Menu

Het proces Hem Day – Leo Campion (1933)

Het proces Hem Day – Leo Campion (1933)

Hem Day en Léo Campion hadden in hun jonge jaren hun dienstplicht vervuld, respectievelijk in 1922 en 1925. Op 28 februari 1933 stuurden beiden echter hun militair boekje terug aan de minister van landsverdediging, vergezeld van volgende brief:
“Attendu que la guerre est un crime contre l'humanité, attendu que le gouvernement belge l'a implicitement reconnu en signant le Pacte Briand-Kellog, attendu que le projet Devèze interdisant toute propagande pacifiste intégrale ne peut être admis par les hommes probes et libres, attendu qu'ayant rempli jusqu'à ce jour leurs obligations militaires ce qui est le plus grand regret de leur vie, les soussignés décident de renvoyer à son Excellence, M. Albert Devèze, Ministre de la Défense Nationale, leur livrets respectifs, lui signifiant par ce geste, leur intention formel de se refuser dorénavant à toute participation directe ou indirecte à la défense nationale, et leur profond mépris pour le projet de loi dont il est l'auteur.” Was getekend Léo Campion, secretaris van de Belgische sectie van de W.R.I (War Resistance International) en Hem Day (M.D., Marcel Dieu), secretaris van het CIDA (Comité International de Défense Anarchiste).1


Hun actie was ingegeven door het wetsvoorstel dat de liberalen Devèze en Janson even daarvoor hadden ingediend en dat bestraffing inhield van de belediging van 's Lands vlag en 's Rijks wapen, bestrijding van ophitsing tot dienstweigering en bestrijding van belediging ten opzichte van officieren in dienst van het leger. Verder waren ze ook van mening dat België het Briand-Kellog Pact van 27 augustus 1928, dat de oorlog verbood als werktuig van nationale politiek, niet voor niets had ondertekend. Dit verdrag, waarvan België één van de eerste ondertekenaars was, accentueerde de détente tussen Duitsland en Frankrijk, en werd getekend, naast de drie eerder genoemde landen, door de VSA, Tsjecho-Slowakije, Groot-Brittannië en zijn overzeese gebieden, Italië, Japan en Polen. Het Belgisch parlement keurde het verdrag goed op 16 maart 1929. Zoals Hem Day later getuigde: “Si nous choisimes cette époque pour prendre position, c'est que face à un gouvernement réactionnaire que nous avaient donné les élections de novembre 1932, nous voulions prendre nos responsabilités, alors qu'ils se proposaient d'édicter des lois scélérates, qui viseraient non seulement les objecteurs de conscience mais tous ceux qui, à l'abri d'une législation répressive non existante, excitaient à ce qu'il parait les jeunes gens au refus de servir.”2

Albert Devèze was als liberaal voor Brussel in de Kamer gekomen in 1912 en speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van het liberalisme na de eerste wereldoorlog. In de regering Carton de Wiart was hij, vanaf 20 november 1920, minister van Landsverdediging. Op 16 oktober 1921 had te La Louvière een socialistische meeting plaats die de legerdienst wou beperkt zien tot zes maanden. Op deze manifestatie werd, in het bijzijn van minister E. Anseele, de vlag met het gebroken geweer rondgedragen. Voor Voor A. Devèze was dit een daad van antipatriotisme en hij vroeg het ontslag van Anseele. Op 19 oktober legden alle socialistische ministers hun portefeuille neer, wat het einde was van de drieledige regering Carton de Wiart. P.H.Spaak, die later Hem Day zou verdedigen in zijn dienstweigeringsproces, had in 1924 over deze Devèze geschreven: “Il a trahi successivement la libre pensée et la démocratie.(...) Il a évoqué la guerre et toutes...ses joies; seuls, en effet, les mauvais patriotes pensent que la guerre est une chose affreuse; pour M. Devèze, qui a connu tant de déceptions depuis l'armistice, la 'geurre c'était le bon temp' (…): la discipline était régulière et sûre; il n' y avait pas de questions de langue, (...)”3

Van 6 augustus 1923 tot 17 december 1932 was Devèze journalist, daarna werd hij opnieuw minister van Landsverdediging, wat hij zou blijven onder de regering Van Zeeland. Op 15 maart 1933 liet minister Devèze Hem Day en Léo Campion terug oproepen, als disciplinaire maatregel volgens artikel 75 van de militiewet. De minister ging met andere woorden de confrontatie aan.

Hem Day ontving zijn oproeping in de gevangenis van Sint-Gillis waar hij zijn straf van twee maanden uitzat nadat hij een veroordeling had opgelopen, dit na hij was slaags geraakt met een agent in burger tijdens een solidariteitsmeeting met een andere dienstweigeraar Rutger Simoens. Léo Campion publiceerde in 'Le Rouge et Le Noir', dat hun zaak op de voet, van week tot week, volgde, een open brief aan Devèze. Hij schreef o.a.: “Il faut, Mr Devèze, que vous ayiez bien grande crainte de l'essor que prendra l'idée antimilitariste pour décider de telles mesures contres ses propagandistes. (…) Ce n'est pas en persécutant les objecteurs de conscience que vous supprimerez l'objection de conscience. (…) Je ne vous considére pas comme un ennemi, mais simplement et humainement comme un adversaire; vos récentes exhibitions dans toutes les casernes du royaume me faisant vous situer plutôt comme un cas pathologique. (…) Je suis civil, j'entends le rester.”4

