Menu

Zimmerwald 1915

Zimmerwald 1915

Zimmerwald, de eerste vredesconferentie na het uitbreken van de Grote Oorlog. Het belangrijkste discussiepunt handelde over de strijd van de arbeidersklasse  voor vrede tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de loop van deze discussie  brachten de linkse socialisten een resolutie en een manifest naar voor dat het  imperialistische karakter van de wereldoorlog aantoonde, dat sociaal-chauvinisme veroordeelde en dat de arbeidersklasse opriep om de oorlog te  veranderen in een Revolutie. Zo zou de arbeidersklasse de politieke macht  kunnen grijpen en een socialistische maatschappij kunnen opbouwen. De  meerderheid verwierp de twee teksten, en schoof zelf het standpunt naar voor  dat het zich zou beperken tot een pacifistische verklaring.

 

 

SOCIALISME OF BARBARIJ
(Rosa Luxemburg)
VREDESCONFERENTIES TIJDENS WERELDOORLOG I : Zimmerwald (1915)

Waarschuwing! Ik ben geen historica, maar wel geïnteresseerd in de  geschiedenis en haar verhalen. Vandaag wil ik het hebben over Wereldoorlog I en  het pacifisme. Meer bepaald over Zimmerwald en de andere vredesconferenties  in zijn nasleep.

Betrapt: ik schrijf meteen “zijn” nasleep alsof ik naar een mannelijke persoon  verwijs. En ja, zo is het begonnen...

De geschiedenis via strijdliederen ingelepeld
Als kind zong ik met andere rode kinderen: Tu guideras nos pas, Zimmerwald!  (wat zoveel betekent als Wijs ons de weg, Zimmerwald). Veel uitleg kreeg je  daar toen niet bij. En zo had ik me Zimmerwald voorgesteld als alweer een anti- fascist. Net zoals Ernst Thälmann uit het lied Das Thälmann-Bataillon.
Wie het Zimmerwald-lied eens wil horen, kan het vinden op YouTube. Met heroïsche filmbeelden en al (http://www.youtube.com/watch?v=f8hSFDg_s24)
Op het gevaar af de lezer teleur te stellen: het lied van Zimmerwald dateert niet  uit de Eerste Wereldoorlog maar werd in 1936 gecomponeerd door jonge Franse  trotskistische militanten, toen alweer een nieuwe wereldoorlog dreigde.

Als Zimmerwald geen persoon is, wat is het dan?
Behalve een Zwitsers dorp in de buurt van Bern, is Zimmerwald bekend als de  plaats waar van 5 september tot 8 september 1915 de  Zimmerwaldconferentie bijeenkwam, een initiatief van de Tweede  Socialistische Internationale. Er namen 38 afgevaardigden deel aan de  conferentie, uit landen zoals Rusland, Polen, Italië, Zwitserland, Bulgarije,  Roemenië, Duitsland, Nederland, Zweden, Noorwegen en Frankrijk. Uit Nederland  was onder meer Henriette Roland Holst aanwezig. De bij de oorlog betrokken  landen waren veelal vertegenwoordigd door bannelingen (zoals Lenin en Trotski  voor Rusland), omdat de leden uit bezette gebieden geen paspoort kregen.

Twee jaar voordien

Hier is een parenthese op haar plaats. De arbeidersbeweging was  al decennia lang antimilitaristisch en pacifistisch ingesteld. Denk  maar aan de beginselen van de Franse revolutie waar, naast vrijheid
en gelijkheid, broederlijkheid hoog in het vaandel was geschreven.
En een volledige strofe van de Internationale roept op tot de strijd  tegen het militarisme en de oorlog:
De heersers, door duivelse listen,
Bedwelmen ons met bloedige damp,
Broeders, strijdt niet meer voor ander twisten
Breek de rijen, hier is uw kamp.
Gij die ons tot helden wilt maken,
O, Barbaren, weet wat gij doet!
Wij hebben wapens hen te raken
Die dorstig schijnen naar ons bloed.

Binnen de Socialistische Internationale (de tweede van haar soort) was  er overeengekomen, dat mocht een oorlog dreigen, de arbeiders in alle  landen massaal in staking zouden gaan, terwijl hun parlementaire  vertegenwoordigers tegen de oorlogskredieten zouden stemmen. Zonder manschappen en zonder geld kon er immers geen oorlog worden gevoerd.


Deze strategie werd eens te meer bekrachtigd tijdens de  Vredesconferentie van Bazel uit 1912 waar leden van de Internationale  vergaderden om een tweede Balkanoorlog te beletten. Er werd besloten dat mocht het oorlog worden, het de plicht was van alle socialistische  partijen om te ijveren voor een spoedige beëindiging van de strijd. De  arbeidersklasse zou zich met alle beschikbare middelen verzetten en  zodoende de val van het kapitalisme bespoedigen.

