Menu

Desertie tussen individualisering, de civiele samenleving, macht en markt


de militaire geschiedenis vanuit het perspectief van het weglopen

Omheen de deserteur hing lange tijd een vreemde stilte.  De militaire geschiedschrijving hield zich enkel bezig met de soldaat die vocht of die op zijn minst ter beschikking stond en niet zomaar wegliep. Deze stilte is van relatief recente datum, want in de 18e eeuw nog was de desertie een druk besproken onderwerp.  Maar toen verstomde het discours, en wel te beginnen bij de deserteur zelf.   Waarom ?

Read more...

Zuid-Korea: Myunglin Moon in afwachting van zijn gevangenstraf

Zuid-Korea heeft een bevolking van 50 miljoen inwoners en onderhoudt een leger van 685.000 mannen en vrouwen.  Het land heeft het vijfde grootste leger ter wereld.  Voor alle mannen geldt dienstplicht.  De duur van de militaire dienst is 21 tot 24 maanden en er bestaat geen recht op gewetensbezwaar.  Gewetensbezwaarden worden als deserteurs beschouwd en veroordeeld tot 18 maanden gevangenis en krijgen nadien te maken met ernstige discriminatie in de samenleving.  Pas na het ontstaan ​​van een politieke gewetensbezwaardenbeweging in 2000 en de eerste openbare niet-religieuze dienstweigeraars kwam er buitenlandse belangstelling.  Momenteel zitten meer dan duizend ‘deserteurs’ in Zuid-Korea in de gevangenis.


Myungjin Moon is actief in de NGO 'World Without War’.  Hij zet zijn redenen uiteen om tegen het dragen van wapens te zijn.

De redenen voor mijn bezwaar tegen wapens :

1.  Naar de gevangenis gaan in plaats van naar het leger is een van de meest cruciale kwesties in mijn leven.  Er is niet één moment waarop ik gekozen heb om militaire dienst te weigeren, noch is het gemakkelijk om mijn beweegredenen in eenvoudige bewoordingen uit te leggen.  Eén ding is zeker.  Het viel me steeds moeilijker om als soldaat wapens te moeten opnemen.  Daarom wil hierna in het kort mijn denkproces beschrijven dat me ertoe bracht om ​​gewetensbezwaarde te worden.  
Ik begon over de staat, het leger en oorlog na te denken, toen de door de VS geleide oorlog tegen Irak losbrak in 2003.  En na protesten tegen het besluit van de Koreaanse regering om ook troepen naar Irak te sturen, vroeg ik me af wat onder ‘het nationaal belang' verstaan wordt.  Over wie gaat dat ‘nationaal belang’ ?  Er ontstond een spanning binnen mijn eigen gedachten en overtuigingen. Ik identificeerde me met ‘de staat’ en ik stelde me (nog) geen vragen bij het Koreaanse gezegde dat iedereen in het schoolsysteem onderwezen krijgt :  “De fysieke kracht van het individu is de kracht van de natie”.  Ik begon te beseffen dat de ‘echte wereld’ ver verwijderd stond van wat ik erover had geleerd en wat ik dacht hoe ze was.  Dit besef kwam tot stand na het geweld van de politie tegen demonstranten te hebben meegemaakt.  Ik was er altijd van uitgegaan dat de politie 'voorstanders van gerechtigheid' waren.  
Ik voelde me steviger en had helderder gedachten hebben over mijn gewetensbezwaren, toen ik me inzette voor het protest tegen de uitbreiding van een Amerikaanse militaire basis in Pyeongtaek in 2006.  De dorpelingen wilden kunnen werk op het land waarop zij waren opgegroeid.  Maar de  overheid stuurde het leger en de oproerpolitie op hen af om hen te verdrijven.  In de vroege ochtend van 4 mei zag ik met mijn eigen ogen het meedogenloze geweld van leger en politie, toen ze eraan begonnen om het verzet van de dorpelingen en de demonstranten te kraken.  Mensen reageerden net zo heftig terug, of verstijfden bij het zien van zoveel staatsgeweld.  Op dat moment was ik aan de ene kant voorbereid om op een geweldloze manier terug te vechten en te proberen niet zo’n duivel te worden als zij; maar aan de andere kant voelde ik een oerangst bij het zien van ‘mijn’ strijdkrachten die ​​voor de nationale veiligheid moeten instaan en hier de aanval op hun eigen medeburgers inzetten als waren zij hij vijanden.
Voor mij is het leger dé plek waar geïnternaliseerd is om een ​​mens niet meer als mens te zien.  Ik werd getekend door het geweld van de oproerpolitie en de strijdkrachten, door de kaarlichtwake tegen de invoer van Amerikaans rundvlees dat besmet was met de gekkekoeienziekte en door nog een andere gedwongen ontruiming die de levens van zes mensen in Yongsan kostte.  Ik vroeg me af hoe zoveel geweld van een mens tegen een andere mogelijk is.  Ik heb geprobeerd om te begrijpen hoe iemand een raket kan afvuren naar een plek waar zich mensen zoals hij/zij zich bevinden, terwijl ik naar de oorlog in Irak en Afghanistan op de televisie keek.  Mijn conclusie was dat je een geweer enkel kan richten, indien je de ander niet ziet als iemand met dezelfde gevoelens en behoeften als jijzelf.  Het werd me duidelijk dat om deel uit te maken van de krijgsmacht, ik me moest leren gedragen als een robot, die bestaat om gemobiliseerd te worden en te gehoorzamen aan het staatsbelang.

2.  In afwachting van de dag dat ik (misschien) in de gevangenis beland, denk ik aan de kinderen die ik ontmoette tijdens mijn lesstage.  Het was leuk te ervaren om te beseffen dat ik er voor hen toe deed.  Ze wilden mijn handen vasthouden om samen naar de kantine te lopen en vroegen om naast me te mogen zitten tijdens de maaltijd.  Het deed me plezier om steen-papier-schaar met hen te spelen, een brief te krijgen met een bedanking dat ik een pennenzak had opgeraapt die op de grond was gevallen, en kinderen te horen vertellen dat ze zoals ik voor leerkracht wilde studeren. Ik wilde me bewust inleven in de vreugde en de pijn van elk kind.
Aan de universiteit studeerde ik pedagogie en ging ik me vragen stellen over de aard van het onderwijs en hoe groei en ontwikkeling bij de mens in zijn werk gaat.  Zo kwam ik ertoe na te denken over hoe ik mijn leven leef, en wat ik op dit moment het meest waardeer.  Ook al was het maar een onderwijsstage van een maand, werd het me duidelijk dat het doel van onderwijs is om te leren hoe elkaar lief te hebben.  Er zullen altijd conflicten zijn, en toch geloof ik dat we onszelf kunnen leren kennen door de omvang en de grenzen van het zelf te scheiden van de conflicten, en verbindingen met elkaar te ontwikkelen.
Ik begrijp 'veiligheid' als een pek waar mensen kunnen leven en zich veilig voelen.  Het draagt ​​niet bij tot ‘veiligheid’ om andere mensen als minder dan menselijk te beschouwen, en dodingsvaardigheden te trainen.  Ik wil me niet als een soldaat voorstellen die geacht wordt bij te dragen aan de nationale veiligheid en gevoelens van angst en vijandigheid moet kweken tegen wat 'de vijand’ wordt genoemd. Ik wil geen deel hebben aan het mechanisme waarmee het militarisme - en de hiërarchische en door mannen gedomineerde cultuur waaraan ik onderworpen ben -, het individuele geweten verwaarloost, en zo heerst en groeit met als enig bestaansrecht zijn militaire macht.