Hem Day publiceerde eveneens een verklaring in 'Le Rouge et Le Noir' : “ A la provocation gouvernementale, je répondrais: prêt à défendre les idées que je n'ai cessé de propager depuis qu'elles sont siennes, et prêt à continuer à aider ceux que les pouvoirs publics condamnent pour leur idéal. Je tiens à déclarer que je récuse de la façon formelle, le droit à toute autorité militaire de s'occuper de ma vie et ne lui reconnais aucun pouvoir de juger les actes de ma conscience.” 5
Het zou de sleutel tot de hele verdere zaak worden: Hem Day en Léo Campion wilden, anarchist zijnde, het militaire gezag niet erkennen, en dit zou ook blijken uit het verloop van hun zaak. Op 19 mei werden beide weigeraars deserteur verklaard en kwamen zij op de lijst van de gezochten.

Op de ochtend van 6 juni 1933, toen Hem Day, die voor jusititie gewoon Marcel Dieu zou heten, met zijn vriend Léo Campion op wandel was in de buurt van het Rogierplein in Brussel, werd hij opgemerkt door de speciale agenten Jean Sterckx en Jules Van de Seppe, van de gerechtelijke brigade van de hoofdstad. Om 11 uur werd hij gearresteerd, terwijl men Campion, om onopgehelderde redenen, gewoon liet lopen. Tijdens de eerste ondervraging die ochtend, vroegen de agenten aan Marcel Dieu of hij deserteur was en ze kregen het antwoord “nee”, want hij, Marcel Dieu, erkende de militaire autoriteiten niet. Daarop werd hij naar het militair auditoraat overgebracht. Daar werd hij ondervraagd door de auditeur De Longueville. Weer benadrukte Marcel Dieu dat hij anarchist was, en weigerde hij zijn verklaring te tekenen, zoals steeds het geval zou zijn, ook voor Léo Campion. De dag erna bood Léo Campion zich spontaan aan op de gendarmerie van Brussel, uit solidariteit met zijn gearresteerde vriend. Ook hij verklaarde, daarover ondervraagd op 8 juni, libertair te zijn en geen autoriteit te erkennen.

Hem Day werd ondervraagd op 6, 7, 14 en 27 juni. Toen men hem de 27ste vroeg waarom hij alle verklaringen weigerde te ondertekenen, antwoordde hij: “J'ai refusé de signer mes interrogatoires et je ne signerai pas d'avantage celui-ci parce que je me refuse à reconnaître tout pouvoir officiel quelqu'il soit.”  Op de vraag of hij na zijn eventuele vrijlating hetzelfde zou doen antwoordde hij resoluut met “ja”. Beide dienstweigeraars verschenen dan voor de Krijgsraad te Brussel, op 19 juli 1933. Hem Day had Paul-Henri Spaak als advocaat gekozen, ironisch genoeg na de Tweede Wereldoorlog secretaris-generaal van de NAVO. Léo Campion had twee advocaten, Mr Maurice Beublet, van de balie van Brussel, een communist, die later in het verzet zou sterven. De tweede advocaat was Mr Charles Morris van de balie van Luik, en Grootmeester van de Belgische Federatie van het “Droit Humain”, een vrijmetselaarsvereniging waar naast Campion zelf, ook Hem Day toebehoorde.

Om 9 uur 's morgens zou het proces beginnen, maar de Krijgsraad kende blijkbaar het militaire uur niet, en liet de vele aanwezigen wachten. Campion en Dieu werden met de handboeien aan binnengebracht. Campion had zijn baard laten groeien, waardoor hij op Verlaine leek, aldus het verslag van een toeschouwer.  Marcel Dieu had zijn haar tot een “longueur vraiment impressionante” laten groeien. Toen de Krijgsraad binnen kwam, weigerden de aanwezigen op te staan, maar de rechters lieten de zaal niet ontruimen. Voorzitter was Majoor van de Luchtmacht, Gillis, die werd bijgestaan door de Kapiteins Closset en Buchet, de Luitenant Rosart, de burger Mechelynck en met als griffier Cox. De auditeur was Mathieu.6

Het zou vooral de burgerlijke rechter, Mechelynck, zijn die de debatten zou leiden, “jusque l'heure du verdict qu'il trouve ridicule, semble-t-il, d'avoir tant fait tarder”. De auditeur zette allereerst de feiten uiteen. Mathieu had geen kwaad uiterlijk en leek op een “bon père de famille” aldus het verlsag in LRN. Er ontspon zich volgende typische dialoog:

“A votre sortie de prison, vaus aurez à rejoindre votre corps sans délai: que ferrez-vous?” Campion répond: “il y a 9.999 chances sur 10.000 que je ne rejoigne pas”.
“Donc il y a une chance que vous rejoignez?” A quoi Campion a dit: “Monsieur interpète ma pensée. Il y a une chance que je devienne fou.”
Le président: “Dites 'Monsieur l'auditeur'.” Campion: “en ma qualité d'anarchiste, je n'attache aucune valeur à ce genre de titres! (...)7”

Daarop werd Marcel Dieu ondervraagd. Hij verklaarde : “Ce n'est pas en accusé, messieurs, mais en accusateur que je me présente devant vous.(...) Vous êtes patriotes, je suis anti-patritote. Vous êtes des guerriers, je suis pacifiste. (…) L'objection de conscience est le refus de courber devant l'autorité étatique. Elle doit être le fait de tous els exprits indépendants. Il faut se refuser à la guerre parce qu'elle est un crime contre l'humanité.”