Dat de vredesconferentie van Bazel en de congressen die eraan  voorafgingen en erop zouden volgen, niet verder kwamen dan klinkende  pamfletten, manifesten en resoluties ligt aan de samenstelling van de  Socialistische Internationale die volgens haar statuten geacht werd het proletariaat in zijn geheel te vertegenwoordigen. Zodoende bestond ze uit  verschillende tendensen – grosso modo de hervormingsgezinde sociaal- democraten die vooral in Duitsland sterk waren en de revolutionaire  linkervleugel. De uitsluiting van de anarchistische beweging had voordien  al gezorgd voor het uiteenvallen van de Eerste Internationale (conflict  tussen Karl Marx en Bakoenin). Zowel de sociaal-democraten als de  revolutionairen streefden naar een klasseloze, rechtvaardige  maatschappij door de afschaffing van het kapitalisme en zijn uitwassen als  uitbuiting van de arbeiders, militarisme, imperialisme. Alleen verschilde de  methode waarmee ze hun doel wilden bereiken: de sociaal-democraten  wilden waar het kon de parlementaire weg bewandelen eens het algemeen  stemrecht was verkregen, vermits de proletariërs in de samenleving de  overgrote meerderheid vormden. De revolutionairen kozen voor de  gewapende strijd van de arbeiders zelf.

Twee onverzoenbare  uitgangspunten.  

De Vredesconferentie van Bazel wordt beschreven in literaire  werken, onder andere Les Cloches de Bâle van Louis Aragon en Gedenksteen  voor Rosa van Achilles Mussche waaruit we het volgende citeren:
“... in oktober 1912, al staat de winter voor de deur, vliegt heel die heksenketel van de Balkan in vuur en vlam, zij kunnen daar niet eens meer wachten tot de lente begint. Ja waarachtig, de oorlog nadert en het zal een grote oorlog zijn. In allerijl komt in Bazel een internationaal congres van de socialistische partijen bijeen en de kerkelijke overheid staat hun de dom af voor hun grote openbare vergadering. Heel in de hoogte rondom de geweldige ruimte flikkeren duizenden lichtjes, de glasramen gloeien in de pracht van hun kleuren, en als in de verte de trommels van de optocht roffelend hoorbaar worden, beginnen de klokken te luiden, tot dreunend het orgel losbreekt; langzaam dringen de tientallen rode vlaggen in het schemerachtige schip van de domkerk binnen en vanaf de kansel weerklinkt het lied van de Internationale

En toch werd het oorlog ....

      Churchills “fun”
      Ik weet het wel, oorlog gooit dag na dag het leven van duizenden mensen overhoop, ontelbaar zijn degenen die      daarbij omkomen, en toch kan ik het niet helpen, ik geniet van elke seconde.
      Georgie, Willy en Nicky
      Koning George V van Groot-Brittannië, keizer Willem II van Duitsland en tsar Nicolaas van Rusland (Georgie, Willy en Nicky) waren neven van elkaar. George en Wilhelm waren beiden kleinzoons van Koningin Victoria en ook de echtgenote van Tsaar Nicolaas, Alexandra, was een kleindochter van dezelfde Victoria. De drie heersers golden als incompetent.

Ondanks de massale vredesbetogingen in tal van landen werd het toch oorlog.  Natuurlijk niet omdat in Sarajevo de Oostenrijkse troonopvolger vermoord werd  door een Servisch nationalist, een incident dat de eerder gesloten allianties goed  uit kwam: Groot-Brittannië, Frankrijk, Rusland (de Geallieerden) ten opzichte van  Duitsland, Oostenrijk/Hongarije (De Centrale Machten). De regeringen in die  landen hadden elk een verlanglijstje met items als het overwicht op zee,
koloniën, afzetgebieden, “levensruimte”, terugwinnen van verloren gebieden, ...

Deze verborgen agenda was moeilijk te verkopen aan het volk. Daarom werd  overal de propagandamachine in gang gezet: er was een vijandbeeld nodig, het  pangermanisme, het verwerpelijk tsaristisch regime in Rusland en de Russen in  het algemeen, de koloniale machten Frankrijk en Engeland, ...  

De anti-oorlogbetogingen, de bemiddelingspogingen van politici als Jean Jaurès  en intellectuelen als Stefan Zweig, Romain Rolland en Emile Verhaeren, niets  mocht baten. Rosa Luxemburg noteerde ontgoocheld ietwat cynisch dat de  slogan “Proletariërs aller landen, verenigt u” verworden was tot “Proletariërs aller  landen, verenigt u in vredestijd, doch snijdt elkaar de keel over in oorlogstijd.”

