Menu

Partners

Artikelindex

Het Kaaitheater

Het kunstencentrum Kaaitheater werd opgericht in 1977. In oorsprong was het een tweejaarlijks, internationaal festival. Sedert 1987 ontplooit het Kaaitheater een permanente seizoenswerking. Het presenteert theater, dans en concerten, met een sterke nadruk op vernieuwend werk. Veel aandacht gaat naar het opzetten van eigen producties en coproducties, met kunstenaars en groepen uit binnen- en buitenland.

Het Kaaitheater presenteert voorstellingen op twee locaties: in het Kaaitheater zelf (Sainctelettesquare 20) staan de grote producties; kleine producties vinden een speelplek in Kaaistudio’s (Onze-Lieve-Vrouw van Vaakstraat 81), een voormalige geuzebrouwerij. De Kaaistudio’s worden ook druk gebruikt voor repetities. Het Kaaitheater en de Kaaistudio’s zijn beide gelegen in de Brusselse kanaalzone, op een boogscheut van elkaar en van het stadscentrum.

Elk jaar presenteert het Kaaitheater ruim 70 producties, door artiesten en groepen uit een twintigtal landen. Daar zijn bekende en minder bekende namen bij, sommige hebben een lange geschiedenis met het Kaaitheater, andere staan hier voor het eerst. Dat geldt ook voor ons publiek: sommige toeschouwers zijn habitués, maar elk seizoen verwelkomen we ook vele nieuwe bezoekers, jong en oud en alles daartussenin.

Onze bezoekers bieden we sinds jaar en dag vele faciliteiten: democratisch geprijsde tickets die goedkoper worden naarmate u vaker komt, reducties voor zowat iedereen, inleidingen, nagesprekken, debatten, lezingen…


Ruud Gielens

Ruud Gielens studeerde toneelregie aan het Brusselse Rits. Hij is echter op de meest verscheiden terreinen van de podiumkunsten werkzaam. Zo realiseert hij decor- en lichtontwerpen en regisseert en speelt hij bij verschillende gezelschappen In België en daarbuiten. Zijn maatschappelijke engagement brengt hem ertoe zeer diverse politiek geëngageerde projecten en voorstellingen tot stand te brengen, die vertrekken vanuit een grote voorliefde voor de interdisciplinariteit en die de meest uiteenlopende vormen kunnen aannemen.

Ruud Gielens vormde vlak na zijn afstuderen samen met o.a. Mourade Zeguendi en Zouzou Ben Chikha het gezelschap Les Glandeurs. De motivatie hiervoor lag in zijn toenemende interesse voor de mogelijkheden en gevaren van de multiculturele samenleving in een grootstad als Brussel. Deze compagnie maakte in 2002 in samenwerking met Théâtre de Galafronie, Grensstraat 41 Rue de la limite. 

Na 2 jaar sluiten Ruud Gielens en Mourade Zeguendi zich aan bij Union Suspecte dat ondertussen is opgericht door Chokri en Zouzou Ben Chikha. Het gaat hier om een samenwerkingsverband tussen opgeleide en niet-opgeleide, vooral allochtone kunstenaars. Gedurende bijna 10 jaar maken ze voorstellingen rond themas en problemen van de multiculturele samenleving en exploreren bij voorkeur materiaal dat ontleend worden aan het Vlaams cultureel erfgoed. Bij Union Suspecte werkte hij mee aan de voorstellingen: De Leeuw van Vlaanderen, Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen, We People, BVBA Borderline, They eat People, Carnival of Guilt, 25 Minutes to Go, Back to School en Haven 010.

