Menu

Pionier van de toekomst

Pionier van de toekomst

Eén van Jacobs’ eerste antimilitaristische verzen dateert van omstreeks 1920 en draagt de titel Aan een dienstweigeraar.  Het is geschreven uit bewondering voor zijn jeugdvriend Henk Eikeboom, die wèl door de militaire keuring was gekomen in 1917 en daarna consequent dienst weigerde.  Nederland was neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar kende dienstplicht o.a. omwille van haar kolonies.



Jan W. Jacobs (1895-1967)

Tegen het eind van de jaren ’20 genoot Jan W. Jacobs in linkse kringen enige faam als jong revolutionair dichter.  In 1927 richtte hij, samen met de geestverwanten Johan Keja en Paul Sanders, de Socialistische Kunstenaarskring op.  Hij was er een aantal jaren secretaris van.  Daarnaast werden op zijn initiatief verschillende bloemlezingen van nieuwe links-revolutionaire poëzie uitgegeven.  Jacobs dichtte echter vooral tegen oorlog en bewapening.  Hij mag niet verward worden met zijn naamgenoot Eduard Jacobs, (1868-1914) die als dichter-cabarettier veel bekender was en van wie het Brussels Brecht-Eislerkoor het onvoorstelbaar actueel liedje De Bankiertjes  zingt (zie tekst achteraan).

Jan Jacobs dichtte over o.m. de wereldoorlogen, de onlusten rond de radenrepubliek in Hongarije, de oorlogen in Mandsjoerije en Abessynië, de Spaanse burgeroorlog, koloniaal geweld in Oost-Indië, dienstweigering, de machteloosheid van de Volkenbond en de wapenwedloop van het interbellum.  Zelf is hij nooit soldaat geweest.  Zijn kennismaking met het krijgsbedrijf is beperkt gebleven tot de medische keuring.  Hij werd afgekeurd omdat hij asthmatisch was.  Jacobs’ afkeer van oorlog en het militaire bedrijf verhinderde hem niet om buitengewoon strijdbare verzen te maken.

In 1933 werd een gedicht van hem geweigerd door het religieus-socialistisch weekblad Tijd en Taak, omdat het naar de mening van redacteur W.Banning werkloze arbeiders opriep tot gewapende opstand.  Jacobs ontkende dat overigens niet en riposteerde met een nieuw gedicht waarin hij Banning c.s. verweet geen daad-socialisten maar praat-socialisten te zijn.  Antimilitarisme ging in de visie van Jan W. Jacobs niet noodzakelijk samen met geweldloosheid.


Aan een dienstweigeraar

Ik ken u niet, maar ‘k weet gij zijt een broeder,
en één, die allen zich tot broeders maakt,
gij blijft de held, het licht, der toekomst hoeder,
schoon elk zijn plicht tot haar verzaakt.
De kerker kan uw lichtschijn niet verdooven
die slechts van waarheids voedsel leeft
houd moed, de weinigen die nu gelooven,
zij vormen ‘t zaad, dat gouden vruchten heeft.

Ik ken u niet, maar ‘k weet, gij zijt een strijder,
een pionier voor ‘t komende geslacht
dat menschen zal vertrappen noch doen lijden.
De leer, die uwe daad ons bracht,
kan slechts het leven waardig doen belijden.
Houd moed, o pionier van dit geslacht!

Henk Eikeboom (1898-1945)

Rond 1930 was Henk Eikeboom een bekende figuur in anarchistische kringen.  Hij was auteur, vertaler, redacteur en uitgever van talloze politieke en antimilitaristische pamfletten en tijdschriftjes. Ook schreef hij gedichten die af en toe verschenen bij Het Roode Baken.  Lid van de SKK is hij nooit geworden.

Al tijdens zijn opleiding als onderwijzer was Henk Eikeboom in de ban van het anarchisme van Domela Nieuwenhuis.  Vooral de antimilitaristische component daarvan, belichaamd in de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging met haar tijdschrift De Wapens Neder, sprak hem aan.  Toen hij in 1917 werd opgeroepen voor de landstorm, weigerde hij het uniform aan te trekken. Eikebooms dienstweigering werd afgestraft met militaire detentie.  

Op 26 oktober 1917, de eerste dag van zijn opsluiting, schrijft hij in zijn dagboek :  “Zo zit ik dan eindelijk opgesloten in een sel. [ ] van morgen heb ik geweigerd de militaire uniform [ ] aan te trekken. Voorwaar een groote misdaad !  Ik trek de uniform niet aan omdat ik vrede wil.  Ik wil hetzelfde wat regering en andere autoriteiten willen (of zèggen te willen).  In doelstelling verschil ik dus niet met hen, allen in de manier waarop ik dat doel bereiken wil.  En om verschil in taktiek zullen ze me god-weet-hoe-lang opsluiten.“

