Menu

De deserteur

De deserteur

Wat is een deserteur ? Wat verstaat het militair apparaat daaronder en waarom is desertie een ernstig misdrijf ? Wat vaststaat is dat de figuur van de deserteur niet eenduidig kan omschreven worden. En dat geldt des te meer, wanneer we de deserteur vanuit zijn perspectief benaderen. Hoe ziet de deserteur zichzelf ? Het wordt dan snel duidelijk dat dé deserteur niet bestaan heeft, nu niet bestaat en wellicht nooit zal bestaan.

Alleen soldaten kunnen deserteren. Desertie wordt beschouwd als een misdrijf, omdat soldaten de rechten ontzegd worden die in verschillende wetboeken als fundamentele mensenrechten omschreven worden : het recht op lichamelijke en geestelijke integriteit en het recht op persoonlijke vrijheid (1). De deserteur kan op het eerste gezicht gemakkelijk gedefinieerd worden: hij is een soldaat die zich eigenmachtig en permanent aan zijn militaire dienst onttrekt. Hij onderscheidt zich van soldaten die andere eigenmachtige beslissingen nemen, omdat de deserteur niet van plan is om zich opnieuw voor zijn dienst te melden. Deserteurs zijn daarom te onderscheiden van soldaten die zich slechts tijdelijk aan de controle en de greep van het leger onttrekken, door bijvoorbeeld niet op het vastgestelde moment in de kazerne of op het marineschip te verschijnen, of door zonder toestemming hun post te verlaten.

Wordt desertie als een ernstig misdrijf beschouwd, dan is de aanpak van tijdelijke afwezigheden beduidend milder : ze worden als een ‘ambtsovertreding’ opgevat. Probleem is natuurlijk, hoe men er zeker van kan zijn dat een soldaat heeft besloten om voor altijd de troepen te verlaten ? Deze vraag zet de deur open voor interpretaties. Het militaire apparaat heeft daarom verschillende beoordelingscriteria ontwikkeld om het eigengereid optreden van soldaten in te kunnen schatten. Procedures kunnen erg verschillen tussen strijdkrachten. De reden voor deze diversiteit ligt voor de hand. Als de militaire overheid een voortvluchtige soldaat te pakken krijgt, moet ze beslissen of ze hem een van de meest ernstige militaire overtredingen ten laste zal leggen. Indien besloten wordt dat het wegblijven niet zomaar een ambtsovertreding is, dan kan de soldaat niet meer met een eenvoudige opsluiting of degradatie bestraft worden, maar dan resten alleen nog maximumstraffen. Deserteurs hangt jarenlange opsluiting of zelfs de doodstraf boven het hoofd.

De deserteur onttrekt zich aan militaire dienst. Desertie wordt des te zwaarder veroordeeld naarmate ze de paraatheid van de troepen meer in gevaar brengt. Ze wordt als een schending van vertrouwen beschouwd, en dus als een daad die sociale relaties op de helling zet. In familieverband wordt een vertrouwensbreuk als iets lastig ervaren. Maar voor een instelling als het leger hypothekeert een vertrouwensbreuk de werking zelf. Dit ligt aan de aard van militaire opdrachten : situaties het hoofd te bieden die gepaard gaan met dodelijke onzekerheid en toevalligheden en die organisatiestructuren onder permanente druk zetten. Zekerheid is dus een schaars goed in tijden van oorlog en  indien soldaten en hun superieuren elkaar niet kunnen vertrouwen - en dat betekent in ieder geval dat ze doen wat hen bevolen wordt - dan zullen ze in de strijd niet samen vechten, maar vluchten. Daarom wordt desertie beschouwd als een aantasting van de slagkracht van het leger en wordt het gelijkgesteld met verraad. Dit verklaart de prioriteit die aan vervolging van deserteurs gegeven wordt. De veelheid aan negatieve woorden die voor
deserteurs in omloop zijn, geeft aan hoeveel woede desertie kan oproepen bij voormalige kameraden en superieuren : verraders, zwijnebroers, lijntrekkers, zwakkelingen, lafaards en bovenal criminelen. Tot een paar jaar geleden werden in de Bondsrepubliek dergelijke karakteriseringen voor deserteurs als normaal aanzien. Pas sinds het begin van de jaren '80 heeft historisch onderzoek naar het lot van de Wehrmacht-deserteurs daar verandering in gebracht. Maar in andere landen wordt desertie nog steeds vanuit het oogpunt van vertrouwensbreuk en verraad bekeken.

