Menu

Strijdkoren & strijdliederen - Over Hanns Eisler

Artikelindex

’Ons zingen moet strijdbaar zijn’: over Hanns Eisler

Voor Hanns Eisler was het doel van koorzang niet meer om concerten te brengen, maar om politieke verandering te bewerkstelligen. Het strijdlied moest voor Eisler het orgelpunt zijn van een leerproces waarbij de theorie wordt omgezet in de praktijk. Daarom moest het strijdlied begrijpbaar, kernachtig, precies en energiek zijn. Eisler nam van Brecht over dat het publiek niet mag meegesleept of overrompeld worden. Strijdliederen moeten tot discussie aanzetten. Eisler ging samen met Brecht Leerstukken schrijven. De Maatregel bijvoorbeeld zagen ze niet meer als een theatervoorstelling, maar als een politieke meeting : voor toeschouwers én spelers moest het een leerrijke ervaring worden. Agitatie was het middel met als doel de bevrijding van de arbeider. Eisler wantrouwde emoties als manier om dit te kunnen bereiken. Voor Eisler moest de muziek een scherpe koude grondtoon hebben, zodat de teksten goed naar voor komen en voor alle toeschouwers verstaanbaar zijn.

Toen de repressie groeide in Duitsland, zocht Eisler andere kanalen om het massalied te verspreiden. De film Kuhle Wampe is zo’n voorbeeld. De AgitProp-troep Das Rote Sprachrohr zingt er het Solidaritätslied en stimuleert de arbeiders om mee te zingen. Zo slaagt Eisler erin ook met dit lied een brug te slaan tussen reflecterende en agiterende kunst. Eisler was een muzikale duizendpoot. Hij schreef filmmuziek, orkest- en koorwerken, pianostukken en werken voor kinderen, ... Maar hij wilde met zijn muziek ook bijdragen aan de revolutionaire arbeidersbeweging: muziek als wapen ! Hij had daarvoor drie werkinstrumenten: het strijdlied, de agitprop en het leerstuk.

Aanvankelijk was agitprop een vorm van volkstoneel uit de beginjaren van de Russische revolutie. Aangezien de overgrote meerderheid van de bevolking analfabeet was, werden toneel, zang en beelden gebruikt om een veel breder publiek te bereiken dan met traditioneel-artistieke middelen mogelijk zou zijn geweest. Bij de klassieke Agitprop moest de propaganda op de geest werken en de agitatie op de emoties. Eisler zag de pedagogische mogelijkheden van agitprop in. Hij wilde op die manier „de ideeën van de werkende klasse en de actuele problemen in de klassenstrijd begrijpbaar en bereikbaar maken”. De liederen die hij voor agitproptroepen schreef, moesten een samenhorigheidsgevoel onder de werkende klasse creëren en ze het perspectief bieden dat er alternatieven bestaan voor het kapitalisme. Hij wilde dat zijn liederen zouden ontsnappen aan de culturele ramp die de populaire muziek voor hem geworden was. Zijn liederen moesten al een voorbode zijn van de nieuwe wereldorde die eraan zat te komen.

Voor Brecht was het doelpubliek van zijn Lehrstücke vooral de uitvoerders zelf. Het maak- en inoefenproces van het leerstuk moest een pedagogische en wervende werking op de arbeiders en amateurs hebben die het stuk dan later zouden opvoeren. Daarom schreef Eisler muziek voor Arbeiterchöre en Blechbläserorchester, omdat de arbeiders daarin reeds actief waren en zo gemakkelijk bereikt konden worden. Voor Brecht en Eisler was het leerstuk een echt onderdeel van een sociaalprogressieve arbeiderscultuur.

Wat doet een Brecht-Eislerkoor daarmee anno 2012? Is Eislers werk deel van de erfgoedcanon of leeft het nog en inspireert het onze kooractiviteiten?