En op de vooravond van de Franse mobilisatie werd Jean Jaurès vermoord, zoals  beschreven werd in een Parijse krant:  «Ils ont tué Jaurès!»
La veille, le 31 juillet 1914, alors que le général Joffre fait pression pour  que soit décrété l’ordre de mobilisation, le dirigeant socialiste Jean  Jaurès est reçu par Abel Ferry, le sous-secrétaire d’État aux Affaires  Étrangères. Le but de sa visite: arracher au gouvernement une action en  faveur de la paix, plus que jamais menacée. Avant de se rendre à son  bureau de l’Humanité, il rejoint quelques collaborateurs au Café du  Croissant, rue Montmartre.  Il est 21h40 quand quelques cris retentissent: «Ils ont tué Jaurès! Lls  ont tué Jaurès!» s’écrie-t-on tandis que l’homme, étendu sur le sol,  succombe sous les balles du nationaliste Raoul Villain.  La paix,avec Jaurès, s’en est allée. Le lendemain, sa mort passe au  second plan: le 1er août 1914, la France mobilise.

De Keizer van Duitsland sprak het volk toe: voortaan kende hij geen partijen  meer, alleen Duitsers. Zoiets heette Burgfrieden. In Frankrijk sprak men van een  Union Sacrée. In het Nederlands bestaat de uitdrukking Heilig Verbond. Bij de  Britten gold ineens een Industrial Truce waarbij de vakbonden zich van actie  onthielden voor de duur van de oorlog .. De klassenstrijd werd voor “eventjes”  opgeschort.

De socialistische partijen hadden de oorlogskredieten goedgekeurd (in  Duitsland stemde alleen Karl Liebknecht tegen). Onder de invloed van de  propaganda ging men de oorlog niet meer beschouwen als een  imperialistische oorlog die de belangen van de kapitalisten diende, maar  als een aanvalsoorlog door het gehate Russische tsarisme (visie van de  Duitse sociaal-democraten) of door de Barbaarse Hunnen (meerderheid  van de arbeidersbeweging bij de Geallieerden).

En zo kwam het dat jonge mannen zich geestdriftig lieten inlijven om naar de  oorlog te trekken. Die oorlog, zo werd hen gezegd, zou hooguit enkele maanden  duren. De treinen vertrokken naar het front, beschilderd met slogans  “Weihnachten in Paris”, “Noël à Berlin”.

Als de mannen de propaganda zo makkelijk op de lijm gingen, dan moesten de  vrouwen zich tegen de oorlog verzetten, vond de Duitse dichter Ernst  Friedrich(1894-1967):
Wanneer uw mannen te zwak zijn, speelt gij het klaar
Bewijst dat uw liefde tot uw man sterker is dan een legerbevel.
Laat uw mannen niet naar het front gaan
Tooit niet met bloemen de geweren
Verhindert het vertrek der treinen
Laat uw mannen niet los, ook al klinkt het sein van vertrek
Breekt de rails open ; Gaat voor de locomotieven staan
Vrouwen ... speelt gij het klaar, als uw mannen te zwak zijn
Moeders van alle landen verenigt u !

Zimmerwald, de eerste vredesconferentie na het uitbreken van de Grote Oorlog  Aan de vooravond van de conferentie organiseerde Lenin een groep socialistische  internationalisten, de zogenaamde Linkse Zimmerwaldisten, als teken van  protest tegen de centristische houding van de meerderheid van de conferentie  (de Centristische Zimmerwaldisten, onder leiding van de Zwitserse sociaal-democraat Robert Grimm).

Het belangrijkste discussiepunt handelde over de strijd van de arbeidersklasse  voor vrede tijdens de Eerste Wereldoorlog. In de loop van deze discussie  brachten de linkse socialisten een resolutie en een manifest naar voor dat het  imperialistische karakter van de wereldoorlog aantoonde, dat sociaal-chauvinisme veroordeelde en dat de arbeidersklasse opriep om de oorlog te  veranderen in een Revolutie. Zo zou de arbeidersklasse de politieke macht  kunnen grijpen en een socialistische maatschappij kunnen opbouwen. De  meerderheid verwierp de twee teksten, en schoof zelf het standpunt naar voor  dat het zich zou beperken tot een pacifistische verklaring. De sociaal-democraten  onder wie Kamiel Huysmans die secretaris was van het Internationaal  Socialistisch bureau, spotte met het amateurisme en de overhaast van de  linkervleugel en noemde ze zelfs avonturiers. Lenin legde, in naam van de  linkervleugel, de eis op tafel van een concretisering van politieke slogans. Hij  bracht naar voor dat Europa zich aan de vooravond van een revolutiegolf bevond.  Dit maakte het noodzakelijk om de massa’s de concrete middelen te geven om
mee te strijden.