Léo Campion verklaarde tijdens zijn ondervragingen: “Il n'y a pas de bornes, Monsieur, à une conscience... si vous avez quelque dignité, vous nous acquitterez. Et si nous sommes condamnés, vous vous condamnerez vous-mêmes et vos maîtres qui sont derrière vous.”

Daarop werden de getuigen ondervraagd. Allereerst Joseph Chalet, 36 jaar en socialistisch volksvertegenwoordiger. Vlaming ook. “Ik aanzie het gewetensbezwaar als een heilige plicht en dit als christen mens. De oorlog is een misdaad.(...)” Hij voegt eraan toe dat de staat niemand kan dwingen te doden. Daarop komt Issabelle Blum, 42 jaar, regentes, communiste, van de Ligue des femmes pour la paix et la liberté. 8 Zij spreekt over de rol van de vrouw in de vredesbeweging maar is ook solidair met mensen die dienstweigeren. Dan volgde de geestelijke vader van Hem Day, Han Ryner, die met zijn 72 jaar helemaal uit Parijs was overgekomen. “Sans doute Hem Day n'est pas d'acccord avec moi sur tous les points, mais nous nous aimons dans nos différences. C'est la seule façon d'aimer. N'exigeons pas de nos amis qu'ils partagent tous la même vérité. Les visages humains ont des rapports entre eux parce qu'ils sont des visages humains.  Comment nous savons aujourd'hui ce que c'est un visage, nous saurons un jour ce qu'est une conscience humaine.”

Henri Guilbeaux, 48 jarige Frans letterkundige, verhaalt hoe hij in 1919 door een militair gerechtshof ter dood werd veroordeeld wegens het publcieren van 'Demain', een anti-oorlogskrant. Hij getuigt zelf geen gewetensbezwaarde te zijn, maar het wel te begrijpen dat anderen het zijn. Tot de rechters zegt hij: “Je voudrais que vous soyez des hommes et que devant ces jeunes gens dont l'idéalisme et la sincérité sont indéniables, vous vous comportiez humainement. Les lois ne peuvent rien contre l'objection de conscience et, en Belgique même, sous l'occupation espagnole combien de héros flamands n'ont-ils pas payé de leur vie leur fidélité à leur conscience.”

Dan volgt de Vlaming Alfons Jacobs, invalide, oud-strijder en vertegenwoordiger van het Verbond van Vlaamse Oudstrijders, 49 jaar. Hij stelt dat het dienstweigeren de enige mogelijkheid is om de oorlog te doen verdwijnen. De laatste getuige is professor Maurice Lecat van de U.C.L., 49 jaar, ingenieur en praktizerend katholiek. Hij getuigt dat de Katholieke Kerk altijd tegen het geweld geweest is en dat verschillende landen waaronder Nederland, Zweden en Rusland, wetten hebben aangenomen die gewetensbezwaar op één of andere manier toelaten. Professor Lecat besluit met te zeggen dat priesters in België wel van de legerdienst zijn vrijgesteld.

Dan begint het requisitoir van de auditeur. Allereerst stelt hij vast dat de materialiteit van de feiten vaststaat. Wat belangrijker is voor hem, is te weten wie de daders zijn. Volgt een uiteenzetting van de anti-militairistische en “revolutionaire praktijken” van zowel Dieu als Campion. “Cette conception est criminelle parce qu'elle conduirait le pays à l'invasion, à la tutelle étrangère. Et quand j'ai tenté de les ramener à la compréhension, ils m'ont dit qu'ils ne reconnaissent aucune autorité, qu'ils sont libertaires, qu'ils onst anarchistes! Langage inadmissible! Ils oublient que la liberté n'est pas illimitée et qu'ell doit respecter les lois et les institutions.” Wat betreft hun verzet tegen het wetsvoorstel Dévèze-Janson vindt Mathieu dat deze wet door alle goede burgers gewild wordt. “Si les lois destinées à réprimer l'anti-militairsme sont des lois scélérates, scélérates également sont les lois qui imposent l'obligation militaire, et scélérates sans doute ceux qui les appliquent?” Campion roept daarop dat dit goed geredeneerd is. De auditeur vervolgt onverstoorbaar dat de moraal van het leger uitstekend is en dat enkele weigeraars hieraan niets veranderen. Omdat beiden hun dienst al gedaan hebben, vraagt hij drie maanden voor Campion en zes voor Dieu, die al een strafregister heeft.

