Menu

Desertie tussen individualisering, de civiele samenleving, macht en markt (II)

Desertie tussen individualisering, de civiele samenleving, macht en markt (II)



de militaire geschiedenis vanuit het perspectief van het weglopen

deel 2


Tegenstellingen I - individualisering, macht en sociale identiteit

We zijn het gewoon de geschiedenis in termen van duale tegenstellingen te zien.  Zo ook bij het bestuderen van desertie kunnen we tegenstellingen analyseren: bv tussen het collectieve (het militair apparaat) en het individu (een deserteur) ; of tussen de soldaat als held en de deserteur als
antiheld ; en tenslotte tussen de belangen van de overheid en van het maatschappelijk weefsel.  

In de deserteur kan de beweging naar maatschappelijke individualisering gevolgd worden.  Het militaire apparaat staat dan voor gehoorzaamheid, discipline, de deserteur daarentegen voor individualiteit, beslissingsvrijheid, emancipatie en burgerschap.

Het valt inderdaad op dat deserteursliederen vanaf de 18e eeuw in de ik-vorm gesteld zijn

"Ich hatte mich einmal unterschrieb'n,
Dem Könige von Preussen treu zu dien'n;
Ich dient' ihm kaum ein halbes Jahr,
Da ging das Desertieren an (…)"
Ik had er ooit voor getekend / om de koning van Pruisen trouw te dienen, / ik diende hem amper een half jaar, / en het deserteren begon al /

en :
"Nun ade, jetzt reis ich fort,
Fort in ein andres Ort.
Ob ich gleich ein Deserteure bin,
Darf ich doch Urlaub nehmen (...)"
Nou, tot ziens, nu ben ik weg, / weg naar ergens anders. / Al ben ik een deserteur, / ik mag ook vakantie nemen /

Of het beroemde :
"Zu Strassburg auf der Schanz,
Da fing mein Unglück an;
Da wollt ich den Franzosen desertier'n,
Und wollt es bei den Preussen probier'n,
Ei, das ging nicht an (...)"
In Straatsburg in de loopgraven, / daar begon mijn ongeluk; / ik wilde uit het Franse leger deserteren, / en het bij de Pruisen proberen, / maar dat ging niet door (...) /

Moeten we de deserteur dus als een held van de individualisering en de subjectiviteit opvatten ?
Maar als we wat nauwkeuriger kijken past een duaal model toch niet zo goed op de historische realiteit.  Desertie wordt door de staatsmacht, de krijgsraden en de legerpsychiaters als een
individuele weigering ten opzichte van het collectieve en als afwijking ten opzichte van het “normale" behandeld.  Maar daardoor zijn het juist deze instanties die de individualisering produceren.  Muiterij is een gezamenlijk doorbreken van de discipline, maar de deserteur doet dit alleen en wordt daarom gemarginaliseerd als “eedbreker” (18e eeuw) of hystericus en gedegenereerde nietsnut (19e eeuw).  Hiermee bevestigt de deserteur veeleer de theorie van Michel Foucault van de gezamenlijk geproduceerde subjectiviteit.  Foucault wees immers op een dynamiek van machtsrelaties, waarin elkeen participeert en aldus op een actieve wijze meebouwt aan machtsverhoudingen. Het subject onderscheidt zich van een individu, omdat het actief deelneemt aan de productie van de eigen subjectiviteit van het individu.  Of zoals Norbert Elias, die fundamenteel keerde tegen een simpele tegenstelling individu - maatschappij en het begrip ‘figuratie’ in de sociologie invoerde, als vlechtwerk van afhankelijkheidsrelaties tussen individuen onderling en tussen individuen en groepen.

De deserteur bouwt dus mee aan ‘wij'-formatie vanonderuit.  Niet alleen de staatsmacht brengt een “wij” voort, namelijk een “wij” dat staat voor vaderland, natie-staat en militaire kameraadschap.  Maar er is ook een “wij" dat spreekt uit de liederen van de huursoldaten in de 18e eeuw.  Hier zijn "heimwee" en familiale banden belangrijk.  Dat vinden we ook terug in de deserteursliederen,  als een “wij" dat het opneemt voor de ‘arme soldaten’, een slachtoffer-‘wij’ dus :

"O König von Preussen,
Du grosser Potentat,
Wie sind wir deines Dienstes
So überflüssig satt (...)
Ihr Herren nehmt's nicht Wunder,
Wann einer desertiert,
Wir werden wie die Hunde
Mit Schlägen strapaziert;
Und bringen sie uns wieder,
Sie henken uns nicht auf,
Das Kriegsrecht wird gesprochen:
Der Kerl muss Gassen lauf!"
O koning van Pruisen, / Gij grote potentaat, / hoezeer zijn wij het beu / om u ten dienste te zijn (…) / U heren verbazen er u niet over / wanneer er iemand deserteert, / wij worden dan als honden / op slagen getrakteerd; / en brengen ze ons terug, / ze hangen ons niet op, / de krijgswet wordt gesproken: / de man moet spitsroeden lopen!

