Menu

50 jaar statuut gewetensbezwaren tegen militaire dienst in België

50 jaar statuut gewetensbezwaren tegen militaire dienst in België

 50 jaar statuut gewetensbezwaren tegen militaire dienst in België: de lange strijd voor de erkenning van een mensenrecht. Op 3 juni 1964 ondertekende koning Boudewijn de wet die het statuut van gewetensbezwaren tegen de militaire dienstplicht regelde. Een maand eerder, op 6 mei 1964, had de Kamer, na lange parlementaire debatten, de uiteindelijke tekst goedgekeurd.



Eindelijk, jaren later dan landen zoals Groot- Brittannië (1916) en Denemarken (1919), en na jarenlange inspanningen, die voor sommigen ook gevangenisstraffen betekenden, had België een wetgeving die het jongeren van het mannelijk geslacht mogelijk maakte om op volstrekt legale manier legerdienst te weigeren op basis van gewetensbezwaren.

Tijdens het interbellum had België al proces-sen voor militaire rechtbanken gekend tegen jonge mannen die legerdienst weigerden: we herinneren aan de Vlaams-nationalistische activist Berten Fermont en de Franstaligen Marcel Dieu en Léo Campion. De zaak tegen deze twee laatsten werd in 1933 verdedigd door advocaat Paul-Henri Spaak, de latere be- kende staatsman. In 1963 was er ook de zaak van de drie priesters die door hun weigering om gehoor te geven aan een wederoproepings-bevel, de stemming van de wet in een stroomversnelling brachten.

Maar de grote pionier van de wetgeving in België is zonder enige twijfel Jean Van Lierde. Hij verbleef in totaal 18 maanden in de gevangenis en werd verplicht als mijnwerker te gaan werken in Bois du Cazier in Marcinelle. Onvermoeibaar bleef hij zich inzetten voor een wettelijke basis voor dienstweigering en later voor de verbetering van het statuut.

De gewetensbezwaarden werden eerst geconfronteerd met een burgerdienst die meer dan twaalf maanden langer duurde dan de toenmalige legerdienst. Bovendien konden ze hun burgerdienst alleen bij de Civiele Bescherming vervullen. Pas vanaf 1969 werd het hen mogelijk gemaakt ook burgerdienst te doen bij medische diensten, sociale en culturele open- bare diensten en organisaties van de civiele samenleving. Dit werd in een wettelijk kader gegoten door de wet van 1975. Zowat 30.000 jongeren hebben deze burgerdienst volbracht. Voor velen onder hen was dit een positieve ervaring, maar ook voor de organisaties die hen tewerkstelden, was hun bijdrage een goede zaak. Zo is er het voorbeeld van Oxfam-Wereld- winkels die dankzij de gewetensbezwaarden hun netwerk hebben kunnen uitbouwen. Sinds 1974 konden gewetensbezwaarden ook vorming volgen over burgerschap en geweldloze weerbaarheid.

Naast de burgerdienst bestonden er ook nog twee andere alternatieven voor leger- dienstweigering. Zo was er enerzijds de niet- gewapende legerdienst, waarbij de milicien zijn dienst vervulde in de medische dienst van het leger of bij ondersteunende diensten. Anderzijds kon men ook weigeren in te gaan op een wederoproeping: sinds 1969 bestond de mogelijkheid om na het vervullen van de legerdienst, maar nog voor de eerste wederoproeping, gebruik te maken van het ‘statuut van gewetensbezwaarde na legerdienst’.

Met het einde van de dienstplicht in België in 1994 is ook de mogelijkheid weggevallen om een beroep te doen op het statuut van gewetensbezwaarde. Toch is het raadzaam om waakzaam te blijven. De legerdienst is immers alleen maar ‘opgeschort’. Bovendien weerhoudt niets jonge mensen ervan om gewetensbezwaren te hebben tegen eventuele voorbereidingen voor een nieuw gewapend conflict in het geval van mobilisatie. Ook tegen de deelname aan bewapeningsinspanningen moeten mensen zich op basis van hun geweten kunnen verzetten zonder dat dit verzet hun sociale rechten zou aantasten, zeker hun recht op werkloosheids- vergoeding. Daarom wordt nu gewerkt aan het opstarten van een register van gewetensbezwaarden, beheerd door de vredesbeweging.

Ondertussen is het recht op gewetensbezwaren erkend in de meeste Europese landen en maakt het deel uit van de fundamentele mensenrechten van de Europese wetgeving, zowel binnen het EU-Verdrag van Lissabon als in het ruimer kader van de Raad van Europa.
Op deze pagina’s: een selectie van affiches over gewetensbezwaren uit de collectie van Amsab-ISG. Deze werden ook getoond in de tentoonstelling ’50 jaar statuut gewetensbezwaren’ die plaatshad in de hoofdstedelijke bibliotheek in het Muntpunt.

SAM BIESEMANS,

ondervoorzitter van het Europees Bureau Gewetensbezwaren

Met vriendelijke toestemming overgenomen uit BROOD & ROZEN 2015-4 / 63-71