Menu

"Plicht, wat plicht, niks plicht"

"Plicht, wat plicht, niks plicht"

In 1976 werd ik voor het eerst opgeroepen voor militaire dienst. Ik was 18 en ik kon uitstel van dienstplicht krijgen omdat ik zou gaan studeren. Ik heb meteen het statuut van gewetensbezwaarde aangevraagd ook al wist ik dat ik elke vorm van dienstplicht zou weigeren maar ik had geen idee hoe ik dat moest aanpakken. Ik was toen reeds overtuigd van de "ni Dieu, ni maître” gedachte hoewel ik nog geen idee had wat anarchisme betekende. Het was mijn opa, een overtuigde socialist die de barricades meegemaakt had, die me tijdens onze ontelbare politieke discussies meermaals bestempelde als anarchist. Hoe dan ook, het was voor mij ondenkbaar dat ik in militaire dienst zou gaan en de overtuiging dat elk alternatief geschapen was om andersdenkenden te recupereren en af te leiden maakte het me onmogelijk voor een vervangende dienst te kiezen.

 

Twee jaar later ontmoette ik toevallig (?) Willem Bosma, een Nederlander die zich aan het voorbereiden was om een jaar later totaal te weigeren. Hij vertelde mij over de actiegroep Onkruit die zijn weigering ondersteunde en directe acties voerde om het militarisme aan de kaak te stellen. In die tijd vonden ook internationale bijeenkomsten van dienstweigeraars plaats om ervaringen uit te wisselen. Ik heb verschillende van deze conferenties bijgewoond. Er had in België niet eerder iemand op deze manier dienst geweigerd en de voorbeelden uit het buitenland hebben me geïnspireerd om mijn voornemen elke dienstplicht te weigeren door te zetten. Met een aantal gelijkgezinde vrienden werd een antimilitaristische actie gepland - het verstoren van een wapenbeurs in de Hallen van Kortrijk- en meteen was Onkruit België geboren. De actiegroep groeide naarmate er acties gevoerd werden. Er ontstonden verschillende lokale cellen. In Leuven organiseerde zich solidair een groep vrouwen tegen het militarisme die eigen acties ontwikkelde. Onze leuzen waren: "geen man, geen vrouw, geen cent voor het militarisme", en "plicht, wat plicht, niks plicht".

De Nederlandse totaalweigeraars kozen er bewust voor hun gevangenisstraf uit te zitten. Doorgaans was dat 18 maanden cel. De Belgische strafmaat was onbekend maar ik was niet bereid om de dupe te zijn van een dienstplicht die me opgelegd werd. Ik zag het totaal niet zitten om in de gevangenis te belanden en hoewel die kans reëel bestond hield ik me voor naar het buitenland te vluchten indien mogelijk.

Ik heb het marsbevel genegeerd om mij ter keuring aan te bieden en bijgevolg werd ik in maart 1982 opgeroepen voor de rechtbank van eerste aanleg in Leuven. Het proces werd tot drie keer toe verdaagd wegens verstoring van de orde in de rechtszaal. Er waren honderden mensen toegestroomd om mijn weigering te steunen en te animeren.

In mijn betoog voor de rechtbank heb ik veel aandacht besteed aan de argumenten die het weigeren van een burgerdienst verantwoorden. Wellicht vond ik dit nodig omdat voor het eerst in België een rechtszaak over totaalweigeren gevoerd werd en de zaak handelde bovendien over de weigering van burgerdienst gezien ik erkend was als gewetensbezwaarde. Dat was eigenlijk jammer omdat hierdoor een polarisatie dreigde te ontstaan met de mensen die hun burgerdienst vervulden en dat was helemaal niet de bedoeling. Hierbij enkele fragmenten uit mijn verdediging voor de rechtbank:

"Burgerdienst wil het idee scheppen van sociale hulp, een idee van democratische welwillendheid vanuit de staat. Maar de wet op de gewetensbezwaarden verraadt zichzelf. Deze wet stelt dat de gehoorzaamheid het fundament is van de gewetensbezwaarden en dat de minister van Binnenlandse Zaken de gewetensbezwaarden in dienst houdt tot hij zijn opleiding voltooid acht. De staat wil dus vooral gehoorzame burgers, die hen en hun criminele daden geen strobreed in de weg leggen. Hierbij wil ik de woorden van een Russische dissident citeren, Vladimir Bukowski, die zegt: "wij hebben een grote waarheid ontdekt, namelijk dat het niet het geweer, niet de tanks, niet de atoombom zijn die de macht voortbrengen en dragen. Macht ontstaat uit de gedweeheid van de mens doordat hij aanvaardt te gehoorzamen". Einde citaat. Machtigen weten welke de kracht van de ongehoorzaamheid kan zijn. Als men mij in de gevangenis stopt dan is dit niet om mij in hun systeem te doen geloven, maar om mijn onderwerping af te dwingen, of op zijn minst een compromis."