Meester Beublet legt er in zijn pleidooi de nadruk op dat de beschuldigden hun dienst al gedaan hebben. Maar sindsdien hebben zij de dreiging van de oorlog gevoeld en vanaf dat moment zijn ze tot actie over gegaan. Het heroproepingsbevel was een manoeuvre om Day en Campion in staat van desertie te brengen. Maar deze desertie is een opiniedelict en dit is een politiek proces, aldus Beublet. “Et vous ne pouvez pas condamner d'avantage sur la base de l'ordre de rejoindre qui ne porte pas la mention de durée de rappel; la durée de toute peine doit être fixée. Cette pièce est illégale”. De auditeur is hierop duidelijk van zijn stuk gebracht want de oproepingsbevelen dragen inderdaad geen data. Er is ook geen zaak van desertie in medeplichtigheid te bewijzen, aldus Beublet, want toen Hem Day zijn bevel kreeg verbleef hij in de gevangenis. En het is niet tegen de wet om het militair zakboekje terug te sturen. Beiden kunnen dus niet veroordeeld worden.
Daarom wordt de zitting onderbroken tot kwart voor drie in de namiddag. Tijdens de opschorting van de zitting vroegen twee agenten van de gerechtelijke brigade dat Henri Guilbeaux hen zou volgen voor een kleine mededeling. Op het commissariaat op de Grote Markt werd hem vervolgens medegedeeld dat zijn missie in België achter de rug was en dat hij dus de trein naar Parijs van 13u46 kon nemen. De wettelijkheid van deze actie kan in twijfel getrokken worden. Getuigen, à charge of à décharge, hebben in een bepaald opzicht een beschermd statuut omdat zij daar zijn om de onafhankelijke rechter toe te laten een doordacht oordeel te vellen. Het is dan ook merkwaardig dat Guilbeaux zonder zelfs gegeten te hebben op de trein werd gezet.

Toen Beublet na de herneming van de zitting hiertegen protesteerde, vond de auditeur dat dit niets te maken had met de zaak, omdat het hier ging om een maatregel van bestuur. Daarop vervolgde Beublet zijn pleidooi. Nu ging het om de vraag of de staat wetten kon uitvaardigen die van invloed mochten zijn op het geweten. “Le principe de la liberté de conscience a été reconnu par la Déclaration des Droitsde l'Homme, par la législation, par la Constitution. C'est une manifestation de la liberté, une force majeure.” Beublet vraagt ook dat de rechters zich zouden inbeelden dat er mensen zouden bestaan die anders denken dan zij. Zij erkennen de staat niet en hun kan dan ook niet gevraagd worden iets te verdedigen dat hun vreemd is. Verschillende landen laten het dienstweigeren op één of ander manier toe, maar in België veroordeelt men mensen die hun geweten volgen tot drie of zes maanden. En jullie weten, aldus Beublet, dat ze als ze terug vrij komen opnieuw zullen weigeren. Waar gaat het dan eindigen? En hij besluit: “Quoique vous décidiez, Campion et Dieu seront victorieux. Ils ont la force spirituelle avec eux. Essayez (…) de comprendre ceux-ci”.9

De auditeur repliceert dat de zaak ingewikkelder gemaakt wordt dan ze is. Er wordt hier een onwettelijke daad begaan en dit moet binnen het kader van de wet gestraft worden. Hij beschuldigt de advocaten ervan een politieke manifestatie te maken van de rechtszaak. Spaak antwoordt daarop: “Je n'en laisserai dire d'avantage. Les phrases qui viennent d'être prononcées sont proprement inqualifiables. Les avocats prennent l'entière responsabilité de l'organisation de la défense. Ils eussent été impardonnables de ne pas assurer cette défense.” Hierop reageert het publiek luidruchtig met zijn instemming, waarop de voorzitter dreigt de zaal te laten ontruimen. Daarop begint Paul-Henri Spaak zijn pleidooi.

Hij begint met de vaststelling dat de geschreven wetten van geen enkel belang zijn in de ze zaak. Deze mannen hebben een symbolische daad gesteld. Wij hebben getuigen laten komen om de rechtbank te informeren over de kwaliteit van de theorieën waarom ze die daad gesteld hebben, theorieën die inderdaad ver van de rechtbank staan, dat geeft Spaak grif toe. Het is ook absurd een anarchist door een militair te laten oordelen, want: “Qu' est-ce qu'un anarchiste? C'est quelqu'un qui veut donner à sa personnalité le maximum de développement, qui manifeste la volonté d'être soit-même, de se libérer complètement, de se dresser contre ce qui opprime. Je conçois que c'est un idéal respectable. Et ce qui me fait le plus aimer Hem Day c'est peut-être sa première révolte.” En dan vertelt Spaak het verhaal van de jonge Marcel Dieu die pamfletten tegen het vleeseten aan de klanten van zijn vader uitdeelt. Spaak zegt dat heel wat mensen achter deze daad staan. Hij heeft brieven ontvangen van Victor Basch, voorzitter van de Liga voor de Rechten van de Mens, van Sébastien Faure, Jules Rivet, Armand Charpentier, professor Barbedette, Victor Margueritte, de zoon van de Franse generaal, Henri Barbusse, Georges Duhamel en zelfs Emile Vandervelde: “Cette diversité dans l'expression de ces lettres veut dire qu'un vaste courant de personalités font honneur au geste des prévenus.” Hij vervolgt met aan te tonen dat de oorlog op geen enkele manier valt goed te praten. Er bestaat niet zoiets als een rechtvaardige oorlog. En dan is er nog het Briand-Kellog-pact dat de oorlog buiten de wet stelt. “Alors je vous demande, qui a lu ce pact minutieusement, raisonnablement pourrrait ne pas agir comme mes clients l'ont fait”. “Personnellement,” aldus Spaak, “je ne prône pas l'objection de conscience parce qu'elle nécessite un courage qui dépasse ce qui est à la portée du commun des mortels, parce que c'est une oeuvre théorique.” Hij voegt eraan toe dat, als beiden veroordeeld worden, de protesten niet zullen stoppen en dat als beiden vrijgesproken worden een wet op het gewetensbezwaar wel in aanmerking zal genomen worden door het parlement.10