Vijftien maanden werden het !  Halverwege 1918 werd hij overgebracht naar Fort Spijkerboor, dat speciaal was ingericht voor detentie van de steeds talrijker wordende dienstweigeraars.  Hier verbleef hij de rest van zijn gevangenschap, “op klompen en in een groen boevenpakje”, zoals hij in zijn dagboek schreef.  Contact met de buitenwereld was vrijwel onmogelijk.  De censuur was streng en het fort was omsloten door een viervoudige ring gevormd door muur, gracht, prikkeldraadversperring en schildwachtenkring.  Misdadigers werden minder streng bewaakt !  
Van het dagboek dat Eikeboom gedurende zijn arresttijd bijhield zijn slechts fragmenten bewaard gebleven.  Het grootste deel werd in beslag genomen door de commandant van Fort Spijkerboor, kapitein Loeffen.  Het is verleidelijk te denken dat Eikeboom juist déze militair geportretteerd heeft in het gedicht Officiertje dat opgenomen is in de bundel Het Monster van de Oorlog.

Officiertje

Protsig officiertje
Steekt in stijf corset
Drinkt z’n groc en biertje
Heeft van niets verlet.

Kranig officiertje
Stapt kordatig voort,
Is een reuzekliertje
“op m’n eerewoord!”

Poenig officiertje
Voelt zich ’s werelds heer
Geeft om niets een ziertje
Dan om “Land van Eer!”

Pauwig officiertje
Vloekt de rooien stijf
’t Land in als een stiertje
loopt hij een tegen ’t lijf.

Onnut officiertje
Voelt z’n pronk bedreigd,
Als de mooie wereld
’t Socialisme krijgt.

Op 7 januari 1919 werd Henk Eikeboom uit zijn detentie ontslagen. De oorlog was toen al drie maanden voorbij.  Op de dag van zijn vrijlating noteert hij in zijn dagboek :  “ De dienstweigering is heus geen heldendaad, maar alleen een daad van mensenplicht.  Degenen die niet weigeren en onbezorgd in hun soldatenpakkie voort blijven sjokken, verzuimen een plicht,...“

Henk Eikeboom is niet bekend gebleven als dichter.  Leuk is nog dit gedichtje van hem :

Gebed van het Kamerlid

Onze Vader gezag, die in de stembus zijt,
Geheiligd worden Uw 5000 gulden,
Dat uw zegeningen komen,
En de arbeiders mij kiezen.
Zowel om me vet te mesten,
Als om me fijn te doen reizen
Geef ons heden ons baantje weer
En vergeef ons onze revolutionaire zonden
Omdat we onze kiezers toch altijd verraden en bedrogen hebben.
En leidt ons niet in de verzoeking
der opstandigheid tegen U, o heilige Staat,
En verlos ons door Uw gevangenissen,
Van de boze anarchist, die niet stemmen wil
Amen.

*

Bijlage :  
De Bankiertjes  (Eduard Jacobs)

Zij worden meestal om hun geld
Tot d'eersten van het land geteld
Al vindt men nergens de kwartiertjes
Dier bankiertjes
Zij pronken met hun vaders naam
Zijn eerlijkheid en goede faam
Dat zijn gewoonlijk de baniertjes
Dier bankiertjes

Vaak is hun kapitaal fictief
Het geld van and'ren is hen lief
En ook de bron voor de pleziertjes
Dier bankiertjes
Zij weten dat de macht van 't geld
Voor hen geen hinderpalen stelt...
Men ziet ze vaak met leuke diertjes
De bankiertjes

Zij komen laat op hun kantoor
En werken tot beurstijd door
Bestellen rozen, anjeliertjes
De bankiertjes
Zij hebben liefde voor de kunst
En staan daarom hoog in de gunst
Bij Prot, Carre en de... Van Liertjes
Die bankiertjes

De beurs is hun element
Geen truc is hen daar onbekend
Daar springen zij als jonge stiertjes
De bankiertjes
Ze zijn heel internationaal
En uiteraard ook zeer neutraal
Verzot op alle Staatspapiertjes
De bankiertjes

Soms geeft de liquidatiedag
Een beurspaniek oftewel 'krach'
En d'uitgeklede renteniertjes
Der bankiertjes
Komen voor 'n gesloten deur
Hij is op reis, de directeur
't Is goed in Karlsbad voor de niertjes
Der bankiertjes

Maar het publiek op dobb'len zot
Wordt spoedig weer opnieuw bedot
Zij heng'len nog met and're piertjes
Die bankiertjes
Het aas is zo verlokkend fijn
'n Zuid-Amerikaanse mijn
Verschalkt opnieuw de offerdiertjes
Dier bankiertjes

Zij spenderen heel voornaam
Als ridders zonder vrees of blaam
Maar fokken massa's bankroetiertjes
Die bankiertjes
Het aandeel geeft eerst dividend
Maar na 'n jaar geen halve cent...
En dient dan als closetpapiertjes
Voor bankiertjes!

Gij die door arbeid en door vlijt
U zelf van zorgen hebt bevrijd
Neem toch je zelf tot financiertjes
Geen bankiertjes
Hield ge uw schaapjes op het droog
Past dan vooral op 't loerend oog
Want men vindt hopen lammergiertjes
Bij bankiertjes!

(ca 1895 !!)