Desertie komt in alle onderdelen van het leger voor en ze is ook niet verbonden aan een bepaalde organisatiestructuur. Desertie komt overal voor en de deserteur is historisch gezien geen nieuw fenomeen. Desertie doet zich voor, waar het militaire apparaat zich als controle- en tuchtorgaan opstelt en eist dat bevelen worden uitgevoerd, ook dan wanneer de ondergeschikte niet of niet meer bereid is om te gehoorzamen. Deserteurs belichamen het verregaande verlies van rechten van de individuele soldaat. Hoe ver dat rechtenverlies gaat, toont de Europese militaire geschiedenis aan. Nog tot het einde van de 16-e eeuw konden huursoldaten zich beroepen op collectieve rechten. Ze maakten hier wel degelijk gebruik van en organiseerden zich om gezamenlijk hun ongenoegen tegenover hun krijgsheer te betuigen. Ze eisten dat aan hun wensen tegemoet werd gekomen, anders zouden ze de strijd staken. Muiterijen kwamen toen vaak voor en de krijgsheren waren beducht voor het besmettelijk karakter ervan. De legeroverheden maakten over een periode van tientallen jaren een einde aan die collectieve rechten en
versterkten hun centraal gezag. Het aantal muiterijen daalde inderdaad sterk, maar dit ging gepaard met een stekte stijging in de 17-e en vooral in de 18-e eeuw van het aantal deserteurs.

De machtsconcentratie bij de militaire oversten ten opzichte van individuele ondergeschikten is verantwoordelijk voor de stijging van het aantal deserties. En indien het aantal deserties nog verder massaal zou toenemen, zou dit onherroepelijk de ineenstorting van de disciplinaire macht betekenen. De geschiedenis en het heden leren dat de neiging om te deserteren kleiner wordt, naarmate soldaten ervaren of de hoop hebben dat de militaire structuren bereid zijn om naar het ongenoegen te luisteren (2). Indien soldaten daarenboven de mogelijkheid krijgen om op een legale manier hun militaire verplichtingen te beëindigen, verdwijnen de deserties bijna volledig. Waar deze mogelijkheden niet bestaan, blijft tot op vandaag desertie een groot probleem voor de militaire overheden.

Een dergelijke situatie bestaat bijvoorbeeld in Eritrea, het land met waarschijnlijk momenteel wereldwijd het grootste aantal deserteurs. Eind 2009 waren er 200.000 Eritrese onderdanen bij de Verenigde Naties geregistreerd als vluchteling. Eritrea behoort daarmee tot de landen met het grootste aantal vluchtelingen. De huidige regering beschouwd hen allemaal principieel als verraders en deserteurs. Onder hen zijn ook inderdaad een groot aantal deserteurs en daarvoor is de nationale dienstplicht verantwoordelijk. Sinds het jaar 2000 bevindt het land zich in een permanente
noodtoestand waardoor er dienstplicht is voor alle mannen en vrouwen, en deze voor mannen zelfs onbeperkt kan zijn. In Eritrea is er geen wettelijke mogelijkheid om dienst te weigeren, omdat de overheid het als een plicht van alle Eritreërs ziet zich onvoorwaardelijk ter beschikking te stellen van de strijdkrachten en dit met het oog op een eventuele oorlogmet Ethiopië. Wie probeert zich aan deze dienst en een mogelijke tewerkstelling in de wapenindustrie te onttrekken, loopt het risico op foltering en gevangenschap met vaak dodelijke afloop. (3)

Benaderen we het fenomeen desertie vanuit het standpunt van de betrokkenen zelf, dan valt als gemeenschappelijk kenmerk weer op dat ze besluiten te vluchten, omdat ze de overmacht van de militaire autoriteiten niet langer willen ondergaan en zich eraan willen onttrekken. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. Reeds de beslissing om te deserteren wordt meestal individueel genomen. Zelfs als het deserteren massale proporties aanneemt, is dit zelden het gevolg van collectieve afspraken. Zoals vroeger leiden solidaire acties van soldaten eerder tot muiterijen waarbij openlijk bevelen getrotseerd worden. Het komt natuurlijk wel voor dat enkele individuele soldaten samen tot het besluit komen om te deserteren, maar over het algemeen willen deserteurs benadrukken dat ze autonoom hun beslissing genomen hebben en daar hun individuele
motieven voor hebben. Deserteurs kunnen het best op een negatieve manier beschreven worden, namelijk door te beschrijven wat ze niet zijn.

Deserteurs zien zich niet als martelaren, die via hun vlucht een getuigenis willen afleggen. Dit is niet alleen, omdat ze hun beslissing in het geheim moeten nemen. Ook na een gelukte ontsnapping komen deserteurs zelden openlijk voor hun actie uit. Ze gaan ervan uit dat ze nergens op erkenning voor hun vlucht moeten rekenen en dat hun beslissing overal veroordeeld zal worden. Meer nog, vaak voelen ze zich beschaamd over hun vlucht. Ze kunnen de militaire waarden en normen nog zo diep in zich dragen, dat ze hun vlucht als een persoonlijke mislukking en als onmannelijk ervaren. Dit zelfverwijt komt uit een besef dat ze voor een confrontatie met de militaire macht gevlucht zijn. Deserteurs zien zich zelden als held (en dat kan trouwens ook gezegd worden van de meeste soldaten).