Meester Morris voegt daar slechts een kort pleidooi aan toe, waarin nogmaals gesteld wordt dat het niet strafbaar is het militair zakboekje terug te zenden. Om zes uur in de namiddag wordt de zaak onderbroken om te delibereren. Om zeven uur spreekt vice-president Mechelynck volgend vonnis uit: “La prévention n'est pas d'avoir renvoyé le livret miliaire, fait ne tombant pas sous l'application de la loi; ce fait à donné lieu à une sanction militaire sur l'oppurtinité de laquelle le Conseil n'a pas à se prononcer; l'ordre de rejoindre envoyé aux prévenus par mesures disciplinaires n'est pas irrégulier, le Ministre n'ayant pas à limiter le temps d'un ordre de réappel; les prévenus n'ont pas répondu dans un délai de quize jours; dès lors, les deux prévenus sont reconnus coupables de désertion. En conséquence le Conseil de Geurre: condamne Marcel Dieu à deux ans de prison; Léo Campion à dis-huit mois de prison et chacun d'eux à la moitié des frais.”

Dit vonnis komt als een volslagen verrassing in de zaal, incluis bij de auditeur. Het publiek protesteert luidkeels zodat de talrijke aanwezige rijkswachters de zaal met harde hand dienen te ontruimen; één van de aanwezigen krijgt een proces-verbaal wegens 'belediging van de magistratuur'. Hem Day en Léo Campion zijn de enigen die kalm blijven, alsof ze dit hadden verwacht. Als hen later het vonnis wordt voorgelezen weigeren ze het omdat ze het gezag van de rechtbank niet erkennen. Om dezelfde redenen gaan ze ook niet in beroep. In 'Le Rouge et Le Noir' verklaart Léo Campion, mede namens Hem Day : “Je pourrais me mettre en colère, fustiger le ridiculisme ministricule Devèze et sa valetaille décorée; à qou bon? Je ne ferai même pas l'honneur de les mépriser. La discipline atrophie leur raison, la hièrarchie leur tient lieu d'intelligence, leur conscience est un réglement et ils ont un code militaire à la place du coeur. Comment pourraient-ils comprendre?”11
    
Een belangrijk deel van deze affaire speelde zich uiteraard buiten de rechtszaal af, en we onderbreken het verloop van het proces nu even om vast te stellen welke reacties er komen op de gang van zaken tot aan de veroordeling. Het was vooral het Brussels weekblad 'Le Rouge et Le Noir' dat, aan Waalse kant, deze zaak op nauwe voet volgen zou, en uiteraard volledig aan de kant stond van beide dienstweigeraars, die tot dan toe gewaardeerde medewerkers waren geweest, zowel van het blad als van de debatten die het regelmatig verzorgde. De brief waarmee ze hun actie begonnen werd afgedrukt in het blad van 8 maart 1933. Nadat ze werden heropgeroepen verscheen ook de 'Open Brief' en de 'Verklaring' van respectievelijk Campion en Day in het blad van 26 maart 1933. Mil Zankin, de de zaak voor 'Le Rouge et Le Noir' volgde, schreef al in het begin dat, aangezien het hier om volwassen mensen ging – Days was 31 en Campion 28 jaar oud – men deze weigeraars niet zou kunnen afdoen als 'des petits sensibles ou des tireurs au flanc'. Op 14 juni zou Hem Day samen met Léo Campion deelgenomen hebben aan een door 'Le Rouge et Le Noir' georganiseerd debat over oorlog en wat er tegen te doen was. Aangezien beiden op dat moment in de gevangenis zaten, groeide dit debat uit tot een meeting ten voordele van de vrijlating van beide vrienden. Professor Lecat, die ook zou getuigen tijdens het proces, was spontaan van Leuven gekomen om zijn solidariteit te betonen. Er kwam ook een actiecomité ten voordele van de dienstweigeraars, op initiatief van de W.R.I. waar Hem Day en Léo Campion actief in waren, met als secretaris Mil Zankin. In dat comité zaten ook nog George Lorphèvre, Jean de Boë, anarcho-syndicalist, een zekere Jean le Bon, ambtenaar, Ernestan, een Italiaanse anti-fascist waarvan de naam onbekend is, Mil Zankin, e.a.

