Menu

Strijdkoren & strijdliederen

Artikelindex

Mensen hebben altijd gezongen en hebben altijd al zingend geprotesteerd.
Koorzang brengt mensen samen, maar zingen verbindt ook mensen wereldwijd.


Zingen tegen de oorlog: het anti-oorlogslied

Doorheen alle tijden en wellicht ook alle culturen hebben mensen over oorlog gezongen. Sommige zijn (helaas) voor en vele zijn tegen. De liederen pro oorlog moesten vaak gezongen worden, door soldaten bijvoorbeeld die via de liederen er de moed moesten inhouden. Anti-oorlogsliederen worden uit overtuiging gezongen. Er zijn veel vormen die deze liederen kunnen aannemen. Ze kunnen gaan over de wreedheid van de oorlog, of over de dienstplicht waarmee burgers gedwongen worden om ten oorlog te trekken, over de misdaden die ttegen onschuldigen begaan worden en de leugens waarmee de overheid haar oorlog poogt te verkopen. Maar ook na de oorlog wordt gezongen over de ellendige nasleep en de lessen die eruit getrokken zouden moeten worden. Uiteindelijk willen anti-oorlogsliederen ertoe bijdragen om nieuwe oorlogen te voorkomen.

Liedjesmakers kunnen heel verschillende redenen hebben voor hun anti-oorlogslied. Misschien verloor hij of zij een familielid of vriend in de oorlog, of was zij of hij zelf betrokken bij het oorlogsgebeuren. Maar vaak drukken ze er ook een algemeen verlangen naar vrede en veiligheid in uit.

Wie nood heeft aan een goed tijdloos ant-oorlogslied kan hier kijken: http://www.antiwarsongs.org/stats.php?lang=en. Deze database bevat 20062 anti-oorlogsliederen van over heel de wereld in 24925 verschillende versies. 6256 auteurs zijn vertegenwoordigd en ze schreven hun liederen in 112 talen (129 met alle versies) (stand 27/10/13).


Politieke koorzang

Al in de 19e eeuw waren er “politieke” koren die het opnamen voor de strijd van de arbeiders en deel uitmaakten van de arbeidersbeweging. Maar wat in Duitsland de ‘democratische koorbeweginggenoemd wordt, is ontstaan in de jaren zeventig. Samen met de opkomst van sociale bewegingen buiten de bestaande politieke partijen, groepeerden mensen zich die solidair met deze sociale beweing wilden zingen. Twee kenmerken typeren deze koren:

a ) inhoud is belangrijk en deze koren willen al zingend hun steen bijdragen voor vrede, rechtvaardigheid en tolerantie, voor meer democratie in de economie en de samenleving, voor sociale rechtvaardigheid in de hele wereld. Er wordt gezongen op straat, tijdens betogingen, maar ook tijdens benefietconcerten, meetings, alternatieve markten en bijeenkomsten. En ten slotte ook meer en meer met eigen avondvullende producties. Het ‘bewegingsaspectkrijgt daarbij steeds meer aandacht. Een staand uniform gekleed koor met partituur in de hand is passé.

b ) maar ook de vorm typeert deze koren. Ze kiezen voor een democratische structuur. Er wordt gediscussieerd, de mening van de koorleden is belangrijk, een demcratische stuurgroep leidt het koorleven in goede banen.

In 2008 gingen we naar aanleiding van het 30-jarig bestaan van het Brussels Brecht-Eislerkoor op zoek naar deze koren in Vlaanderen. We vonden er meer dan 35. Ze bleken niet verenigd en ze gebruikten verschillende benamingen om hun koortype te omschrijven: strijdkoor, solidariteitskoor of wereldkoor. Af en toe kwamen ook straatkoor of actiekoor voor. Maar politieke koorzang leeft en heeft een mooie toekomst.