Ook in "Te Straatsburg op de Schanz" wordt het ‘ik’ van de deserteur verbonden met  het ‘wij’ van de slachtoffers :
"Ihr Brüder allzumal,
Heut seht ihr mich zum letztenmal.
Unser Corporal, der gestrenge Mann,
Ist meines Todes Schuld daran,
Den klag ich an!"
Jullie broeders altegader, / vandaag zien jullie mij voor de laatste keer. / Onze korporaal, de strenge man, / heeft schuld aan mijn dood, / ik klaag hem aan !

Maar er is ook een ‘wij’ dat gemeenschappelijk handelt.  Toen tijdens de Zevenjarige Oorlog een gehele compagnie soldaten met hun officieren erbij deserteerde, liet ze dit rijmpje achter :
"Desertiren ist gefährlich,
Exerciren gar beschwerlich,
undt fünff Gröschl gar zu wenig,
Adjeu mein lieber König,
wir gehen zur Königin von Ungern,
die wird uns nicht lassen verhungern."
Deserteren is gevaarlijk, / exerceren echter moeilijk, / en vijf groschen veel te weinig. /  Adieu mijn beste Koning, / wij trekken de Koningin van Hongarije, / die zal ons niet laten verhongeren.

Het ‘Wij’ kreeg dan een heel nieuwe vorm in 1789/1848 bij de het revolutionaire ‘overlopen naar het volk’ en bij de antifascistische deserteurs tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Toen in 1990 ex-deserteurs de “Bundesvereinigung Opfer der Militärjustiz’ (zie de blogbijdrage van Ludwig Baumann) oprichtten, kwam enerzijds opnieuw een ‘Wij’ op de voorgrond.  Maar anderzijds toonde dit ook aan hoe eenzaam het ‘Ik’ al die voorafgaande jaren geweest was.  Al bij al kan de wisselende wij-geschiedenis van de deserteurs eerder als een sociologisch groepsfenomeen gezien worden.  Hun ‘Wij’ (“Wij zijn (ook) het volk”) kan niet in een tweedeling individu-collectief gevat worden.


Tegenstellingen II - het vechtende, het deserterende en het onberekenbare volk

In relatie tot begrippen als sociale identiteit, civiele maatschappij, natievorming en etnie vertoont de
deserteur nog andere tegenstellingen die gedeconstrueerd moeten worden.  Er zit een belangrijke tegenstelling tussen de idealisering van de soldaat enerzijds en van de deserteur anderzijds.

Aan de ene kant wordt de geschiedenis van de moderne natiestaat gekenmerkt door de stelling dat het leger en het volk één zijn.  Tegen deze achtergrond verschijnt de deserteur ofwel als een verrader of als een pathologische uitzondering, als een afwijking van de norm.  Nazi-jurist Reinhard Höhn zei in 1944 dat het leger de uitdrukking van de ‘volkskracht’ is.  Voor de nazi’s was een desertie dus de meest eerloze, de meest schandelijke en de meest zwaarwegende stap die een soldaat uit het Volksleger kan zetten.  Desertie betekent landverraad, hoogverraad en is de zwaarste van alle misdaden. (...)  Ze is de uitdrukking van politiek-moreel verval en een diep ongeloof in de zaak van het volk.  Als de soldaat een ‘burger in uniform’ dan wijkt de deserteur van de normaliteit van het ‘burgerschap’ af en betoont hij zijn ‘afwijkende socialisatie’.  Deze zienswijze gaat terug naar het begin van de natiestaat, toen leger en volk één identiteit moesten hebben.  Achter deze opvatting schuilt de overtuiging dat buitenlanders zullen eerder deserteren dan burgers ‘van het eigen volk’.

Als antithese tegenover deze natieconsensus staat de stelling dat deserteurs het echte volk vertegenwoordigen.  Desertieliederen nemen daarom een belangrijke plaats bij de ‘democratische volksliederen’.  Maar desertie bestaat in verschillende vormen.  Zo zijn er bijvoorbeeld de overlopers (hoewel dit eerder zelden voorkwam).  "Ik, zoon van het Duitse volk, zweer dat ik zolang zal vechten tot het volksvijandelijke Hitler-regime geëlimineerd is.”  Deze eed van ‘overlopers’ die tijdens de Tweede Wereldoorlog het Nationale Comité voor een vrij Duitsland’ toetraden, draaide de trouw ten aanzien van het volksleger waaruit ze kwamen, volledig om. Voor gewapende desertie kozen in WO-II ook een aantal mensen uit de Jeugdbeweging en werden later de Edelweiss Piraten genoemd.  Het waren jongeren uit alle lagen van de bevolking, vaak zonder ideologische grondslag, maar verenigd in hun afkeer van de nazi's en vooral van de Hitlerjugend. In 1999 liepen de meeste Kosovo-Albanese UCKK-rebellen over vanuit het Joegoslavisch leger.