Deserteurs kunnen gewetensbezwaren hebben, maar zelden in de zin zoals in de wet bedoeld. Het komt niet vaak voor dat ze vluchten als gevolg van een gewetensbeslissing die hen deelname aan een oorlog verbiedt. Deserteurs zijn niet per se pacifisten. Het zijn eerder situationele overwegingen die hen doen besluiten om te vluchten. Vaak zijn ze bij hun superieuren niet opgevallen als slechte soldaten. Deserteurs keuren dus niet noodzakelijkerwijze het leger in zijn geheel en oorlogsvoering als zodanig af. De overloper is hier een bijzonder voorbeeld van. Hij is een deserteur in het ene leger, maar zet zijn militair engagement in een ander verder.

Deserteurs kunnen zich ondanks hun vlucht verder verbonden voelen met hun vroegere kameraden. Hun kritiek is niet noodzakelijk tegen deze kameraden gericht maar wel tegen de politieke en militaire oversten die ze verantwoordelijk houden voor hun vlucht. Als hun vlucht succesvol is en ze zich uit de gevarenzone kunnen verwijderen, zoeken deserteurs zelden contact met lotgenoten. De hoogstpersoonlijke en soms met schaamte beladen motieven staan dit in de weg. Uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld de deserteurs uit het Duitse Nazileger die zich gediscrimineerd voelen. Ook de hardnekkigheid waarmee de Verenigde Staten deserteurs in Canada najaagt, brengt deze ertoe met elkaar contact te zoeken. Ze zien zich gedwongen om hun standpunten in de openbaarheid te brengen, ook ten opzichte van de publieke opinie waar ze onderdak gevonden hebben. Het is opvallend dat ze er dan wel toe komen om gerichte kritiek te formuleren ten opzichte van het leger en van oorlog, alhoewel die kritiek er op het moment van hun individuele vlucht nog niet zo was. Toen zagen ze zich als een voortvluchtige, maar na gezamenlijke reflectie kunnen ze zich wel positief als deserteur profileren. (4)

Pas in dit laatste geval wordt de deserteur meer dan soldaat die in de militaire logica iets verkeerd gedaan heeft. Voor deze deserteurs kan hun vlucht een deel van hun zelfbeeld worden waarin ze hun protest tegen ten minste een bepaalde oorlog en tegen als onrechtvaardig ervaren omstandigheden kunnen uitdrukken.

Dr Jens Warburg

Jens Warburg is onderzoeker en auteur. Hij schrijft vaak voor de vredesbeweging. Deze bijdrage komt uit Connection e.V. und Pro Asyl (Hrsg.): Broschüre "Kriegsdienstverweigerung und Asyl", Juli 2014

 

(1) Zie bijvoorbeeld artikel 3 van de "Universele Verklaring van de Rechten van de Mens" die in 1948 door de Verenigde Naties aangenomen werd: "Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon" (Zie http://www.ohchr.org/en/udhr/pages/Language.aspx?LangID=dut geconsulteerd 5/07/14).
Een soortgelijke verklaring is opgenomen in de Duitse grondwet in artikel 2 (zie www.gesetze-im-
internet.de/gg/art_2.html). En in artikel I-3-1 van het "Handvest van de grondrechten van de Europese Unie" lezen we: "Eenieder heeft recht op lichamelijke en geestelijke integriteit." (Zie http://www.europa-nu.nl/id/vh7dovyjhuzi/handvest_van_de_grondrechten)

(2) Over de geschiedenis van desertie zie Bröckling, Ulrich/Sikora, Michael (Hrsg.) (1998): Armeen und ihre Deserteure. Göttingen: Vandenhoeck und Ruprecht.

(3) Gedetailleerde informatie over de situatie in Eritrea en de deserteurs zijn te vinden in Connection e.V., Förderverein Pro Asyl, Eritreische Antimilitaristische Initiative (Hrsg.) (2010): Eritrea. Desertion, Flucht und Asyl. Offenbach.

(4) Een dergelijke werkwijze is bijvoorbeeld beschreven in Key, Joshua (2007): Ich bin ein Deserteur. Hamburg: Hoffmann und Campe.

 

 

 

 

Connection e.V., Offenbach!
Link: www.connection-ev.org/article-1970
geconsulteerd op 2014/06/29
overgenomen en vertaald met de vriendelijke toestemming van de auteur