internationale tot de staking moest oproepen wanneer een oorlog uitbrak. Volgens de Duitse sociaaldemocraat August Bebel was het militarisme het product van kapitalisme. De val van het kapitalistische systeem was noodzakelijk om oorlog te elimineren. Maar het onderscheid dat hij maakte tussen 'defensieve' en 'offensieve' oorlogen zou later de splijtzwam blijken van de Tweede Internationale. Vladimir Lenin, Rosa Luxemburg en Clara Zetkin voerden de radicale vleugel aan die vonden dat de arbeidersbeweging de oorlog hoe dan ook moesten aangrijpen om de val van het kapitalisme te bespoedigen. Ze haalden hun slag thuis. Hoewel op het buitengewoon (vredes)Congres van Basel (1912) nog eensgezind de 'oorlog aan de oorlog' werd geproclameerd, zouden belangrijke afdelingen van de Tweede Internationale bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog de oorlogspolitiek van hun regeringen steunen. De Duitse SPD die op 25 juli 1914 nog een oproep verspreidde om tegen de aankomende oorlog te betogen, zou bij het uitbreken ervan op 4 augustus de oorlogskredieten stemmen. De Franse Section Française de l'Internationale Ouvrière (SFIO) gebruikte evenzeer het argument van de 'verdedigingsoorlog' om de oorlogskredieten te stemmen. Jean Jaurès, een van de partijleiders, hield enkele dagen daarvoor nochtans een vurig pleidooi tegen de oorlog in de partijkrant L'Humanité. Een jonge nationalist vermoordde hem diezelfde dag, op 31 juli, in een Parijs café. De breuk binnen de Tweede Internationale kwam er tijdens de Conferentie in Zimmerwald (Zwitserland, 5 tot 8 september). Deze conferentie kwam er op initiatief van de Italiaanse Socialistische Partij die alle socialistische partijen en arbeidersbewegingen die achter de klassenstrijd stonden en tegen de oorlog waren, opriep om deel te nemen. Het finale manifest was van de hand van Leon Trotsky en Robert Grimm waarin de imperialistische doelen en karakteristieken van de oorlog werden veroordeeld. Het riep de arbeiders van alle landen op om een burgeroorlog te starten tegen de kapitalistische klasse in plaats van deel te nemen aan de 'imperialistische slachtpartij'. Maar de 'centristen' gingen niet akkoord met de revolutionaire onderdelen van het manifest. De radicale vleugel die onder leiding stond van Lenin richtte na de oorlog de Derde Internationale op.