Onmiddellijk volgde een grote respons in de vorm van communiqués en moties. De Brussels federatie van de P.O.B., samen met de Federatie van syndicaten in de Brusselse agglomeratie, namen op 21 juni 1933, in het Volkshuis te Brussel, een motie aan waarin de vrijlating geëist werd van Camion en Day. De motie verscheen in 'Le Peuple'.12 Voordat het proces begon hadden nog geprotesteerd: De Vrije Socialistengroep uit Antwerpen, de Internationale Socialistische Anti-Oorlogsliga 'Neen' uit Antwerpen, l'Union des Intellectuels Pacifistes uit Parijs, le Comité Mondial de Lutte conre la Guerre Impérialiste uit Parijs, de War Resistance International uit Londen, en ten persoonlijke titel Georges Duhamel, Barbedette, Henri Babuse, Emile Vandervelde, Jules Rivet, Gérard de Lacaz-Duthiers, Victor Margueritte, Arman Charpentier, Sébastien Faure, André Lorulot, Paul Vigne d'Oction en Eugène Lagot. Op eigen initiatief stuurde Lagot, de secretaris van de Franse afdeling van de W.R.I., zelf dienstweigeraar vanaf 10 april 1933, een brief aan Koning Albert I. Daarin vroeg hij de koning tussenbeide te komen, en zijn naam 'Koning van de Vrede' eer aan te doen. “Il y a pour cela un geste symbolique, parfaitement efficace, absolutement sans danger, c'est la reconnaissance légale de l'objection de conscience (...)”. Merkwaardig vond het kabinet van de Koning het nodig op deze brief te antwoorden op 1 juli 1933. “Monsieur, le Roi a pris connaissance de votre lettre du 17 juin 1933 et m' a chargé de vous faire connaître sa réponse. Sa Manjesté ne donnera aucune suite à votre requête. Gardien constitutionnel de l'indépendance nationale et de l'intégrité du territoire, qu'il s'est engagé, par son serment, à maintenir sans déffaillance, le Roi des Belges refuse s'associer, sous quelque forme que ce soit, à un mouvement qui, sous prétexte de condamner les injustes guerres d'agression et de conquête, ne tend à rien moins qu'à recommander la soumission passive à l'agresseur, en présentant comme un acte morale louable le refus de servir la patrie. Vous estimez que les résultats de la guerre on montré aux Belges 'la vanité et la sottise', de 'leur stoicisme et de leur faculté de souffrance'. Ces paroles criminelles sont un outrage à la méprise des braves dont le sacrifice, noblement accepté, a sauvé l'indépendance et la liberté du peuple Belge. Elles traduisent une fâcheuse incompréhension de l'esprit de la nation Belge qui, Dieu merci, reste toujours fidèle à la dévise 'Patius mori quam faediri'. Lagot stuurde op 5 juli een tweede brief, waarin hij vaststelde dat, omdat de brief getekend was door de secretaris van de Koning en omdat de stijl niet de zijne was, hij graag een antwoord direct van Albert zou krijgen. Maar daarop werd niet meer geantwoord.13

Aan Vlaamse kant werd het proces gevolgd door de 'Vlaamse Oudstrijd', en dit op een bijna even gedegen manier als 'Le Rouge et Le Noir'. De eerste massameeting ging door op 30 juni om 20u in zaal Lion d'Or te Brussel, met als sprekers Isabelle Blum, Ernestan, Pierre Vermeylen, Mil Zankin, A. Jacobs, Henri de Boeck, KP-gemeenteraadslid van Brussel, en met Pierre Fontaine als gespreksleider. Er waren 400 aanwezigen en zij vroegen in een motie de vrijlating van Campion en Day. Op een tweede meeting op 14 juli, in het Maison des Huit Heures, georganiseerd door de socialistische syndicaten van de Brusselse federatie, spraken I. Blum, Ernestan, Emile Marchand, W. Van Remoortel (secretaris van de Belgische Liga voor de Rechten van de Mens). Ook hier waren 400 aanwezigen en werden pamfletten in het Vlaams en het Frans uitgedeeld van het W.R.I., waarin de vrijlating geëist werd.

Ook de burgerlijke pers besteedde enige aandacht aan de zaak. 'Le Soir' noemde Hem Day een 'deserteur' in een kort berichtje over zijn arrestatie. 'La Nation Belge' van 10 juni 1933 was zeer negatief over de zaak. De pas opgerichte 'Le Canard Enchaîné' voorspelde dat Hem Day en Léo Campion veroordeeld zouden worden en pas op hun 45ste zouden vrij komen. In een verslag van het proces gebruikte 'Le Soir' het woord “pittoresk”, daarmee doelend op het voorkomen van enkele aanwezigen: “Esthètes aux longs cheveux, jeunes filles affichant, non sans originalité, un intellectualisme d'avant-garde, un rien sallonard. Marcel Dieu et Léo Campion ont, eux-mêmes, des silhouettes peu banales. Henri (sic) Day porte une abondante toison romantique, et vêtu de noir, arbore une vallière ondoyante. Léo Campion est un grang gaillard barbu, au masque verlainien. Tous deux (…) font figure de vedette, adressent à des amis, des petits saluts amicaux et affectent un large sourire d'optimisme et de sérénité.” (20 juli 1933). Het publiek van 'Le Soir' wordt ook ingelicht over de reactie van het publiek na het vonnis en het feit dat beide dienstweigeraars kalm bleven. Over de kern van de zaak wordt minder geschreven. (21 juli 1933). 'La Nation Belge' noemt de twee 'soi-disant objecteurs de conscience', 'L' Horizon' gebruikt de aanduiding “dévirilisés'.

