Menu

Ik doe geen legerdienst en de kous is af?

Ik doe geen legerdienst en de kous is af?

1983. Er is veel aandacht voor de militaire stormloop naar een atoomoorlog. Plaatsing van pershings en cruises, neutronenbommen en MX-raketten, wie weet wat nog. De bereidheid en paraatheid van een land een oorlog tegemoet te treden hangt echter niet louter af van de strijdbaarheid van zijn militaire vernietigingsapparaat. Een volzin om te zeggen dat bij oorlogsplanning de mensen die achterblijven gewoon mee verrekend worden: om gewonden te veerzorgen, lijken te versleuren, gaarkeukens op te zetten, in crisisopvang van jonge weduwen te voorzien, de fabrieken draaiende te houden... 'De burgerverdediging is naast de militaire een onmisbaar en e ven belangrijk deel van de totale verdediging. Ze dient vooreerst voor de bescherming van de burgerbevolking, voornamelijk vanuit humanitaire overwegingen. Daarnaast moet ze in maatregelen voorzien om het staats- en regeringsapparaat te laten doorwerken, en de verpleging, de verzorging en ondersteuning van de strijdkrachten niet in het gedrang te laten komen. Zonder een functionele burgerverdediging is een militaire niet mogelijk.' (1)

Geprivilegieerde doelgroep voor de burgerverdediging zijn van oudsher de vrouwen. Strikt militaire kwesties zijn sinds mensenheugnis een mannenzaak. Een samenleving (haar mannen dus) die zich respecteert, verdedigt haar ouderen, kinderen, zwakken, zieken en vrouwen. Van vrouwen wordt een ideaal van geweldloosheid hooggehouden. Ze vormen een belichaamde loochening van de oorlogsdrift van mannen. Ze geven de samenleving een illusie van cultuur. Mannen voelen zich moreel verplicht hun vrouwen 'te verdedigen'. Of die daar om vragen en of met een leger wel vrouwenbelangen verdedigd worden, heeft nooit ter discussie gestaan. Wie wordt er nog beschermd door een afschrikkingssysteem dat haar 'beschermelingen' aan als maar waanzinniger gevaren blootstelt?

Daarenboven wordt van vrouwen verwacht dat ze mee voor de humanitaire opvang instaan in het geval dat... 'Als vrouwen opeens zouden beslissen op een dag ons hun medewerking op te zeggen, zouden we de kazernes wel kunnen sluiten... Het leger zou er niet meer zijn.' (2) Want wat hebben vrouwen niet allemaal in te brengen? 'Ze hebben veelal een rijbewijs, kennen iets van EHBO en ziekenzorg, weten hun weg in huishoudvoering, hebben geduld en begrip voor kommen en nood, zijn goedkoop en onderlegd in Kinder- en bejaardenverzorging, zijn geoefende psychologen als huisvrouw en moeder, en kunnen voor een grote groep koken.' (3) Was Florence Nightingale, 'De Engel der Slachtvelden', niet een oorlogsheldin?

Met de toenemende oorlogsgruwelen die een bevolking zal ondergaan ,rijst de vraag of de vrouwen de burgerverdediging nog alleen kunnen torsen. Zijn ze niet te sentimenteel, veelal minder betrouwbaar? Ze hebben de tucht van het bevel niet zo ingrijpend geleerd. En zie, een nieuwe groep dient zich aan. 'Doden kan men op gewetensgronden afwijzen, de lijdende helpen niet.'(4) En gewetensbezwaarden krijgen veelal een opleiding in de socio-medische sector. Kan het mooier? Het Rode Kruis is van haar kant ook volop bezig met de uitbouw van een Sociale Interventiedienst om 'vrijwilligers aan te werven, op te leiden en te trainen teneinde in oorlogstijd zijn medewerking te verlenen aan de gezondheidsdienst van het leger en aan de burgerlijke gezondheidsoverheden.'(5)

Wat houdt die oorlogsvoorbereiding nu concreet in? Welk programma's zijn er ter bescherming van de burgerbevolking? Medisch gezien wordt een opvang na een atoomaanval sterk betwijfeld. De gevolgen gaan ons voorstellingsvermogen zover te boven, dat ze vaak niet meer ernstig worden genomen (6) Reeds in 1962 is berekend dat boven een stad als Boston het bij een bom van 20 megaton 8 tot 14 dagen zou duren, vooraleer iedere hulpbehoevende één keer aan de beurt is gekomen bij één van de overlevende artsen. En dan nog als die 20 uur per dag en maar 10 m inuten per persoon werken.(7)