"Deze democratie is een schijndemocratie, als zij het totaalweigeren niet als logische houding en daad beschouwt. Deze democratie veroordeelt zichzelf door de veroordeling van dienstweigeraars."

"We hebben niets te verwachten van staat, leger en kapitaal. Er is maar één oplossing: we moeten het zelf maken. Vanuit deze gevoelens is een beweging ontstaan over alle grenzen heen, die zichzelf organiseert en strijd tegen verdrukking en voor wat zij vrijheid noemt. Ik beschouw mezelf als lid van deze beweging zonder knecht, en zonder meester."

"De procureur stelt dat ik me opzettelijk onthouden heb van een burgerdienst. Dat klopt. Ik zal het opnieuw doen als de kans zich voordoet. Als ik het niet zou doen, dan maak ik mezelf mede schuldig aan een misdaad die verkrachting heet. De staat heeft niet het recht beslag te leggen op ons lijf, en wat mij betreft, zeker niet op het mijne. Zelfs niet een dagje. Mijn daad is er een van burgerlijke ongehoorzaamheid."

"Ik weet dat de rechtbank alleen maar de wet kan of wil toepassen. Ik weet dat ik in overtreding bent met een van die wetten. Ik daag echter deze rechtbank uit om tegen de deontologische principes in een uitspraak te doen over de misdaden van de staat en over het totale dienstweigeren als verzet tegen deze misdaden. Als u zich daarin onbevoegd acht, dan is het uw taak als mens om deze bevoegdheid op te eisen en zodoende de democratie te vrijwaren. Ik daag de procureur uit om een onderzoek in te stellen naar de ware misdadigers in dit land en een vervolging in te stellen tegen al wie anderen wil onderdrukken."

Ik werd in Leuven veroordeeld tot vier maanden cel. De rechter wist dat het openbaar ministerie in beroep zou gaan en verklaarde bij het verdict: “Ik was mijn handen als Pontius Pilatus. Ik kan over deze man niet oordelen”.

Op 14 mei 1982 werd ik door de correctionele rechtbank van Brussel bij verstek veroordeeld tot 12 maanden effectieve gevangenisstraf wegens ‘insubordinatie’, of burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik was ondertussen gevlucht naar Amsterdam in de anonimiteit van de grote kraakbeweging in de jaren 80. Na de verjaring van de veroordeling, in 1989, keerde ik terug naar België. Ik was ervan overtuigd dat ik met rust gelaten zou worden, omdat iemand die veroordeeld was geweest tot 12 maanden celstraf in België als crimineel beschouwd werd en een crimineel geen dienstplicht mocht vervullen. Dit klopte blijkbaar slechts gedeeltelijk. In 1993, net voor de afschaffing van de dienstplicht, werd ik opnieuw opgeroepen voor dienst, de ultieme kans om mijn burgerplicht te vervullen. Een andere mogelijkheid was het dossier van de ‘crimineel’ volledig te maken en voor een commissie te verschijnen die me ‘onwaardig’ zou verklaren. Aldus is geschied. Als onwaardige Belg mag je bijvoorbeeld geen kind adopteren en geen ambtenaar zijn. Er is geen verjaring.

Toch kreeg ik eerherstel in 2003. Ik werd gevraagd als lesgever op een school en vermits ik niet subsidieerbaar was als ambtenaar vormde dat een probleem. Doch wijlen koning Boudewijn was in de jaren 80 zeer gul geweest met gratieverleningen, die ook mij ten goede kwamen en op basis van de enkele effectief resterende maanden celstraf en de ondertussen afgeschafte dienstplicht werd ik in eer hersteld. Ik heb zoete warme tranen gehuild. Ruim twintig jaren ballast vielen eensklaps van me af. Ik had niet het minste vermoeden hoezeer ik me gedurende al die jaren aangepast had aan een leven in ‘ballingschap’.





Martin Van Kerrebroeck,

Waardig Belg