Menu

Vrijheid voor gewetensbezwaren in het Midden-Oosten

Vrijheid voor gewetensbezwaren in het Midden-Oosten

Gezamenlijke Verklaring van Emad El Dafrawi,  Mohammed Fathy, Natan Blanc

    "Samen (op de foto houdt Natan Blanc de foto’s vast van Emad en Mohammed) en ieder ook in onze eigen campagne, dat wil zeggen in ‘No to compulsory military service’ (Egypte) en in ‘New Profile’ (Israël), bevestigen wij onze steun aan vredesinitiatieven en aan gewetensbezwaarden in ons beider landen.  We herbevestigen ieders grondrecht op vrijheid van geweten, geloof en zelfbeschikking.  Wij veroordelen de manier waarop onze beide regeringen gewetensbezwaarden behandelen.  Wij, dat zijn Natan Blanc, Emad El Dafrawi en Mohammed Fathy."

Natan Blanc, 19-jarige Israëlische dienstplichtigen die voor het eerst op 19 november 2012 weigerde om te dienen in het Israëlische leger en sindsdien de gevangenis in- en weer uitgaat.  Op 14 april 2013 verklaarde hij tijdens een ‘beacon lighting’ feest :  "Ik weiger omdat ik niet wil dienen in een leger dat geregeld de mensenrechten schendt.  Ik weiger omdat ik geen instrument wil zijn dat de bezetting verder mogelijk maakt. ...  Ik weiger omdat het moreel juist is om dat te doen.  Ik wil dit vuurbaken opdragen aan alle Palestijnse gevangenen die momenteel in administratieve detentie worden vastgehouden ...  Ik denk er altijd aan dat terwijl ik hier in de schijnwerpers sta, zij wegkwijnen in de gevangenis zonder voor een strafbaar feit te zijn veroordeeld.”

In Egypte :  Emad El Dafrawi maakte zijn gewetensbezwaren tegen militaire dienst bekend op 12 april 2012 en Mohammed Fathy Abdo Soliman, 23-jaar oud, op 20 juli 2012.  Beiden verklaarden dat de militaire dienst botst met hun geloof in vrede, en ze weigeren elke vorm van geweld en het dragen van wapens.  Beide hebben brieven gestuurd aan de minister van Defensie en andere Egyptische instanties met een vraag om vrijstelling van militaire dienst en het kunnen doen van een plaatsvervangende burgerdienst.  Sindsdien leven ze zonder de meeste van hun burgerrechten.  Zij mogen niet werken, studeren of reizen.  Het is hen zelfs niet toegestaan om een reisdocument te bezitten.  De Egyptische staat negeert hun lijden.

Het recht op gewetensbezwaren is een van de fundamentele mensenrechten, net zoals het recht op vrijheid van meningsuiting, en wordt erkend in internationale verdragen zoals de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ondertekend en geratificeerd door zowel Egypte als Israël).  Daarom roepen de bewegingen No to Compulsory Military Service en New Profile beide regeringen op om internationale wetten te respecteren, te voldoen aan de verplichtingen waartoe ze zich ten aanzien van de internationale gemeenschap geëngageerd heeft, en Natan Blanc, Emad El Dafrawi en Mohammed Fathy te erkennen als gewetensbezwaarden tegen militaire dienst.


Cairo - Jeruzalem 28 April 2013



Ik weiger Dienstplicht, omdat het in tegenspraak is met mijn overtuigingen
• Emad El Dafrawi - Egypte

    Mijn naam is Emad El Dafrawi. Ik ben 24 jaar oud. In 2008 begaf ik me naar het controlecentrum voor dienstplichtigen in Caïro. Ik verkreeg 3 jaar uitstel van leerdienst.  Ik moest mezelf dus opnieuw aanmelden op 14 januari, maar ik besloot me niet binnen de verplichte  termijn te gaan aanbieden.
• Ik ben pacifist en anti-militarist, wat betekent dat militaire activiteiten inclusief het dragen van wapens en het gebruik van geweld in tegenspraak zijn met mijn overtuigingen.  Ik ben een gewetensbezwaarde en gekant tegen militaire dienst.  Ik weiger om te gehoorzamen aan militaire orders en ik beschouw elke oorlog als een misdaad.
• Ik ben ervan overtuigd dat oorlogen een misdaad tegen de menselijkheid zijn.   Daarom kan ik onmogelijk welk type oorlog ook steunen.  Conflicten moeten worden opgelost met inzet van beschaafde vreedzame middelen.  Oorlogen betekenen geldverspilling, vernietiging van infrastructuur en ze trekken psychologische barrières op tussen volkeren.  Oorlogen komen niemand ten goede, behalve degene die belangen in de wapenhandel hebben.
• Als ik mijn dienstplicht zou aantreden, loop ik het risico dat van mij een militarist gemaakt wordt.   Als ik een militarist word, dan zou ik aanvaarden om alle militaire orders uit te voeren, zelfs als ze immoreel en in tegenspraak met mijn overtuigingen zijn, zoals bijvoorbeeld het bezetten van land, het doden van vreedzame betogers en aanranding van de eerbaarheid.  Ik weiger om te dienen in een leger dat moordt, zich vergrijpt aan Egyptenaren en onze vrijheid in de weg staat.
• Ik weiger om me in een positie te laten dwingen waar ik een ander volk tot vijand zou moeten verklaren.  Dienstplicht is slavernij, want het dwingt mij om iets te doen waar ik zelf niet voor kies.  Daarenboven is het in strijd met mijn fundamentele vrijheden van beweging en reizen.  Ik weiger dat iemand anders voor mij invult wat mijn gedachten moeten zijn en dat ik staatsgeld moet verspillen voor iets dat tegen mijn overtuigingen indruist.  terwijl men beweert dat ik een dienst aan de samenleving zou brengen.
• Ik weiger om te werken voor instellingen die mensen discrimineren, zij het op basis van geslacht, religie en de geografische herkomst.
• Ik droom van de dag dat militairen geen autoriteit meer over burgers zullen hebben.  Ik droom van de dag dat alle volkeren een goede verstandhouding met elkaar hebben en dat de wet alle vormen van oorlogen of oorlogspropaganda strafbaar stelt.