’Ons zingen moet strijdbaar zijn’: over Hanns Eisler

Voor Hanns Eisler was het doel van koorzang niet meer om concerten te brengen, maar om politieke verandering te bewerkstelligen. Het strijdlied moest voor Eisler het orgelpunt zijn van een leerproces waarbij de theorie wordt omgezet in de praktijk. Daarom moest het strijdlied begrijpbaar, kernachtig, precies en energiek zijn. Eisler nam van Brecht over dat het publiek niet mag meegesleept of overrompeld worden. Strijdliederen moeten tot discussie aanzetten. Eisler ging samen met Brecht Leerstukken schrijven. De Maatregel bijvoorbeeld zagen ze niet meer als een theatervoorstelling, maar als een politieke meeting : voor toeschouwers én spelers moest het een leerrijke ervaring worden. Agitatie was het middel met als doel de bevrijding van de arbeider. Eisler wantrouwde emoties als manier om dit te kunnen bereiken. Voor Eisler moest de muziek een scherpe koude grondtoon hebben, zodat de teksten goed naar voor komen en voor alle toeschouwers verstaanbaar zijn.

Toen de repressie groeide in Duitsland, zocht Eisler andere kanalen om het massalied te verspreiden. De film Kuhle Wampe is zo’n voorbeeld. De AgitProp-troep Das Rote Sprachrohr zingt er het Solidaritätslied en stimuleert de arbeiders om mee te zingen. Zo slaagt Eisler erin ook met dit lied een brug te slaan tussen reflecterende en agiterende kunst. Eisler was een muzikale duizendpoot. Hij schreef filmmuziek, orkest- en koorwerken, pianostukken en werken voor kinderen, ... Maar hij wilde met zijn muziek ook bijdragen aan de revolutionaire arbeidersbeweging: muziek als wapen ! Hij had daarvoor drie werkinstrumenten: het strijdlied, de agitprop en het leerstuk.

Aanvankelijk was agitprop een vorm van volkstoneel uit de beginjaren van de Russische revolutie. Aangezien de overgrote meerderheid van de bevolking analfabeet was, werden toneel, zang en beelden gebruikt om een veel breder publiek te bereiken dan met traditioneel-artistieke middelen mogelijk zou zijn geweest. Bij de klassieke Agitprop moest de propaganda op de geest werken en de agitatie op de emoties. Eisler zag de pedagogische mogelijkheden van agitprop in. Hij wilde op die manier „de ideeën van de werkende klasse en de actuele problemen in de klassenstrijd begrijpbaar en bereikbaar maken”. De liederen die hij voor agitproptroepen schreef, moesten een samenhorigheidsgevoel onder de werkende klasse creëren en ze het perspectief bieden dat er alternatieven bestaan voor het kapitalisme. Hij wilde dat zijn liederen zouden ontsnappen aan de culturele ramp die de populaire muziek voor hem geworden was. Zijn liederen moesten al een voorbode zijn van de nieuwe wereldorde die eraan zat te komen.

Voor Brecht was het doelpubliek van zijn Lehrstücke vooral de uitvoerders zelf. Het maak- en inoefenproces van het leerstuk moest een pedagogische en wervende werking op de arbeiders en amateurs hebben die het stuk dan later zouden opvoeren. Daarom schreef Eisler muziek voor Arbeiterchöre en Blechbläserorchester, omdat de arbeiders daarin reeds actief waren en zo gemakkelijk bereikt konden worden. Voor Brecht en Eisler was het leerstuk een echt onderdeel van een sociaalprogressieve arbeiderscultuur.

Wat doet een Brecht-Eislerkoor daarmee anno 2012? Is Eislers werk deel van de erfgoedcanon of leeft het nog en inspireert het onze kooractiviteiten?


Is WaanVlucht! een project in Eisleriaanse traditie?