Een andere variant van het omkeren van het heldendom is de tegenstelling antimilitarisme versus militarisme.  De deserteursmonumenten van de jaren tachtig zijn hiervan een voorbeeld.  Ze wilde de idealisering van de soldaat bekritiseren en kozen voor een monument als methode om een model naar voren te schuiven, hier een model van protest, van weigering.   Er is een vloeiende overgang tussen de anti-fascistische strijder, de antimilitaristische volksmassa en de anti-held, de deserteur als de belichaming van het ‘onheldhaftige’ volk, dat alleen maar wil overleven.  De tegenstelling tussen het vechtende en het deserterende volk hoort in ieder geval bij de moderne tijd. Een volksverrader kon maar volksheld worden, nadat het volksbegrip gedemocratiseerd was.  

In 1525 weigerden huurlingen op te treden tegen hun 'broeder boer’ (Bruder Bauer).  We zien dit ook wanneer soldaten overlopen naar het volk, bv  in 1789 of in 1848, of bij de stakingen en bezettingen van kazernes in 1989 (“Wij zijn het volk”).  Maar het volk is niet altijd een eensgezind en consequent blok.  Soms weigert het alle medewerking, soms volgt het de overheid, soms aarzelt het, soms is het hopeloos verdeeld.  Ook binnen het leger spelen tegenstrijdige tendenzen :  er is de ‘korpsgeest’ die desertie tegenwerkt en er het ‘heimwee’ dat aanzet tot weglopen.  De deserteur zit op de wip tussen het civiele en het militaire leven.  Hij is het levende bewijs dat de mens als een soldaat zijn identiteit als burger nooit helemaal aflegt, en dat hij ook in uniform zijn onvoorspelbaarheid niet opgeeft.

Een van de tegenstellingen vanuit civiel standpunt is de spanning tussen subjectieve individualisering ("Ik maak me uit de voeten") en sociale identiteit.  De slogan van de jaren tachtig, "Stel je voor, er is een oorlog, en niemand gaat erheen”, kan worden opgevat als "wij gaan er niet heen” - maar het is historisch en situationeel niet altijd duidelijk wie dat ‘wij’ is.  Peter Sloterdijk knoopt hier de filosofische bedenking aan vast dat “de mens niet alleen op de wereld is”.  Ook de deserteur niet.  Zijn beslissing en zijn daad hebben altijd een maatschappelijke context.  De driehoek deserteur - soldaat in een militaire context - burger in de civiele maatschappij is dus essentieel.  


Tegenstellingen III - de overheid, de civiele samenleving en de huurlingenmarkt

In tijden van globalisering en privatisering ontstaan (opnieuw) privé-legers en dus ook een huurlingenmarkt.  Dit roept herinneringen wakker aan de vroegmoderne periode toen er een soort ‘huursoldatengilde’ bestond, maar ook aan de 18-e eeuw, toen huurlingen de ‘keuze’ hadden tussen verschillende legers.  Daardoor ontstonden ook economische motieven om te deserteren, namelijk om naar een ander leger over te lopen waar de voorwaarden aantrekkelijker waren.   Vandaag is de context voor huurlingen echter op een markt die door het verdwijnen van de natiestaten en het einde van het monopolie van nationale legers gekenmerkt wordt, helemaal anders.  

Hoe dan ook, de nieuwe opkomst van een huurlingenmarkt maakt het moeilijk om zoals in de conventionele militaire geschiedschrijving gebruikelijk was, het fenomeen van de deserteur enkel vanuit het perspectief van een nationale overheid te bekijken.  In een wereld waarin voortdurend nieuwe oorlogscontexten ontstaan, zal ook een nieuwe psychologie van de ‘vechtende soldaat’ én van de deserteur ontwikkeld moeten worden. 

 


Henning Eichberg, Kopenhagen

Henning Eichberg (°1/12/1942 in Schweidnitz, Silezië) is een Duitse socioloog en historicus, verbonden aan de University of Southern Denmark in Odense.  Hij spcialiseerde zich in de filosofie van de lichaamstaal en schreef veel over volk en natie

Het originele artikel kan nagelezen worden in Zeitschrift für Historische Forschung, 27, 2(2000): 229-247

Desertion zwischen Individualisierung, Zivilgesellschaft, Macht und Markt
Militärgeschichte aus der Perspektive des Weglaufens - deel 2