Daarom weiger ik dienstplicht en weiger ik om samen te werken met elke institutie die onschuldige mensen doodt en onze relatie met broeders en zusters waar ook ter wereld te beschadigen.  Ik weiger om samen te werken met militairen die legerterreinen in woonwijken plaatsen om zo een menselijk schild van burgers te maken en onze levens op het spel te zetten.
Dit is mijn mening.  Ik ben er verantwoordelijk voor en ik draag de gevolgen van mijn houding.
Er zullen oorlog zijn tot de verre dag dat een gewetensbezwaarde evenveel prestige zal genieten als dat de krijgsman vandaag. - John F. Kennedy

        

Ik weiger verplichte militaire dienst te doen omdat die in strijd is met mijn overtuigingen
Mohammed Fathy - Egypte

    Ik ben Mohamed Fathy, 23 jaar oud.  Ik bood me op 9 mei 2012 bij het recruteringscentrum aan zoals de wet het gebiedt.  Ik werd gevraagd me opnieuw aan te bieden op 19 juli 2012 om mijn wapens in ontvangst te nemen waarmee ik naar mijn eenheid zou moeten vertrekken.  En dat  terwijl ik een gewetensbezwaarde tegen de dienstplicht ben …  
Omwille van mijn weigering een wapen te dragen zou ik ingelijfd worden bij een legereenheid waar men misbruik zou maken van mijn geweten en mijn vredelievende overtuigingen.  Maar aangezien ik niet aan militaire marsorders kan gehoorzamen, wil ik ook niet ingezet worden om betogingen te beëindigen of om vrouwelijke activisten aan maagdelijkheidsproeven te onderwerpen.  
Ik ben ook tegen de dienstplicht, omdat het de mens zijn natuurlijk recht op lichamelijke zelfbeschikking ontneemt, maar ook zijn keuzevrijheid, zijn recht om meningen en overtuigingen te uiten en zijn mobiliteit.  Dienstplicht discrimineert op grond van geslacht, godsdienst en geografische herkomst.  Het installeert ook een militair gezag over burgers en de onderdrukking van burgers door andere gedwongen burgers.
Daarom weiger ik om te worden gebruikt als een machine die moet onderdrukken en doden, en de belangen van de overheid moet dienen.
Ik geloof dat vrede niet zal worden bereikt door onze permanente bereidheid om wapens te dragen en te doden in plaats van vrede te promoten aan beide kanten.
Ondanks mijn afkeer van dwang ben ik wel bereid om een alternatieve burgerdienst die ten dienst staat van het leven.


Ik begon te denken over dienstweigering tijdens de militaire operatie ‘cast lead’ in 2008
Natan Blanc - Israël/Palestina

"Ik begon te denken over dienstweigering bij het Israëlisch leger ten tijde van de "Gegoten Lood”-operatie in 2008.  De golf van agressief militarisme die toen over het land spoelde, de uitingen van wederzijdse haat, en de holle woorden over het uitroeien van terreur en het creëren van afschrikking waren de belangrijkste redenen voor mijn weigering.  Vandaag, na al die jaren van terreur, zonder politiek proces in de richting van vredesonderhandelingen en zonder rust in Gaza en Sderot, is het duidelijk dat de regering Netanyahu, net als die van zijn voorganger Olmert, niet geïnteresseerd is in een oplossing van de bestaande situatie, maar juist in de voorzetting ervan.   In hun logica is er niets mis mee van een “Gegoten Lood Bis”-operatie om de drie of vier jaar te organiseren :  we spreken nog wat over afschrikking, we doden een paar terroristen, we nemen er een paar gedode burgers aan beide kanten bij, en wij bereiden de weg voor een volgende generatie vol haat aan beide zijden.
Als vertegenwoordigers van het volk hebben de leden van het kabinet blijkbaar geen plicht om hun visie op de toekomst van het land openbaar te maken.  Ze mogen gewoon doorgaan met deze bloedige cyclus zonder einde.  Maar wij, als burger en als mens, hebben de morele plicht te weigeren aan dit cynisch spel deel te nemen.  Daarom heb ik op 19 november 2012 besloten om dienst te weigeren in het Israëlische leger.