Strijdlied :

Strijdliederen komen tot hun recht op straat, aan het militaire hek, bij betogingen en acties, maar ze klinken ook goed in een zaal waar gedebatteerd wordt, waar een viering gehouden wordt, waar moed en strijdlust van pas komen. Natuurlijk zingen we ook strijdliederen van andere origine : partizanenliederen, liederen uit de burgerrechtenbeweging, vakbondsliederen, vredesliederen, milieuliederen, ... Maar het valt wel op dat er in ons repertoire weinig nieuwe muziek zit die expliciet als strijdlied gecomponeerd werd. Stop the War! is een voorbeeld dat door Frederic Rzewski in 2003 gecomponeerd werd onmiddellijk na de invasie in Irak. Rzewski situeert zich zoals Eisler in de klassiekemuziektraditie. Sinds de jaren 70 is er echter meer input vanuit de brede sociale en protestbewegingen, wat een ander soort strijdliederen oplevert. De vredesbeweging en dan vooral de Britse schonk ons nieuwe liederen (bv. Can’t forbid us to sing, Greenham Common, jaren 80). De Zotten Oorlog van De Nieuwe Snaar (1981) is een voorbeeld van hier. Of de Ode een verrijking zal zijn van het strijdliederenrepertoire valt nog af te wachten. Uit het enthousiasme van de deelnemende koren mogen we afleiden dat het een aanwinst is voor het strijdkorenrepertoire.

Agitprop :

Of een strijdkoor dat vandaag nog kan waarmaken ? We zijn aanwezig op straat en deelname aan betogingen en acties voeren we hoog in het vaandel. We zingen er onze liedjes en ook bij acties hopen we dat onze stem door zijn kracht de geesten en harten bereikt. Stop the War van Rzewski is een partituur waarbij een enscenering voorgeschreven is. Een moderne vorm van agitprop zou de flashmob kunnen zijn : plots ergens met een (grote) groep mensen op een openbare plek opduiken, iets ongebruikelijks doen en daarna weer verdwijnen.

En wat te denken van de Palestina-acties op het terrein ? De CheckPointSingers ? Agitprop is het niet, maar het is een actievorm met vergelijkbare doelstellingen die ons beter ligt : on the scene of the Crime zingen ! Het werkte ook in Kleinen Borgel bij Zingen tegen Kernwapens. Het overtuigt, vraagt vooral aanwezigheid en stemvolume, is direct en ondubbelzinnig. Zie checkpointsingers.blogspot.com.

Leerstuk :

Leerstukken waren voor bevlogen kunstenaars als Brecht en Eisler wellicht eerder een (om het met een modern woord te zeggen) top-downproductie. Bij de huidige strijdkoren zijn de structuur en het besluitvormingsproces basisdemocratisch. Meezingen in een strijdkoor, liederen kiezen en instuderen, discussiëren over inhoud en zinvolheid, samen plannen en doorvoeren van avondproducties, deelnemen aan acties en manifestaties, ook en vooral het zingen on the scene of the crime, strijdkoren zijn een Lehrstück op zich geworden.

BBEK bracht in 1995 nog een ‚gewone’ scenische cantate (In Paradisum) en in 1999 een ‚tot leven gebrachte’ liederencollage (Dieren met een vreemde geur). Met de komst van huisregisseur Vital Schraenen werd Mensenzee (2001) een mengeling van muziektheater met het koor als dramatis persona en verhaallijnen die de toeschouwer aan het denken zetten. Bij Vergeten Straat (2004) spreken we voor het eerst van een volksopera. In 2006 brengt het koor een ‚werkplaatsproductie in een video-omgeving’ (Brecht voor de Raap) en in 2009 de onvolprezen ‚cantate voor groot koor’ Shouting Fence waarbij het publiek in de actie betrokken wordt. Vanaf 2012 brachten we ten slotte het ‚koorspektakel gezongen aan een koffietafel ter ere van het socialisme’ (Vive la Sociale). WaanVlucht! past in die traditie van koorproductie met een maatschappelijk relevantie en een grote publieke betrokkenheid.