3.  Ik herinner me een bezoek aan de Democratische Volksrepubliek Laos vorige maand voor de eerste bijeenkomst van staten die betrokken zijn bij het Verdrag inzake clustermunitie.  In Laos verliest gemiddeld één persoon per dag zijn/haar leven als gevolg van niet-ontplofte clusterbommunitie.  Dit betekent dat miljoenen clusters die de VS gedurende de Indochina-oorlog dropte, nog steeds het leven van inwoners bepaalt.  Custermunitie wordt door de internationale gemeenschap als een ‘onmenselijk wapen’ gezien, maar de Zuid-Koreaanse regering beweert nog steeds nood te hebben aan clusterbommen “in het belang van de nationale veiligheid”.  Ondertussen maken Zuid-Koreaanse bedrijven zoals Hanwha en Poongsan winst met de productie en export van clustermunitie.
De regering maakt zich sterk dat ze een hardere houding moet aannemen tegen Noord-Korea na de incidenten rond het Yeonpyeong eiland.  Op hetzelfde moment verschijnen er artikels in de pers die het MLRS (Multiple Launch Rocket System), de trots van de Koreaanse strijdkrachten, aanprijzen.  Het is echter niet de Noord-Koreaanse artillerie maar iemands leven en onze menselijkheid die worden verwoest door de Zuid-Koreaanse MLRS-artillerie.  Niet Noord-Korea alleen moet worden bekritiseerd, maar ook Zuid-Korea moet de verantwoordelijkheid voor de huidige staat van verhoogde spanning accepteren.  In het Zuiden vielen er verschillende doden tijdens de militaire conflicten, maar zo zijn er zeker ook mensen gewond of gedood in het noorden.  Hoe meer we angst en vijandigheid tegen elkaar ontwikkelen, hoe meer tranen er zullen vloeien over de slachtoffers van geweld.
Niemand verdient te worden gedood.  Zowel Zuid-Korea als de omringende landen moeten ermee stoppen altijd maar meer geld uit te geven aan oorlog.  Slechts enkelen uit de heersende klasse en de wapenindustrie halen profijt uit het opdrijven van vijandigheid en het aanjagen van de bewapeningswedloop.  Geweld leidt tot een vicieuze cirkel van meer vergelding en meer geweld.  Mijn dienstweigering is zowel de minste als de beste houding die ik tegen deze vicieuze cirkel van geweld kan aannemen.

4.  Dankzij mijn bezwaar tegen militaire dienst ben ik nu beter in staat om te reflecteren over mijn manier van leven, over feminisme en pacifisme.  Dank zij de mensen van ‘World without War’ werd ik vegetariër en begon ik te fietsen.  Ik denk er nu over na om op een manier te leven waarbij ik minder verdien, minder verbruik en zo weinig schade berokken aan de aarde.  Hoe ik nu ben, is heel erg beïnvloed door het nadenken over dienstweigering en mijn deelname aan de vredesbeweging.
Daar staat tegenover dat de gevangenisstraf die me te wachten staat, me heel veel stress bezorgt.  Het was pijnlijk om mezelf in de gevangenis voor te stellen, telkens dat ik plannen maakte voor de toekomst.  Het was niet makkelijk om mijn moeder in de ogen te kijken, wanneer ze probeerde me te overtuigen mijn beslissing te herzien door te zeggen dat ik spijt zal krijgen na mijn straf te hebben uitgezeten.  Ik was zowel bedroefd als boos, toen ik ruzie kreeg met mijn ouders over mijn keuze, omdat ik een soort van schuldgevoel kreeg dat ik niet voldeed aan de verwachtingen van mijn ouders.
Last but not least, wil ik mijn kameraden bedanken die me hebben meegeholpen om mijn gedachten vorm te geven.  Ik hoop dat mijn dienstweigering anderen aan het denken zal zetten over de bestaansredenen van het leger.  Ik wil het militarisme in de Koreaanse samenleving in vraag stellen en niet enkel maar doen nadenken over de vrijheid van geweten.  Ik hoop dat mijn gewetensbezwaren mij in staat zullen stellen om me in te leven in andere mensen en gevoelig voor hun toekomstige pijn te blijven.


Deze bijdrage is de negende in een reeks getuigenissen die we met Waanvlucht ook op DeWereldMorgen posten.

Read more...

wat normaal laakbaar is wordt nu een deugd

 “t geen anders in 't gewone leven laak- en strafbaar was, wordt hier als de hoogste menselijke deugd aangerekend.(Stijn Streuvels)

 

W.O.-I bracht voor Streuvels niets dan ellende. De gevierde Vlaamse schrijver (1871 - 1969) luisterde vanuit zijn Lijsternest naar het oorlogsgedonder vlakbij. De oorlog deprimeerde hem en verlamde zijn creativiteit. Bij het begin van de vijandelijkheden vluchtten zijn vrouw en kinderen naar Amsterdam (van oktober 1914 tot februari 1915). Streuvels volgde in december. De hele oorlog lang hield hij een dagboek bij dat in deeltjes bij zijn Amsterdamse uitgever L.J. Veen gepubliceerd werd. Al snel echter werd Streuvels hiervoor zwaar op de korrel genomen en werd hem duitsgezindheid verweten. Tot spijt van zijn uitgever stopte hij in februari 1916 de uitgave van het journaal. Vele jaren later, in 1972, verscheen het dagboek toch in extenso.

 

Enkele citaten die over vluchtelingen, lafheid en oorlogspropaganda gaan. Het volledige dagboek is op de site van de Digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) te lezen.

 

 

15 september 1914 (blz 134-137)

 

In De Landwachtstaat het volgende: Krijgsraad.

 

De Krijgsraad van de vijfde legerafdeeling vergaderde in het Gemeentehuis te Ruysbroeck. Een aantal soldaten verschenen voor den raad onder betichtingen van allerlei aard. Vier kanonniers werden veroordeeld tot 15 jaar dwangarbeid, om bij het gevecht te Londerzeel (24 Augustus) een kanon verlaten te hebben, zonder te pogen het terug te nemen. Dank aan de dapperheid van twee officieren, viel het kanon niet in de handen van den vijand. Het strenge vonnis zal bepaald den soldaten tot voorbeeld dienen. Andere middelen werden voor smaad, bedreigingen, ongehoorzaamheid en om te loopen als de vijand afkwam, verwezen van 1 tot 3 jaar inlijving in eene strafkompagnie.

 

Heldenmoed en vreesachtigheid is ook maar een kwestie van zenuwen, verzekert men. La frousse kan een mens van goede wil overkomen en hem zodanig overmeesteren dat hij niettegenstaande de beste inzichten, laf wordt, omver valt of lopen gaat. Dat heb ik hier bij de burgerbevolking kunnen opmerken. Dezen die altijd 't hoogst opgelopen hadden met hun moed, heb ik zien vallen en kruipen als laffe hondjes, anderen, waarop niemand had durven rekenen, bleven kalm en beraden. De zaak is : dat men op voorhand niet weten kan welk figuur men zal maken en men het bij zichzelf eerst ondervinden moet eer men zeggen mag : ik zal mij sterk houden. Ik vraag mij echter af, hoe de mensen zich verantwoorden zullen die aan de schrik hebben toegegeven zonder er schijn van gevaar was ? Ik kan b.v. aannemen dat een burgemeester in moeilijke omstandigheden, de kop verliest en om geen verantwoordelijkheid te dragen, aan 't lopen gaat. Dat is verschoonbare lafheid, waarbij hij te kennen geeft aan zijn ambt te willen verzaken; maar dat die burgemeesters kalmpjes terugkeren als het schijngevaar voorbij is en doen alsof er niets gebeurd was en hun ambt weer opnemen, dat is hier alleen mogelijk ... omdat de burgerij niet nadenkt en er misschien politieke partij in gemengd is. Vandaag weer vindt men het nodig daarover een berichtje te verkondigen :

 

Over de burgemeesters.

 

De Patrie' van Brugge schrijft een goed beredeneerd artikel over burgemeesters en gemeenteraadsleden die, zoodra zij eenig gevaar vermoeden, door schrik hunne gemeente met haast ontvluchten, als het hunne plicht is te handelen gelijk een zeekapitein die maar zijn schip verlaat als alle hoop opgegeven moet worden. Maar de Patrie' doet ook opmerken dat men als vluchtelingen niet mag aanzien burgemeesters, schepenen en gemeenteraadsleden die, aan hunne plicht getrouw, slechts hunne gemeente verlaten als bijna al de inwoners ontvlucht zijn en er geen middel meer bestaat hunne medeburgers te beschermen. Men kan toch niet vergen dat zij bijna alleen in hunne stad verblijven en zich alzoo aan den vijand overleveren om als gijzelaars te dienen en soms om gefusiljeerd te worden. (Het Volk, 15 september).

 

Het geldt niet alleen burgemeesters; ik denk aan die onderpastor van Elsegem, die op de vermaarde Vliegende Maandagop een hoeve vluchtte, er zijn toga afwierp en ze deed verbranden eer hij met de kleren van de boer uitzette !