Verder regisseerde hij onder meer bij Theater Antigone Gevecht met nè neger en honden en bij het Kaaitheater de Revue des utopies perdues en Het Moment waarop wij niets van elkaar wisten. Hij speelde meerdere malen bij Luk Percval in L. King of Pain, Dood van een Handelsreiziger en Turista enin de Berlijnse Schaubühne speelde hij onder meer in Thomas Ostermeiers Woyzeck, alsook aan het Deutsches National Theater in Weimar vertolkte hij Richard III in een regie van Thomas Thieme. Bij Muziektheater Transparant regisseerde hij de operas Samson van G.F. Händel en Platée van Jean-Philippe Rameau.

Van 2005 tot en met 2009 was hij vast lid van de artistieke kern van de KVS in Brussel, alwaar hij ondermeer de voorstellingen Liberté, Egalité, Sexualité, Singhet ende weset vro, Revue, Kroum, Biedermann en de Brandstichters en Bezette Stad creëerde.

In de zomer van 2011 maakte hij in Egypte de voorstellingLessons in Revolting samen met zijn partner Laila Soliman, vanaf 2012 zal hij zijn artistiek parcours voornamelijk in Egypte ontwikkelen, dit als regisseur en producent.


Frederic Rzewski

Frederic Rzewski (Westfield (Massachusetts, 13 april 1938) is een Amerikaans componist, muziekpedagoog en pianist. In 1960 ging hij in Italië bij Luigi Dallapiccola studeren en raakte vertrouwd met de muziek van Pierre Boulez, Karlheinz Stockhausen, John Cage en anderen. Hij stichtte het ensemble Musica Elettronica Viva, een ensemble dat improviseerde met elektronisch bewerkte instrumenten. In 1971 keerde hij terug naar New York. De toenmalige directeur van het Conservatoire Royal in Luik, Henri Pousseur, nodigde Rzewski in 1977 uit om er een alternatief artistiek traject te creëren waarin aandacht voor spontaneïteit, improvisatie en nieuwe muziek zou zijn. Rzewski bleef als compositieleraar van 1977 tot 2003 in Luik.

Rzewski heeft een aantal pianowerken geschreven, die hij vaak zelf uitvoert. Deze werken zijn opvallend toegankelijk en traditioneel van aard. Dit doet hij om zijn werken, die bijna steeds een politieke lading hebben, voor de arbeidersklasse begrijpelijk te houden. Om deze reden wordt hij wel eens vergeleken met de Brit Cornelius Cardew, een componist die in zijn latere werk een sterk geëngageerde stijl aannam en in fabriekshallen optrad. Rzewski's muziek draagt stijlkenmerken die aan avantgardecomponisten ontleend zijn.

Uit een programmabrochure van de Singel in Antwerpen : „Frederic Rzewski heeft daarnaast sociale wantoestanden en politieke onderdrukking aangeklaagd en de lof van een alternatief links maatschappelijk model bezongen. De gewijzigde verhouding tussen componist, uitvoerders en luisteraars zoals Rzewski die vormgeeft in tal van zijn werken, is op te vatten als anticipatie van een maatschappijvorm waarin grotere gelijkheid heerst tussen de mensen. Naast een artistiek gaat het dus ook om een sociaal experiment op microniveau, een utopische voorafname op een betere samenleving. Daarnaast geven ook titels en teksten blijk van zijn politieke betrokkenheid.”

Twee van zijn bekendste werken, ‘Coming Together’ (1971) en ‘Attica’ (1972), geven lucht aan zijn verontwaardiging over een opstand in de Attica gevangenis in New York, die op ongemeen bloedige wijze werd neergeslagen (43 doden). Maar het bekendste is ongetwijfeld The People United Will Never Be Defeated! (1975), een reeks van 36 variaties op het socialistische lied El pueblo unido jamas sera vencido!, waarbij hij een tonaal thema bewerkt met technieken als serialisme en minimalisme.

In 2013 componeerde hij het verplicht werk Dream voor de Koningin Elisabethwedstrijd 2013 (voor piano) dat door alle halve-finalisten gespeeld werd.

Verschillende koren zingen van hem de straatcanons Stop the war (1995) en NoMoreWar (2005).