Tegenover deze en zoveel meer onheilskennnis stellen de autoriteiten maar één wondermiddel: de schuilkelder! Nochtans zijn er redenen te over om aan de effectiviteit ervan te twijfelen (zuurstoofgebrek, EMP, psychologische stress...) Maar vooral over het Erna wordt in alle talen gezwegen. Wie wil ook aan een vergiftigde en radio-actieve wereld herinnerd worden, tenzij in onschuldige ontspanningsfilmpjes.  Ondertussen draait de catastrofe-industrie wel op volle toeren. 'Als je er weer uitkomt, zal het een mooie wereld zijn. Het wordt een verrukkelijke plaats om helemaal opnieuw te beginnen', zo luidt een advertentie voor schuilkelders.(8) Of er wordt ingespeeld op de geïndividualiseerde angstgevoelens zonder ze maatschappelijk te duiden. 'Wat zou u doen, als de radio nu meldt, dat er een ernstig kernongeval gebeurd is in Doel...' (9) Meer en meer stellen artsen dat programma's ter overleving bij een kernconflict puur bedrog zijn. Proberen 'het aantal overlevenden bij een kernramp te vergroten is wreed en onproductief.' (10) De enige zinnige hulpverleningsactie is zorgen dat een oorlog voorkomen wordt.

In militair-medische kringen wordt van een andere logica uitgegaan. Daar spreekt men van een catastrofegeneeskunde en dito psychiatrie. De eerste houdt zich bezig met o.a. het snel kunnen bepalen van wie nog een gevechtswaarde heeft van enkel uren, dagen of weken. En de psychiatrie gaat uitmaken wie als paniekvatbare en dus 'besmettelijke' persoon tijdig moet worden uitgeschakeld. (11) Zijn die mensen gek die angst hebben voor een atoomoorlog en dat willen meedelen? De meeste catastrofeonderzoeken verlopen echter 'binnenskazernes'. We mogen niet weten hoe goed we wel beschermd worden.

Oorlog houdt moorden en verzorging in, de twee gaan onverbrekelijk samen. De soldaat mag zich niet kunnen inlaten met de directe gevolgen van zijn daden of hij zou gewetenswroeging kunnen krijgen. Daarnaast is er de verzorg(st)er die de verantwoordelijkheid van de moordenaars onttrekt, hen behoedt voor de onthutsende confrontatie, maar zich anderzijds niet hoeft in te laten met de oorzaak van het plotse werk. Zo is de cirkel rond, niemand voelt zich schuldig en allen maken deel uit van het oorlogsapparaat. Kan dienstweigering dan nog enkel tot het militaire domein beperkt worden? Wat is het statuut van gewetensbezwaarde of het vrijgesteld-zijn van militaire dienst (bv. als vrouw) dan nog waard? Individueel kan ik de handen nog witwassen, 'Ik schiet toch niet'; maar juist omwille van mijn 'menselijkheid' word ik desondanks mee in de oorlogsvoorbereiding ingepland. Is het dan onverantwoord paniekzaaiend tegen de bewapeningswaanzin op te komen en alle oorlogsdiensten te weigeren? Of is het rechtvaardigbaar dat via hulpbereidheid het onverdraaglijke verdraagbaar wordt aangepraat?

Er is geen wettelijke grondslag voor dit soort van 'totaalweigeren'. We dachten dat het eerlijk was om alvast onze weigering desondanks officieel bekend te maken. Via een persoonlijke brief aan de Minister van Binnenlandse Zaken, Leuvenseweg 1, te 1000 Brussel. Wat zou het zijn als zoveel mensen dat deden dat ze zich vragen over hun burgerverdediging zouden stellen?
(…)

noten:
(1) uit het Witboek over Burgerverdediging in de BRD, blz 115
(2) West-Duits oorlogsminister Leber in 'Informationen für die Truppen' 2/76
(3) B.Osang in het tijdschrift 'Zivilverteidigung'
(4) F.Seidler in 'Frauen und Waffen' 1978
(5) uit een enquête van het Comité Vlaams-Brabant aan alle welzijnsinstellingen uit de regio of en hoe ze zich nuttig zien in een mogelijke oorlog. Brief van 9 februari 1983
(6) zie voor een uitvoerige beschrijving het boek 'En niemand hoort je huilen' van Deloof 1 Deloof, Kritak Leuven, 1982
(7) onderzoek van de Physicians for Social Responsibility, geciteerd in Cahier 8 van de Nederlandse vereniging voor medische polemologie
(8) van de firma Calvin Zehring uit Pennsylvania, aangehaald in het Nederlands 'Nieuwsblad van het Zuiden' van 28 maart 1981
(9) uitspraak van Prof. Patricia Lindop, Britse radiobiologe, e.a.
(10) van de firma Civil Survival uit Diegem, gerund door een reserve-officier van het Belgisch leger
(11) uit het tijdschrift Courage, feb 1983 blz 81, 'Wer Angst hat ist krank' door Dr Nils Poerksen, directeur van een psychiatrische kliniek

Lieven Verheyen (e.a.)
uit “Plicht... wat plicht? Niks plicht” Anti Militaristisch Bureau,  Leuven 1983