- Men vertelt ook dat, toen de geestelijkheid van Deerlijk door de Duitsers opgevorderd werd om bescheid te geven over de aanval op de verkenners, de pastor noch zijn twee onderpastors nergens te vinden waren ! Een ervan heeft eerst twee dagen later durven uitpiepen. Integendeel hoort men elders van wondere vastberadenheid bij geestelijke en wereldlijke overheid, die soms voor gevolg heeft dat een hele gemeente aan de ramp ontsnapt. Er zijn er zelfs die, bewust van de waardigheid en de plichten van hun ambt, liever hun leven lieten dan een stap te wijken.

Dat er uit vrees om ongemakken te voorkomen ongeoorloofde dingen gebeuren, zelfs door heel brave lieden, is ook gemakkelijk aan te nemen. Ik vind hier weer een berichtje waar er melding van wordt gemaakt :

 

Aandachtig lezen. - In West-Vlaanderen.

De heer arrondissementskommissaris heeft het volgende bericht medegedeeld :

 

Waarschuwing. - Ik heb vernomen dat in gemeenten van mijn arrondissement landbouwers en bijzonderen, vijandige soldaten in hunne schuren of andere plaatsen verborgen gehouden hebben. Dergelijke handelwijze is hoogst laakbaar, en moet beschouwd worden als een verraad jegens het Vaderland. Daarom laat de heer kolonel-bevelhebber van het 5e korps vrijwilligers mij toe u kenbaar te maken, dat alle persoon bevonden wordende vijandelijke soldaten verborgen te hebben, zal beschouwd worden als spioen en veroordeeld worden volgens de oorlogswetten.

 

De arrondissementskommissaris,

Baron Van der Gracht d'Eeghem.

 

Nota. Dergelijke waarschuwing is toepasselijk voor geheel het land.

 

Dat noem ik : de oorlogs-opvoeding maken van een volk ! Eerst als er op de eigen streek iets gebeurt, dat men ter plaatse kan nagaan, ondervindt men hoeveel onzin er in de bladen gedrukt wordt en hoeveel vertrouwen men nog hebben mag in 't geen men leest. Er zijn echter verschillende oorzaken die deze toestand verklaren. Vooreerst is de pers er niet altijd op gesteld de nauwkeurige waarheid te geven en de voorvallen aan te halen gelijk ze gebeurd zijn. De handeling van de vijand moet in 't zwart uitkomen en moed en vaardigheid van onze soldaten moeten in 't licht gebracht. Er zijn nog meer andere oorzaken die de oorlogsreportage bemoeilijken; o.a. als het geval reeds aan het blad overgemaakt wordt, is er nog niemand die weet hoe de de zaak zich heeft voorgedaan. Niemand kent de ware toedracht om de goede reden : als ergens een schermutseling begint, het merendeel die er bij tegenwoordig zijn, nemen de vlucht en de overigen verliezen de kop en weten niet wat er gebeurd is. Men denkt er echter niet aan hoeveel onrust en schrik veelal veroorzaakt worden door die leugenachtige berichten.

 

In een groot weekblad : 't Getrouwe Maldeghem (daar heeft men ten minste tijd om bevestiging van het nieuws te eisen?) kreeg ik het relaas over de slag te Doornik ... Het heette er :

De veldslag van Avelgem ! Volgens de berichtgever was heel de streek langs de Schelde geplunderd en platgebrand; er was kwestie van niet minder dan stromen bloeds over heel de doortocht, alhoewel de blote waarheid luidt : dat er buiten Doornik zelf, geen schot werd gelost en hoegenaamd geen slag werd geleverd. Mijn familie in Brugge, waar men dit stuk gelezen had, was niettemin in doodsnood over 't geen ons was overkomen !

Over de gebeurtenissen te Deerlijk drukt een Gents blad het volgende. Men kan zich hiermede een gedacht vormen in welke toon onze volksbladen werden opgesteld en hoe men moedwillig de feiten verdraait.

 

In 't Kortrijksche.

 

De doortocht der Duitsche troepen in de omstreken van Kortrijk werd gekenmerkt door nieuwe ongehoorde gruweldaden. Zooals wij verleden week gemeld hebben, werden Dinsdag te Deerlijk vier uhlanen gedood door een peloton gendarmen en vrijwilligers. Drie dagen nadien verscheen opnieuw eene Duitsche patroelje in de gemeente Deerlijk en daar zij met een 35-tal mannen sterk was, waren de Pruisen veel stouter en drongen door in de richting van Kortrijk. Eene Belgische patroelje, verwittigd, trok de Duitschers tegemoet en eene hevige schermutseling had plaats. De vijandelijke patroelje had verscheidene dooden en gekwetsten en om zich te wreken vielen zij de bewoners van Deerlijk aan, staken verscheidene hoeven in brand en deden de jonge mannen voor hen marcheeren,

De genaamde Deghezelle werd door een Pruis gedood, omdat hij weerstand bood. De ongelukkige werd door eenen kogel in volle borst getroffen en was op den slag dood. De Duitschers trokken vervolgens naar Harelbeke en Zwevegem. Te Harelbeke staken zij insgelijks talrijke hoeven in brand en te Zwevegem eischten zij levensmiddelen.

De patroelje die door Zwevegem trok, wilde zich rechtstreeks naar Kortrijk wenden, doch slecht bekwam het. In de nabijheid van den molen van landbouwer Soete, werden de Duitsche barbaren onthaald op geweerschoten van eene patroelje gendarmen. Vier Duitsche uhlanen vlogen uit den zadel en werden gekwetst. Hunne paarden werden buitgemaakt en naar Kortrijk gebracht; de overblijvende uhlanen hadden zich uit de voeten gemaakt. Deze vluchtelingen drongen in de hoeve Vermeulen en met den revolver in de hand dwongen zij den landbouwer te zeggen wie op hen geschoten had, indien het vrijwilligers, gendarmen of burgerwachten waren.

Tweemaal hernieuwden de uhlanen hunne vraag en de landbouwer kon geen stellig antwoord geven, daar op het oogenblik dat er geschoten werd, hij op zijn land aan den arbeid was en spoedig naar huis was geloopen. De Duitschers maakten daarop rechtsomkeer en vervolgden hunnen weg.

Een 16-jarig meisje, de dochter van den smid Verheust, wonende op het gehucht van den molen Soete, stond op den dorpel harer deur, toen de eerste schoten werden gelost. Het meisje werd door eenen kogel in den onderbuik getroffen; erg gekwetst werd de ongelukkige naar het gasthuis gebracht, waar zij bezweek. Tijdens de schermutseling die plaats had aan de Vogelmarktwerden twee nieuwsgierigen, die de Duitschers achtervolgden, gekwetst, doch gelukkiglijk niet erg.

 

 

 

27 september 1914 (blz 159 - 161)

 

Een schone zondagmorgen ! Met twee vrienden, die mij komen ophalen, rijden wij in fiets naar Oudenaarde. Prachtig zonneweer, windstil, heerlijke wegen, vol goed en genoegelijke herinneringen uit de jeugdtijd. Te Petegem ontmoeten we de eerste schildwacht en we moeten onze papieren vertonen. Wij vernemen dat in Oudenaarde Belgische soldaten liggen, dat men er loopgrachten maakt, de Schelde bewaakt en de bruggen ondermijnt ! Al dingen die ons aanzetten te gaan zien. Bij 't inkomen der stads reeds, wordt ons verboden te rijden - men moet te voet gaan. In de stad is alles rustig, stil en zonder beroering. In de Gouden Appeldie gekend is om zijn welverzorgde en lekkere tafel, kan men ons niets anders opdienen dan een stuk gebraad. We zijn er de enige klanten. 't Is hier dus ook oorlogstijd ! In de namiddag gaan we de versterkingen zien. Door een vriend uit Oudenaarde, worden wij voorgesteld aan de Bevelhebber der plaats, die zo vriendelijk is ons rond te leiden en ons te woord te staan.