De hypocrisie van het vonnis wordt als des te erger ervaren omdat even daarvoor de fysicus Einstein, ook een pacifist, door de koning werd ontvangen en een leerstoel aangeboden kreeg. Einstein had expliciet het dienstweigeren als valabel actiemiddel tegen de oorlog verdedigd. “Dans les pays où règne le service obligatoire, les véritabels pacifistes doivent refuser le service militaire”, in 'Revue Europe', 15 mei 1931. Toen Einstein door Alfred Nahon werd verzocht een verklaring ten voordele van Day en Campion af te leggen, veranderde hij zijn standpunt : “Dans les circonstances actuelles,” zo antwoordde hij, “je ne refuserais pas, comme Belge, le service militaire, mais je l'admettrais en toute conscience avec le sentiment de contribuer au sauvetage de la civilisation européenne.” (Le Coq, 20 juli 1933) Hem Day zou later in een artikel getiteld 'Adieu à Einstein' de fysicus voor een renegaat, een verrader van de pacifistische zaak uitmaken.

De linkse pers, ook in het buitenland, reageerde verontwaardigd op de zware veroordeling van beide dienstweigeraars. Maar de meest onverwachte reactie kwam toch van de militaire auditeur Mathieu, die op 22 juli beroep aantekende tegen de uitspraak. In een rapport aan zijn overste, de auditeur-generaal, stelde Mathieu dat de straf te zwaar was. Speciale omstandigheden hadden van Day en Campion, twee miliciens met onbepaald verlof, deserteurs gemaakt, terwijl ze in feite geen echte dienstweigeraars waren. In dit rapport wees de auditeur erop dat dit de steun aan de dienstweigeraars enkel deed toenemen. Zo hield de Brusselse afdeling van de P.O.B. de avond na de uitspraak bijvoorbeeld een grote meeting in het Volkshuis van Brussel en legden de dag erop de afgevaardigden Balthazar, Mathieu, Huysmans, Destrée, Fischer en Hubin in de Kamer een wetsvoorstel neer om de militaire rechtspraak in vredestijd op te heffen.

Als reactie op het appel van Mathieu vroeg de auditeur-generaal in een brief van 25 juli verantwoording aan Mathieu en vroeg hij waarom hij niet eerst geraadpleegd was hierover. Mathieu motiveerde dit aldus: “Dans ces conditions ne devais-je pas être convaincu que vous estimeriez comme moi que l'écart entre les peines prononcées et les peinse requisées était – vu les circonstances et conditions spéciales dans lesquelles les affaires avaient vu le jour – excessif et, disons le mot, regrettable; regrettable mais fatale auquel l'extrème sévérité de ce jugement n'avait pas tardé à donner naissance, comme aussie l'attitude des condamnés se refusant à se prononcer sur une déclaration d'appel ou de non appel – il y avait intérêt majeur, aux divers points de vue relatés déjà dans mon rapport à ce que le M.P. interjetât appel, immédiatement.”

'La Dernière Heure' in een commentaar van 1 augustus: “En voici bien une autre, une occasion rare et inattendue: un auditeur militaire qui prend l'initiative de porter un procès devant la cour militaire, parce que les condamnations prononcées par le conseil de guerre lui paraissent trop sévères! La justice civile, pas plus que la justice militaire, ne nous a habitué à pareil incident.”  'La Dernière Heure' stelde dat de daad van Mathieu de daad van een 'ware dienaar van het recht' was, iemand die niet wou dat justitie een instrument van wraak werd. De krant vond dat het dienstweigeren een verkeerde manier was om nu het pacifisme te dienen en dat een weigeraar minstens verplicht moest worden vervangende dienst te doen. Maar “cela dit, on ne voit pas pourquoi, en temps de paix, il faut une justice militaire spéciale pour juger pareils délits.” Het militair recht, aldus LDH, was niets anders dan een overblijfsel van de klassenjustitie, er werd te dikwijls met twee maten en gewichten gewerkt. De krant pleitte voor afschaffing. Het gevolg van dit alles was een drukke briefwisseling tussen de ministers van Justitie en van Landsverdediging. Deze correspondentie is helaas nog niet in te kijken.

Op 25 juli beginnen Hem Day en Léo Campion, samen met de Vlaamse dienstweigeraar Lionel De Vlaminck, die ook in St. Gillis zit, een hongerstaking. Day en Campion zijn niet aanwezig als hun beroep op 3 augustus behandeld wordt door het militair hof onder leiding van president Vandekelder, en met als leden Generaal Lemercier, Kolonel Merentant, de Majoors Barthelemy en Bertrand en met als substituut van de auditeur-generaal Anspach. Beide dienstweigeraars worden verdedigd door Spaak en Beublet. De straffen worden teruggebracht tot drie maanden voor beiden, omdat 'les peines prononcées par le premier jugement dépassent les limites d'une juste répression'. 14 In werkelijkheid was de instructie van hoger hand gekomen om de – inderdaad onhoudbaar zware – straffen te verminderen, zodat Hem Day en Léo Campion onmiddellijk vrij zouden kunnen komen, om ze daarna uit het leger te ontslaan. Dit alles met als vooropgezet doel geen precedenten te scheppen voor wat betreft het recht op dienstweigeren. De substituut legde er in zijn requisitorium dan ook de nadruk op dat beiden het leger hadden beledigd en maakte geen allusie meer op de pacifistische motieven. Tijdens een kabinetsbijeenkomst maakte Devèse bekend dat beide weigeraars ontslagen waren uit het leger. Jacquemotte, communistisch volksvertegenwoordiger, diende op 3 augustus 1933, nadat hij even daarvoor de strafvermindering had vernomen, een ordemotie in waarin hij de onmiddellijke vrijlating eiste van beiden. Hij was daarmee te laat want zowel Hem Day als Léo Campion werden nog de dag van hun tweede proces vrij gelaten. De Vlaamse dienstweigeraar Lionel De Vlaminck, die samen met hen hongerstaakte, bleef echter gevangen, reden voor Kamerlid Leuridan om in het parlement ook zijn vrijlating te eisen, “immers de twee Walen zijn op vrije voeten...”. Enkele dagen later werd ook hij in vrijheid gesteld.