 

Mijn mening echter is, dat de ledige haringtonnetjes die hier langs de Schelde zijn opgesteld, een flauwe verschansing vormen en niet veel Duitsers de weg zullen versperren ! De vrijwilligers die hierbij de wacht houden, zien er uit als figuranten in een blijspel, zo wijd zijn hun nieuwe kleren ! En die loopgrachten langs Ename ? Ofwel is hier iets ophanden, of het dient enkel om de jongens te oefenen ? De inwoners van Oudenaarde maken echter 't onderscheid niet en blijven vol onrust, gereed om te vluchten. De bevelhebber doet vreselijk zijn beklag over de bevolking. Deze morgen nog, waren er Duitsers op gang naar Oudenaarde, maar door de inlichtingen die de burgers hun verschaft hadden, zijn zij een andere weg ingeslagen en verdwenen. De bevelhebber, die zienling spijtig is dat hem de kans ontnomen werd, met zijn jongens een slag te slaan, doet vooral zijn beklag over de vrouwen. Ik doe hem het voorstel de klappeien de tong te laten afsnijden. - Dan nog zouden ze niet ophouden te babbelen!, merkt hij ironisch.

 

't Geen wij hier zien, is werkelijk niet de moeite waard, maar men krijgt toch de indruk dat het slagveld zich uitbreidt als een olievlek en de uiterste randen nu ook al tot hier uitzetten. Geen mens kan de Schelde over, zonder zijn papieren te laten zien. In 't terugkeren geraken wij zelf in moeilijkheden met een wacht, die, naar het schijnt, ons pasport niet lezen kan. Een gemoedelijke gendarm van de streek, brengt de zaak in orde. Nu staat de jonge vrijwilliger, die ons eerst met 't ergste bedreigde, zelf verlegen; hij doet mij de indruk van een van die geïmproviseerde wachters die men opstelt in een wereldtentoonstelling; brave jongens die men ergens opgevist heeft voor de gelegenheid en die als prestige, niets anders bezitten tenzij hun fonkelnieuw uniform en een ordenummer. De gendarm integendeel is een goede, gedaagde, landelijke kerel die zijn plicht volbrengt als een boerenknecht, zonder verwikkelingen te zoeken waar ze niet nodig zijn. Hij schijnt er niet mede in zijn schik omdat hij voor 't eerst zoveel jeugdige onderdanen onder zijn bevel heeft. Hij staat er midden in als een vader die bang is zijn gezag te doen gevoelen op kinderen die te groot geworden zijn !

 

De wezens van die jonge vrijwilligers zijn ook belangrijk om na te gaan. Op goed geluk zijn die knapen hier bijeengevallen, hun getienen, op dat buitendorp; zij kennen elkaar niet, zijn verschillend van aard, stand en gezindheid. Wat moeten zij ondervinden, dezen die in een ogenblik van blakende geestdrift hun leven en bloed voor 't Vaderland verpand hebben in 't gedacht te mogen gaan strijden met de menigte - te oorlogen! - en ze hier, die zondagavond verdoen met voorbijgaande burgers te vervelen en 't gevaar van een aanval trotseren moeten onder bevel van een gemoedelijke gendarm ?! Wat al ontgoochelingen zullen ze opdoen, die jongens ! Welk een verschil bij 't leven van een soldaat bij 't leger ?! Ik denk nu aan die talrijke zonen uit de gegoede burgerstand, die uit hun geregeld en bezorgde huiselijkheid, plots gevallen zijn in de drukte van een kamp. Alle teergevoeligheid, alle verzorging afgeschaft en de dag door in de gemeenzaamheid met een onbekende menigte waar al de soorten in vertegenwoordigd zijn ! Opgewekt bij stonden en meegesleept als in een stroom en dan weer overgelaten aan zichzelf en in de gelegenheid om na te denken aan 't geen men verlaten heeft ! Er zijn er die bang zijn van aard, die beven voor 't gevaar dat komen moet en zich stout gebaren uit eergierigheid, om niet als lafaards beschouwd te worden. En de onzekerheid over 't geen alle dagen gebeuren kan; 't gevoel dat men zijn wil volledig heeft afgestaan en gehoorzamen moet wat ook het bevel zij ! En als dat nu weken en maanden duurt, zonder uitkomst ! Hoe moeten ze dromen 's nachts, die jongens, dat ze weer thuis in hun normaal leven zijn teruggekeerd en hoe moeten ze pijnlijk getroffen worden door de werkelijkheid, bij 't ontwaken ! Hoe dikwijls moet de verwende burger de bovenhand krijgen boven de soldaat en moeten die twee elkaar bezien als personen die met elkaar geen uitstaans hebben !

 

De Zeppelin van verleden nacht heeft zijn bommen geworpen te Deinze ! Waarom hij deze plaats uitgekozen heeft en er schade aanrichten moest, is niet gekend ?

 

 

13 oktober 1914 (blz 192 - 197)

 

Grijs, bewolkt, koude regen, vliegtuigen, kanongeschut, eenzaamheid, geen mens langs de baan, geen nieuws hoegenaamd, ook niet van mijn huisgenoten ! Ik weet niet of ze in Brugge zijn, in Holland, of in Engeland ! Als ze maar thuis waren ! Nu kan ik niets anders doen tenzij blekken op het weer en pijpen roken, zonder einde ! Ik wist niet dat een oorlog zulke verveling kon meebrengen. Om mij wat te verstrooien ga ik mijn oude agenda's te rade en zoek er na 't geen in die zelfde oktobermaanden van de verleden jaren al is voorgevallen. Gelukkige tijd toen wij onbewust van de vrede genoten en niet wisten dat een oorlog kon bestaan! en onze gedachten enkel in de richting van 't open, brede leven opschoten ! Wie weet, komt voor ons wel ooit die schone tijd terug ?

 

Ik wil aan de nood voldoen om uit de eenzaamheid weg te komen, mensen te zien en te spreken. Door 't vuile herfstweer, wandel ik naar Tiegem. Daar ook echter wacht mij een desillusie en 't is 't geval te zeggen met Thomas à Kempis : Telkens ik bij de mensen ben geweest, ben ik minder mens teruggekeerd ! Alles slecht nieuws wat men verneemt over de toestand, vergezeld van klachten en treurnis. Men ziet er niet klaar in en men kan niet raden wat het worden moet ! Zijn die Duitsers dan almachtig en onoverwinbaar dat ze tegen drie, vier landen oprukken en niemand ze tegenhouden kan ? Er is geen front of slaglijn meer, - de Duitsers rukken op langs alle kanten. Antwerpen is gevallen en hun formidabele raid, waarvan sprake was, is reeds uitgevoerd. Onze soldaten integendeel zijn ontmoedigd - het was een lamentabele aftocht van Antwerpen tot Duinkerke! een vlucht ! Vroeger reeds werd er gefluisterd dat onze officieren niet deugden; nu wordt het luidop gezegd en de brieven van veel soldaten getuigen dat het er heel slecht mede staat - de troepen zijn erdoor gedemoraliseerd !Onze oversten zijn goed om champagne te drinken, schrijft een soldaat, - ze delen hun bevelen uit van ver, of per auto, en zogauw we in 't vuur komen, zijn ze vertrokken en wij aan onszelf overgelaten. Als we 't niet meer houden kunnen en terugkeren, worden we onthaald met een scheldwoord en een vloek : tas de lâches! roept men dan ! Een andere schrijft : dat de fout is omdat onze officieren niet voortkomen uit de kaders - 't zijn heren-kinders die nooit aan oorlog hebben gedacht en vol theorie zitten maar verder niets aanhebben tenzij hun gouden epauletten en veel misprijzen voor de eenvoudige piot ! Ze hebben nooit anders gedaan dan sport met peerden- en vrouwenliefhebberij ! - De toon waarop de jongens schrijven is bitter en de ontgoocheling straalt door hun woorden. Ik kan 't me genoeg voorstellen wat ze gevoelen en met welke vreselijke ironie ze hun idealen zien verdwijnen. Neem nu maar een gewone boerenjongen die men van zijn werk roept, die alles moet laten staan om te gaan vechten voor iets waarvan hij de reden of de oorzaak niet raden kan. Men stopt hem vol met grote woorden over: heldenmoed en vaderlandsliefde; hij gaat erin op en geraakt in begeestering totdat hij, in volle strijd, de ondervinding opdoet dat de overheid, in wie hij de incarnatie meende te zullen zien der militaire deugden, aan haar plicht tekort komt en schuilen gaat voor 't gevaar ! Zulk een jongen gevoelt op de stond dat hij gefopt werd en daar het hier staat op leven of dood, laat hij de moed vallen, wordt ongewillig of wanhopig en betracht niets anders dan ermede gedaan te maken ! Wanneer zullen we er eens toe komen een sterk verbond te krijgen van mannen die weigeren te doden, zonder dat 't hun als een lafheid wordt aangerekend ?! Dan misschien zullen de mogendheden naar andere middelen uitzien om hun geschillen te vereffenen, en de algemene moorderij vermeden worden ! Nu en dan voelt een land wel eens de noodwendigheid om de grondwet te herzien, tijd en omstandigheden brengen dat mede, - zou 't niet goed zijn, ook eens, over de hele mensheid de betekenis te herzien en de innerlijke waarde van sommige burgerlijke deugden ?

 

Er zijn woorden waarvan de betekenis door de tijd verandert en verwisselt; zo ook is het gesteld met gevoelens en zedelijke hoedanigheden. Enkele blijven hun innerlijke waarde behouden door de eeuwen heen, waarvan de naam en de zaak overeenkomen; andere echter blijven niets dan hun naam behouden als de innerlijke waarde sedert lang is weggevallen. Alzo sleuren wij dingen mede in onze beschaving die niets zijn dan overblijfselen uit de barbaarsheid, - niets zijn dan nutteloze ballast en idiote anachronismen ! Neem nu maar een feit dat enig is in zijn verschijning : een mijnheer die paradeert met goudborduursel aan de klederen, die een mes draagt langs zijn been en die, al naar gelang hij gouden sterretjes heeft op de mouw, zijn morgue een graad hoger opblaast en daarom al de burgers die geen goudborduursel op de kleren dragen, voor hem doet uit de weg gaan ! 't Is maar omdat we 't zo gewend zijn, dat niemand het belachelijk vindt of barbaars en toch doen de opperhoofden der roodhuiden en der Sioux net het zelfde. De oorlog is misschien een noodzakelijk kwaad, maar dat er in onze tijden en met onze beschaving, mensen in het vak opgeleid worden en er hun eer in stellen, dat is uit de barbarentijd, bij ons overgebleven.

 

Sommige dingen zijn maar goed als men ze van zeer hoog beschouwt of als men er alleen de literatuur van kent. Veel burgers onderander, laten er zich nog door medeslepen; zij jubelen bij elke victorie die wordt aangekondigd en juichen de heldenmoed toe waarmede er gestreden wordt; maar zich een gedacht vormen van de verschrikking en de ijselijkheid of wat het te zeggen is als men in een blad leest : er zijn 10.000 gesneuvelden, of de strijdlijn heeft zich 15 kilometer verplaatst, daar hebben zij geen flauw begrip van en ze denken er niet eens aan - het blijft literatuur voor hen en aan 't blad dat ze in hun hand houden of aan 't berichtje dat hun 't goede nieuws verkondigt, kleeft er gelukkiglijk geen bloed, anders zouden ze omver vallen want zij erbarmen zich en weeklagen soms over 't lot van een muisje dat in de val is gelopen of over een duifje dat men slachten wil ! Er blijft een aureool, een schitterschijn om veel dingen die in hun aard niets anders zijn dan gruwelen - en zoiets is de oorlog. Hij wordt opgesmukt met de blinkendste oripeaus - en 't geen anders in 't gewone leven laak- en strafbaar was, wordt hier als de hoogste menselijke deugd aangerekend. Als het ding maar op een behoorlijke afstand gebeurt, gaat het nog al om er de roes van op te snuiven.

 

Men volgt de handelingen van ver, stelt er belang in als bij 't beslechten van een wedstrijd. Veilig en warm gezeten bij tafel, is men in de weer met landkaarten en kleurvlaggetjes die de stand der verschillende legerkorpsen aanduiden. Men vindt het vervelend als er een hele tijd niets bijzonders gebeurt en men juicht als men ineens de lijn een 100 kilometer mag verplaatsen. Niemand die daarbij denkt wat er gebeurt of wat het te zeggen is - ook voor de brave burgermensen die hun woning, hun have en goed liggen hebben tussen die 100 kilometers. Een stad wordt beschoten of ingenomen. Men is er alleen mede bemoeid te weten of het bericht officieel bevestigd wordt en men stelt zich de uitslag voor als een feest met blijde optocht waar de soldaten als helden begroet, hun blijde intrede zullen doen ... het bloed en de verrotting blijven ginder ver - de lijken worden met aarde bedekt en men zal een prachtig gedenkteken oprichten te hunner nagedachtenis met een opschrift : Aan de moedige strijders die vielen voor het Vaderland !

 

Een nieuw hoofdstuk in de leerboek der kinderen waarbij de meester van de gelegenheid zal gebruik maken om de edele gevoelens te doen ontwaken bij zijn leerlingen opdat zij, aan de ouderdom gekomen, met eer en blakende moed, het erfdeel van hun vaderen gestand, op hun beurt, hun leven zouden offeren en met fierheid ten strijde trekken. En zo gaat het maar door, terwijl men vredepaleizen bouwt en socialisten schreeuwen tegen dienstplicht en de miljoenen die verkwist worden en de jeugdige krachten verlamd door het ministerie van oorlog ! Ik ben maar benieuwd te vernemen hoe onze huidige generatie - de mensen die het théâtre de la guerrevan nabij hebben gezien, hoe die er zullen over spreken ? Hoe zij zullen oordelen over militaire deugden en 't idealisme van de ere-slachterij ? Welke gevoelens het zicht van een parade-regiment bij hen zal uitoefenen ? Hier ter plaats, waar er nog maar alleen mogelijkheid van gevaar is, kan men al raden wat het worden zal ! Men voelt reeds dat 't opperste van 't geen men bezit, - het eigen vel! - bedreigd is ! Hier zouden de mensen al 't geen ze bezitten, en zichzelf ermede, onder de grond wensen om aan de vernieling te ontsnappen ! Men hoopt en men vreest, want 't geen elders gebeurt, kan hier evengoed gebeuren ! Men denkt aan Leuven, Aarschot, Dendermonde, Lier, waar de bewoners ook kalm gebleven zijn en niets vreesden en waar alles nu plat ligt en iedereen op de dompel loopt.

 

Jammer dat de indrukken van smart zogauw vergeten zijn en bij 't eerste vernieuwen van 't normale leven de mensen weer aan hun genoegens gaan, zonder te denken dat 't geen ze eens geleden hebben zich weer opnieuw kan voordoen, zolang de oorzaak der kwaal niet weggenomen wordt ! Men zou denken dat er bij de mensen, natuurlijke grondwetten bestaan, die alleen dienen als eigen straf en waar toch niemand zoekt aan te ontkomen, omdat zij deel uitmaken en vastzitten in de grote, geheimzinnige wereldorde !

 

Read more...

Vrede is een keuze.

Ook al lijken vrede en oorlog er gewoon bij te horen en zijn heel wat mensen ervan overtuigd geraakt dat ze ons overkomen, toch zijn beide het gevolg van een hele reeks keuzen. Oorlog wordt door mensen bedacht, voorbereid, ontketend, uitgevochten en beëindigd. Het zijn mensen die ervoor kiezen om wapenfabrieken te bouwen, soldaten op te leiden, ten strijde te trekken, wapens te verkopen en wapens in te zetten bij conflicten. Zo werd in 2012 wereldwijd 1,265 biljoen (duizend twaalfhonderd miljard) euro aan militaire uitgaven besteed. Dat is 3,46 miljard euro per dag! Dit dagbudget is ongeveer evenveel als het jaarbudget van de Verenigde Naties voor het werkjaar 2012-13 en is ongeveer hetzelfde bedrag dat de VN daarnaast jaarlijks gemiddeld besteedt aan 'peacekeeping'.

Read more...

Een kans op vrede krijgen

 "De volkeren van de wereld die de last van onwettige aanvalsoorlogen gedragen hebben, moeten een kans op vrede krijgen"

André Shepherd is een Amerikaanse soldaat die tussen september 2004 en februari 2005 in Irak diende.  In 2007 weigert hij terug te keren naar Irak. Hij deserteert en vraagt asiel aan in Duitsland, waar hij was gestationeerd.  Sinds toen verblijft hij als asielzoeker in Duitsland en wacht op een beslissing.  Onlangs sprak het Europees Hof van Justitie zich uit in zijn zaak.  