Op de genoemde kabinetsbijeenkomst stelde Devèze ook dat hij een wetsvoorstel betreffende de gewetensbezwaren zou voorbereiden. Van dit wetsvoorstel werd nooit meer iets gehoord. Het 'billet de renvoi' ontvingen beide weigeraars ergens rond 14 oktober. Hierin werd gemeld dat zij van het leger waren heengezonden “comme indigne de figurer plus longtemps dans les rangs de l'armée”. Na hun vrijlating schreef Campion: “Moralement, nous avons remporté une grande victoire. Pour la première fois, le gouvernement de pleins pouvoirs a dû céder. Il y a encore six objecteurs de conscience dans les prisons belges. Pour eux l'agitation doit continuer.” Ernestan trok volgende lessen uit de zaak. “Disons avant toute chose qu les premiers artisans de la libération de Hem Day  et Campion et de tout ce qui s'en suivit, furent bien Hem Day et Campion, puis De Vlaeminck, eux-mêmes”. Ernestan schreef dat de velen die al die weken actie voerden voor de vrijlating van beiden, telkens tot hard werken aangezet werden door de idee van Hem Day en Campion in de gevangenis. “En matière de lutte sociale, rien n'est plus entraînant que l'exemple du sacrifice conscient, héroique et réfléchi.” Een tweede belangrijke conclusie was volgens Ernestan de les van de eenheid: “Jamais, depuis la guerre en tout cas, il n'y eut en Belgique une cause qui réalisa une union complète et plus réelle de tous les anti-militaristes et révolutionaires; ou, pour prendre un terme plus général, de toutes les forces progressistes, par opposition au forces réactionnaires.15

Over dienstweigeren en anarchisme schreef Hem Day in 1968 terugblikkend op zijn actie in 1933: “Ce qui différencie les arnarchistes des divers groupements et partis révolutionnaries, c'est que si les uns et les autres veulent conserver l'Etat et en faire servir ses rouages pour leurs fins personnels,... pendant le période transitoire, et ce, avant de contruire la société socialiste, s'empressent-ils d'ajouter... nous, nous voulons le détruire à jamais.(...) Il est normal alors, que nous attaquions à l'appareil bureaucratique, judiciaire, et militaire que soutient cet état. Nous sommes anti-militairstes, parce que anti-étatistes, et par voie de conséquence, nous somme anti-patriotes. (…) Anarchistes, nous estimons défendre et prôner l'objection de conscience dont le geste précis et formel de révolte individuelle, contribue puissament à entretenir l'esprit de révolte, que nous jugeons indespensable pour l'action révolutionnaire collective. C'est là un moyen de désagréger l'armée au moyen de lutte contre le militarisme, mais j'ajoute que ce n'est pas le seul et unique moyen. Il en est d'autres, que l'on ne peut rejeter ou écarter. Il ne faut pas perdre de vue que le militarisme est le fruit du régime capitaliste et étatique, et que là, réside un noeud du problème: abattre le régime pour instaurer un milieu qui donnera à chaque individu le sommet de bonheur et de liberté adéquate au moment.” Hem Day schreef nog dat door elke dienst te weigeren, de dienstweigeraar de vertolker van het anarchistisch ideaal werd: “Le refus de servir est pour nous anarchistes la négation de principe d'autorité et notre attitude un acte d'affirmation individuelle, qui s'apparente à l' action révolutionnaire collective, par la force de l'exmple et la puissance de contagion. Facteur puissant de désorganisation, le réfractaire frappa en plein coeur une intstitution qu'il veut détruire.”

Jozef Schildermans.

Uit 'Plicht.. wat plicht ? Niks plicht!'
Anti-Militaristisch Buro, Leuven, 1983.

noten:
1. “Autour d'un procès” p.13
2. “Autour d'un procès” p.14
3. “L'esprit Civique”, 20 septembre 1924
4. “Autour d'un procès”, p.15-16
5. “Autour d'un procès” p.17
6. Jugement over de zaken 417, 424, dd. 22 juli 1933 en “Autour du procès” p.33
7. Autour p.35
8. Nvdr:: Isabelle Blum was in de jaren 1930 lid van de Parti Ouvrier de Belgique, en ook actief binnen les Femmes Socialistes. Ze is later (1950) uit de partij gezet omdat ze actief deelnam aan de acties en congressen van de Wereldvredesraad, een vredesbeweging uit de weerstand gegroeid met veel communistische en socialistische invloeden, die onder meer de vreedzame co-existentie met de Sovjet-Unie bepleitte, en massaal ageerde tegen het atoomwapen.
9. Autour p.47-48
10. Autour, p.49-52
11. Autour, p.69
12. LRN, 28 juni 1933
13. Autour, p.66
14. Autour p.88
15. Autour p.99