Read more...

Wo sind die deserteure ?


Heinrich Böll, 5/3/1953

Op 15 maart 1985 publiceert Nobelprijswinnaar Heinrich Böll een ontroerende Brief an meine Söhne in het weekblad Die Zeit.  Hij vertelt erin hoe hij de de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog overleefde: als deserteur.  Hij heeft misschien wel grote politieke idealen, maar als hij eerlijk is moet hij toegeven dat hij gewoon deserteerde om te overleven.  “Ik wilde leven!”  

Read more...

Vrijheid voor gewetensbezwaren in het Midden-Oosten

Gezamenlijke Verklaring van Emad El Dafrawi,  Mohammed Fathy, Natan Blanc

    "Samen (op de foto houdt Natan Blanc de foto’s vast van Emad en Mohammed) en ieder ook in onze eigen campagne, dat wil zeggen in ‘No to compulsory military service’ (Egypte) en in ‘New Profile’ (Israël), bevestigen wij onze steun aan vredesinitiatieven en aan gewetensbezwaarden in ons beider landen.  We herbevestigen ieders grondrecht op vrijheid van geweten, geloof en zelfbeschikking.  Wij veroordelen de manier waarop onze beide regeringen gewetensbezwaarden behandelen.  Wij, dat zijn Natan Blanc, Emad El Dafrawi en Mohammed Fathy."

Natan Blanc, 19-jarige Israëlische dienstplichtigen die voor het eerst op 19 november 2012 weigerde om te dienen in het Israëlische leger en sindsdien de gevangenis in- en weer uitgaat.  Op 14 april 2013 verklaarde hij tijdens een ‘beacon lighting’ feest :  "Ik weiger omdat ik niet wil dienen in een leger dat geregeld de mensenrechten schendt.  Ik weiger omdat ik geen instrument wil zijn dat de bezetting verder mogelijk maakt. ...  Ik weiger omdat het moreel juist is om dat te doen.  Ik wil dit vuurbaken opdragen aan alle Palestijnse gevangenen die momenteel in administratieve detentie worden vastgehouden ...  Ik denk er altijd aan dat terwijl ik hier in de schijnwerpers sta, zij wegkwijnen in de gevangenis zonder voor een strafbaar feit te zijn veroordeeld.”

In Egypte :  Emad El Dafrawi maakte zijn gewetensbezwaren tegen militaire dienst bekend op 12 april 2012 en Mohammed Fathy Abdo Soliman, 23-jaar oud, op 20 juli 2012.  Beiden verklaarden dat de militaire dienst botst met hun geloof in vrede, en ze weigeren elke vorm van geweld en het dragen van wapens.  Beide hebben brieven gestuurd aan de minister van Defensie en andere Egyptische instanties met een vraag om vrijstelling van militaire dienst en het kunnen doen van een plaatsvervangende burgerdienst.  Sindsdien leven ze zonder de meeste van hun burgerrechten.  Zij mogen niet werken, studeren of reizen.  Het is hen zelfs niet toegestaan om een reisdocument te bezitten.  De Egyptische staat negeert hun lijden.

Het recht op gewetensbezwaren is een van de fundamentele mensenrechten, net zoals het recht op vrijheid van meningsuiting, en wordt erkend in internationale verdragen zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ondertekend en geratificeerd door zowel Egypte als Israël).  Daarom roepen de bewegingen No to Compulsory Military Service en New Profile beide regeringen op om internationale wetten te respecteren, te voldoen aan de verplichtingen waartoe ze zich ten aanzien van de internationale gemeenschap geëngageerd heeft, en Natan Blanc, Emad El Dafrawi en Mohammed Fathy te erkennen als gewetensbezwaarden tegen militaire dienst.


Cairo - Jeruzalem 28 April 2013



Ik weiger Dienstplicht, omdat het in tegenspraak is met mijn overtuigingen
• Emad El Dafrawi - Egypte

    Mijn naam is Emad El Dafrawi. Ik ben 24 jaar oud. In 2008 begaf ik me naar het controlecentrum voor dienstplichtigen in Caïro. Ik verkreeg 3 jaar uitstel van leerdienst.  Ik moest mezelf dus opnieuw aanmelden op 14 januari, maar ik besloot me niet binnen de verplichte  termijn te gaan aanbieden.
• Ik ben pacifist en anti-militarist, wat betekent dat militaire activiteiten inclusief het dragen van wapens en het gebruik van geweld in tegenspraak zijn met mijn overtuigingen.  Ik ben een gewetensbezwaarde en gekant tegen militaire dienst.  Ik weiger om te gehoorzamen aan militaire orders en ik beschouw elke oorlog als een misdaad.
• Ik ben ervan overtuigd dat oorlogen een misdaad tegen de menselijkheid zijn.   Daarom kan ik onmogelijk welk type oorlog ook steunen.  Conflicten moeten worden opgelost met inzet van beschaafde vreedzame middelen.  Oorlogen betekenen geldverspilling, vernietiging van infrastructuur en ze trekken psychologische barrières op tussen volkeren.  Oorlogen komen niemand ten goede, behalve degene die belangen in de wapenhandel hebben.
• Als ik mijn dienstplicht zou aantreden, loop ik het risico dat van mij een militarist gemaakt wordt.   Als ik een militarist word, dan zou ik aanvaarden om alle militaire orders uit te voeren, zelfs als ze immoreel en in tegenspraak met mijn overtuigingen zijn, zoals bijvoorbeeld het bezetten van land, het doden van vreedzame betogers en aanranding van de eerbaarheid.  Ik weiger om te dienen in een leger dat moordt, zich vergrijpt aan Egyptenaren en onze vrijheid in de weg staat.
• Ik weiger om me in een positie te laten dwingen waar ik een ander volk tot vijand zou moeten verklaren.  Dienstplicht is slavernij, want het dwingt mij om iets te doen waar ik zelf niet voor kies.  Daarenboven is het in strijd met mijn fundamentele vrijheden van beweging en reizen.  Ik weiger dat iemand anders voor mij invult wat mijn gedachten moeten zijn en dat ik staatsgeld moet verspillen voor iets dat tegen mijn overtuigingen indruist.  terwijl men beweert dat ik een dienst aan de samenleving zou brengen.
• Ik weiger om te werken voor instellingen die mensen discrimineren, zij het op basis van geslacht, religie en de geografische herkomst.
• Ik droom van de dag dat militairen geen autoriteit meer over burgers zullen hebben.  Ik droom van de dag dat alle volkeren een goede verstandhouding met elkaar hebben en dat de wet alle vormen van oorlogen of oorlogspropaganda strafbaar stelt.

Daarom weiger ik dienstplicht en weiger ik om samen te werken met elke institutie die onschuldige mensen doodt en onze relatie met broeders en zusters waar ook ter wereld te beschadigen.  Ik weiger om samen te werken met militairen die legerterreinen in woonwijken plaatsen om zo een menselijk schild van burgers te maken en onze levens op het spel te zetten.
Dit is mijn mening.  Ik ben er verantwoordelijk voor en ik draag de gevolgen van mijn houding.
Er zullen oorlog zijn tot de verre dag dat een gewetensbezwaarde evenveel prestige zal genieten als dat de krijgsman vandaag. - John F. Kennedy

        

Ik weiger verplichte militaire dienst te doen omdat die in strijd is met mijn overtuigingen
Mohammed Fathy - Egypte

    Ik ben Mohamed Fathy, 23 jaar oud.  Ik bood me op 9 mei 2012 bij het recruteringscentrum aan zoals de wet het gebiedt.  Ik werd gevraagd me opnieuw aan te bieden op 19 juli 2012 om mijn wapens in ontvangst te nemen waarmee ik naar mijn eenheid zou moeten vertrekken.  En dat  terwijl ik een gewetensbezwaarde tegen de dienstplicht ben …  
Omwille van mijn weigering een wapen te dragen zou ik ingelijfd worden bij een legereenheid waar men misbruik zou maken van mijn geweten en mijn vredelievende overtuigingen.  Maar aangezien ik niet aan militaire marsorders kan gehoorzamen, wil ik ook niet ingezet worden om betogingen te beëindigen of om vrouwelijke activisten aan maagdelijkheidsproeven te onderwerpen.  
Ik ben ook tegen de dienstplicht, omdat het de mens zijn natuurlijk recht op lichamelijke zelfbeschikking ontneemt, maar ook zijn keuzevrijheid, zijn recht om meningen en overtuigingen te uiten en zijn mobiliteit.  Dienstplicht discrimineert op grond van geslacht, godsdienst en geografische herkomst.  Het installeert ook een militair gezag over burgers en de onderdrukking van burgers door andere gedwongen burgers.
Daarom weiger ik om te worden gebruikt als een machine die moet onderdrukken en doden, en de belangen van de overheid moet dienen.
Ik geloof dat vrede niet zal worden bereikt door onze permanente bereidheid om wapens te dragen en te doden in plaats van vrede te promoten aan beide kanten.
Ondanks mijn afkeer van dwang ben ik wel bereid om een alternatieve burgerdienst die ten dienst staat van het leven.


Ik begon te denken over dienstweigering tijdens de militaire operatie ‘cast lead’ in 2008
Natan Blanc - Israël/Palestina

"Ik begon te denken over dienstweigering bij het Israëlisch leger ten tijde van de "Gegoten Lood”-operatie in 2008.  De golf van agressief militarisme die toen over het land spoelde, de uitingen van wederzijdse haat, en de holle woorden over het uitroeien van terreur en het creëren van afschrikking waren de belangrijkste redenen voor mijn weigering.  Vandaag, na al die jaren van terreur, zonder politiek proces in de richting van vredesonderhandelingen en zonder rust in Gaza en Sderot, is het duidelijk dat de regering Netanyahu, net als die van zijn voorganger Olmert, niet geïnteresseerd is in een oplossing van de bestaande situatie, maar juist in de voorzetting ervan.   In hun logica is er niets mis mee van een “Gegoten Lood Bis”-operatie om de drie of vier jaar te organiseren :  we spreken nog wat over afschrikking, we doden een paar terroristen, we nemen er een paar gedode burgers aan beide kanten bij, en wij bereiden de weg voor een volgende generatie vol haat aan beide zijden.
Als vertegenwoordigers van het volk hebben de leden van het kabinet blijkbaar geen plicht om hun visie op de toekomst van het land openbaar te maken.  Ze mogen gewoon doorgaan met deze bloedige cyclus zonder einde.  Maar wij, als burger en als mens, hebben de morele plicht te weigeren aan dit cynisch spel deel te nemen.  Daarom heb ik op 19 november 2012 besloten om dienst te weigeren in het Israëlische leger.

Read more...

Een monument van de deserteur, Ballhausplatz Wenen

 Deserteurs uit het nazileger (ook Wehrmacht genoemd) waren weldenkende burgers die op een positieve manier en bewust een besluit hebben genomen rekening houdend met alle gevolgen. Dit zei de Olaf Nicolai, de kunstenaar die het monument ontworpen heeft, tijdens de inhuldigingsceremonie op 24 oktober 2014. Hij hoopt dat het monument een plek zal zijn "waar mensen actief worden, overtuiging tonen en compromisloos over hun verleden kunnen nadenken". De sculptuur bestaat uit drie niveaus waarop men mag lopen. Het geheel heeft een blauwe tint, en stelt een reusachtige liggende X voor met als inscriptie "alle" en alleen, een citaat uit een gedicht van de Schotse dichter Ian Hamilton Finlay. De woorden verwijzen naar de vraag hoe het individu (alleen) zich kan opstellen in een maatschappij (allen), als het de mening van de anderen niet deelt. De X is een "teken van de anonimisering van het individu, wanneer het een lijntje op een lijst of een X in een bestand geworden is, als de kunstenaar.

 

Tijdens de inhuldiging kwamen onder andere aan het woord :

Michael Häupl, Bürgermeister

Richard Wadani, Deserteur uit de Wehrmacht

Heinz Fischer, Bundespräsident

Muzikale bijdragen waren er van :

Friedrich Cerha (zelf deserteur), Spiegel VI, radio-opname voor orkest en klankband

Gegenstimmen: Sag Nein! Ein Auszug aus der Ode an den Deserteur van Frederic Rzewski,

Tekst: Kurt Tucholsky/Wolfgang Borchert.

 

Enkele impressies. Eerst komt Richard Madani aan het woord, dan Olaf Nicolai als beeldhouwer en Friedrich Cerha als componist. En ten slotte volgt de tekst van het lied dat ons zusterkoor Gegenstimmen op de inhuldiging bracht.

1) Richard Walani, erevoorzitter van het Comité Gerechtigkeit für die Opfer der NS-Militärjustizen zelf deserteur.

"In 2009 werd na meer dan 60 jaar beslist om de wettelijke discriminatie van Wehrmachtdeserteurs recht te zetten. Een monument voor de deserteurs is de legitieme volgende stap. In Oostenrijk zijn er talloze oorlogsmonumenten van de jaren 1939-1945. Ze huldigen niet alleen de zogenaamde plichtsgetrouwe soldaten van Hitlers Wehrmacht, maar ook zelfs de SS en de Waffen-SS. Op die monumenten staat te lezen dat "Zij vochten en stierven voor het vaderland. Wat een grove leugen. Ze niet stierven niet voor het vaderland, maar voor de criminele doelstellingen van Hitler-Duitsland. Ze vochten bewust of onbewust tegen de bevrijding van ons land. Voor vele soldaten die tegen hun wil en vaak tegen hun geweten in dit leger dienden, was het een zware psychische belasting.

Hoewel de SS en de Waffen-SS door het Neurenberg-tribunaal als criminele organisaties veroordeeld zijn, was het voor onze toenmalige politici geen probleem ook hen te herdenken. Al die jaren heeft men zijn best gedaan om het bruine kamp sociaal aanvaardbaar te maken.

Voor dit beleid waren Oostenrijkers die niet bereid geweest waren om te vechten voor Hitler-Duitsland en dus niet tegen de bevrijding van ons land te vechten, ongewenst en ze werden gebrandmerkt en gediscrimineerd als verraders. Natuurlijk was er in deze periode geen sprake van een monument voor de slachtoffers van de nazi-rechtspraak.

In het licht van dit politiek verleden is de eis van de deserteurs voor een monument meer dan gerechtvaardigd. Ik zie dit ook als een politieke beslissing om aan het publiek te tonen dat er niet alleen plichtsgetrouwe soldaten waren, maar ook mensen die er hun leven voor een vrij Oostenrijk geriskeerd hebben."

 

2) Olaf Nicolai, de beeldhouwer, kwam in het tijdschrift Art- das Kunstmagazin van 22/10/2014 in een interview aan het woord over zijn creatie. Een uittreksel.

art : Bij uw deserteursmonument staat ieder van ons plots als held op een voetstuk. Ten minste iedereen die de drie treden tot aan de betonnen X" durft beklimmen. Wat moet hij of zij denken bij de beklimming ? Wat is de boodschap ?

Olaf Nicolai : Ik wil niet te veel in termen van boodschap denken. Ik vind het prima, als mensen het monument betreden, de inscriptie lezen - en erover nadenken hoe ze zich als individu verhouden tot zon moment van dissidentie. Een rustpunt, waarbij men op zichzelf teruggeworpen wordt, en dat terwijl men omringd wordt door gebouwen die de Staat vertegenwoordigen. Het gaat over de relatie tot zichzelf, om dit alone, om de bereidheid alleen op te komen voor je mening.

Art : All / alone staat in het oppervlak van de X" geschreeven, een citaat van de Schotse schrijver Ian Hamilton Finlay°. Hoe ben je bij hem terechtgekomen in deze context ?

Nicolai : De vraag naar de mogelijkheid van engagement staat centraal. Is dit enkel in de kunst als ik me direct politiek uitdruk ? Of kan het ook via een debat over taal, over grammatica als machtsvorm ? Finlay stond in nauw contact met kunstkringen uit Wenen en hij was een vriend van Ernst Jandl. Bovendien vond ik het belangrijk dat het een Engels tekst is en dat hij dus een zekere internationaliteit heeft die kan begrepen worden door allen die hiernaartoe komen. Ten slotte is onenigheid juist vandaag ook relevant - wat zijn rechtvaardige oorlogen, rechtvaardige militaire operaties, en wat is een rechtvaardig leger ?

Art : In hoeverre hebben uw ervaringen in de DDR waar u opgegroeid bent, een rol gespeeld bij uw werk aan dit monument en uw keuze voor een bepaald ontwerp ?

Nicolai : Ja, het heeft een rol gespeeld. Ik heb tot nu toe niet deelgenomen aan wedstrijden om monumenten te ontwerpen, want ik geloof niet dat complexe historische feiten in beeld om te zetten zijn. Maar er was een biografisch herkenningspunt voor mij ? Ik ken de situatie waarin je moet beslissen om te handelen, ondanks de dreiging met straf en geweld, en waarin je ook bang blijft twijfelen. Dat betekent niet dat ik mijn ervaringen gelijkstel met het lot van degenen die hier worden herdacht. Je kunt niet vergelijken. Zelfs al was de DDR een onrechtstaat, het is niet te vergelijken met het nazisme. Zon vergelijking staat historische duiding in de weg. Maar door deze ervaring had ik een toegang. Waar recht tot onrecht wordt, is verzet een plicht" - wat deze uitspraak van Martin Luther King kon betekenen, hoe ver je bereid was om te gaan, dat werd besproken in mijn vriendenkring.

Art : In Duitsland zijn er meer dan 30 monumenten voor deserteurs. In Oostenrijk is dit de eerste. Met welke obstakels, hindernissen werd u geconfronteerd tijdens het jaar dat u hieraan gewerkt hebt ? Of hebt u ook positieve ervaringen opgedaan ?

Nicolai : Ik was verbaasd dat dit het eerste monument is. Beter laat dan nooit. Maar obstakels waren er eigenlijk alleen in technische zin. Mochten er andere geweest zijn, dan heeft men die van mij weggehouden. Ik kon er rustig aan doorwerken. Het zou niet mogelijk geweest zijn om het zeer strak tijdschema aan te houden, indien er grote discussies zouden geweest zijn. Hoe dan ook, alle betrokkenen hebben een geweldige job gedaan.

 

3) Friedrich Cerha (°1926, Wenen): Componist, Dirigent en Wehrmachtdeserteur.

Als Deserteur war ich völlig auf mich alleine gestellt"Als deserteur was ik helemaal op mezelf aangewezen"

Componist Friedrich Cerha vertelt waarom hij uit het nazi-leger gevlucht is. Het beroep van militair is bedoeld om leven te vernietigen. Er bestaat dus geen goede soldaat.

In de laatste maanden van de oorlog deserteert Cerha - slechts 19 jaar oud - zelfs twee keer uit de Duitse Wehrmacht. Nog steeds in uniform en met gestolen blanco marsorders op zak probeert hij eind 1944 per trein Denemarken te bereiken. "In Berlijn werd ik gecontroleerd door een legerpatrouille. Nooit meer in mijn leven, ik was zo bang, zo bang tot vandaag de dag. Op straat zag ik soldaten die opgeknoopt waren aan lantaarnpalen. Ze droegen een bordje rond hun nek met daarop Ik ben een verrader. Een verrader heeft hij zich nooit gevoeld, ook al heeft hij zich tot lang na de oorlog wel zo bekeken gevoeld. Wat was er aan het nazi-regime dat verradenkon worden ? Het was een regime dat zelf alle rechten van de mens verraden heeft. Cerea keert zich ook heftig tegen het verwijt een lafaard te zijn: "Ik was twee keer aan het front. Ik kan u verzekeren dat er meer moed nodig is om weg te lopen dan om een onderdeel te blijven van die grote oorlogsonderneming. Ik was helemaal in mijn eentje.

Dat nu, bijna 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, er eindelijk een monument voor Wehrmachtdeserteurs wordt opgericht, voelt als een laat eerherstel voor de componist. "Het duurde een zeer lange tijd. Maar direct na de oorlog hebben alle grote partijen naar de stemmen van de voormalige nazi's gehengeld. Zijn grootste wens op de dag van de plechtige inhuldiging: "Mensen moeten zich - vooral in dit tijdperk van van alomtegenwoordige communicatie - weer meer bezighouden met zichzelf. Dat bevordert kritisch bewustzijn en moed."

4) Gegenstimmen bracht het derde Lied uit de cyclus Ode aan de Deserteur van Frederic Rzewski. De tekst is van Wolfang Borchert en Kurt Tucholsky.

Sag Nein

Sag Nein ! Sag Nein !

Du. Mann auf dem Dorf

und Mann in der Stadt.

Wenn sie morgen kommen

und dir den Gestellungsbefehl bringen,

dann gibt es nur eins :

Sag NEIN !

Ihr, Mütter in der Welt,

wenn sie morgen befehlen,

ihr sollt Kinder gebären,

neue Soldaten für neue Schlachten,

tter in der Welt, dann gibt es nur eins :

Sagt NEIN ! Mütter, sagt NEIN !

 

Wolfgang Borchert - Dann gibt es nur eins - 1947

 

An die Jugend :

Ihr sollt nicht strammstehen. Ihr sollt nicht dienen !

Ihr sollt frei sein! Zeigt es ihnen!

Und wenn sie euch kommen und drohn mit Pistolen -:

Geht nicht! Sie sollen euch erst mal holen !

Keine Wehrpflicht ! Keine Soldaten !

Keine Monokel-Potentaten !

Keine Orden ! Keine Spaliere!

Keine Reserveoffiziere !

Ihr seid die Zukunft !

Euer das Land !

Schüttelt es ab, das Knechtschaftsband !

Wenn ihr nur wollt, seid ihr alle frei !

Euer Wille geschehe! Seid nicht mehr dabei !

Wenn ihr nur wollt: bei euch steht der Sieg !

- Nie wieder Krieg -!

 

Kurt Tucholsky (alias Theobald Tiger) - Drei Minuten Gehör - 1922

 

Vertaling

Zeg nee !

Zeg nee ! Zeg nee !

Jij, man uit het dorp

en man uit de stad.

Als ze morgen komen

en jou je oproep voor de militaire dienst overhandigen

dan kun je maar één ding doen :

Zeg NEE !

Jullie, moeders overal ter wereld,

als ze u morgen bevelen

om kinderen te baren,

nieuwe soldaten voor nieuwe veldslagen,

moeders, overal ter wereld, dan kun je maar één ding doen :

Zeg NEE ! moeders, zeg NEE !

 

Wolfgang Borchert - Dann gibt es nur eins - 1947

Aan de Jeugd :

Jullie moeten niet stram in de houding staan.

Jullie moeten niet dienen !

Jullie moeten vrij zijn ! Toon het hun !

En als ze komen en met pistolen dreigen -!

Ga niet ! Ze moeten je eerst maar komen halen !

Geen dienstplicht ! Geen soldaten !

Geen monocle-potentaten !

Geen medailles ! Geen erehagen !

Geen reserve-officieren !

Jullie zijn de toekomst !

Aan jullie behoort het land toe !

Schudt ze af, die slavenketenen !

Wanneer jullie maar willen zijn jullie allemaal vrij !

Jullie wil geschiede ! Wees er niet meer bij !

Wanneer jullie maar willen : aan jullie de overwinning !

- Nooit meer oorlog -!

 

Kurt Tucholsky (alias Theobald Tiger - Drei Minuten Gehör) -1922

 

° Ian Hamilton Finlay (°Nassau, Bahamas op 28 oktober 1925 en +Edinburgh, 27 maart 2006) was een Schots dichter, auteur en beeldend kunstenaar. Hij maakte o.a. zogenaamde One-Word-Poems, als inscripties in steen, die hij daarna als commentaar in het landschap achterliet.

Read more...

Slechts een derde van het Oekraïense leger wil vechten

We horen hier in het westen weinig over desertie in het Oekraïens leger.  Nochtans zijn de Oekraïense autoriteiten er zelf duidelijk over.  Op 27 augustus schold president Petro Poroshenko tijdens een zitting van het Nationale Raad voor Veiligheid en Defensie zijn eigen troepen uit voor de verliezen rond de stad Ilovaysk in het zuid-oosten van het land.  Poroshenko (foto) maakte bekend dat er 1000 dossiers wegens desertie door Oekraïense soldaten werden geopend.  Hij benadrukte dat er strenge maatregelen zouden komen om verraad en desertie te voorkomen.

Read more...