Uiteindelijk nam de conferentie een compromistekst aan (opgesteld door Leon  Trotski en anderen). Deze tekst week ideologisch af van de linkervleugel, maar  erkende toch de noodzaak om de arbeidersklasse internationaal te organiseren in  de strijd tegen het imperialisme en de oorlog. De tekst onderstreepte ook het  imperialistische karakter van deze oorlog, het huichelachtige aan de slogan  ‘verdediging van het vaderland’ en het klaagde het verraad van de leiders van de  Tweede Internationale aan. Lenin merkte hierover op dat dit manifest een stap  voorwaarts betekende naar een breuk met het opportunisme en het sociaal- chauvinisme. De deelnemers aan de conferentie betuigden tevens hun steun aan  diegenen die vervolgd werden omwille van hun verzet tegen de oorlog.  

Bijzondere uitdrukking van solidariteit kregen Karl Liebknecht, Rosa Luxemburg,  Clara Zetkin en de bolsjewistische leden van de Doema die in ballingschap waren  in Siberië.



Manifest van Zimmerwald

De Internationale Socialistische Conferentie, gehouden te  Zimmerwald (nabij Bern, Zwitserland), heeft het volgende  manifest uitgevaardigd:

Proletariërs van Europa!

Langer dan een jaar duurt de oorlog. Miljoenen lijken  bedekken de slagvelden, miljoenen mensen werden voor hun  ganse leven verminkt. Europa gelijkt een reusachtig  mensenslachthuis. De gehele, door de arbeid veler geslachten  gewrochte beschaving is aan de verwoesting overgegeven. De  wildste barbaarsheid viert nu haar triomfen over alles, wat tot  heden de trots der mensheid uitmaakte.

Wat ook de waarheid aangaande de onmiddellijke  aansprakelijkheid voor het uitbreken van deze oorlog moge zijn  dit ene staat vast: de oorlog, die deze chaos voortbracht, is het  gevolg van het imperialisme, van het streven van de  kapitalistische klassen van iedere natie, haar winsthonger door  de uitbuiting van de menselijke arbeid, van de natuurschatten van de gehele aarde te bevredigen.
Economisch achterlijke of politiek zwakke naties vervallen  daarbij in de afhankelijkheid der grootmachten, die in deze  oorlog pogen, met bloed en staal, een nieuwe wereldkaart te  tekenen, in overeenstemming met haar uitbuitingsbelangen. Zo  dreigt het noodlot ganse volken en landen, als België, Polen, de  Balkanstaten, Armenië, om als stukken van de buit in het spel  van de compensaties (vergoedingen), geheel, of in stukken  gereten, te worden geannexeerd.  

De drijvende krachten van de oorlog treden in zijn verloop in  al haar gemeenheid aan de dag. Flard na flard valt de sluier,  waarmede het ware wezen van deze wereldcatastrofe voor het  bewustzijn der volken werd verhuld. De kapitalisten van alle  landen, die uit het vergoten bloed des volks het rode goud der  oorlogswinsten munten, beweren, dat de oorlog de verdediging  van het vaderland dient, de democratie, de bevrijding van  onderdrukte volken. Zij liegen. Inderdaad en in waarheid  begraven zij onder het puin van de verwoesting én de vrijheid  van het eigen volk én de onafhankelijkheid van andere naties.

Nieuwe boeien, nieuwe ketens, nieuwe lasten ontstaan, en het  proletariaat van alle landen, van de overwinnende, zowel als  van de overwonnene, zal ze moeten dragen. Verhoging van de  welstand werd er bij het uitbreken van de oorlog verkondigd;  nood en ontbering, werkeloosheid en duurte, ondervoeding en  volksziekten zijn het werkelijke resultaat. Tientallen jaren lang  zullen de oorlogskosten de beste krachten der volkeren  verteren, het door de sociale hervormingen bereikte in gevaar  brengen en iedere schrede voorwaarts verhinderen.  

Verwoesting der beschaving, economische achteruitgang,  politieke reactie dat zijn de zegeningen van deze gruwelijke  volkerenworsteling.  Zo onthult de oorlog de naakte gedaante van het moderne
kapitalisme, dat niet alleen met de belangen van de  arbeidersmassa’s, niet slechts met de behoeften van de  historische ontwikkeling, maar ook met de allereerste  voorwaarden van de menselijke gemeenschap onbestaanbaar  geworden is.

De heersende machten der kapitalistische maatschappij, in  welke handen het lot der volkeren rustte, de vorstelijke zowel  als de republikeinse regeringen, de geheime diplomatie, de  machtige ondernemersorganisaties, de burgerlijke partijen, de  kapitalistische pers, de kerk, zij allen dragen het volle gewicht  der verantwoordelijkheid voor deze oorlog, die ontstaan is uit  de door hen gevoede en beschermde maatschappelijke orde en  voor hun belangen wordt gevoerd.

Arbeiders!
Uitgebuit, onrecht, verwaarloosd, noemde men u bij het  uitbreken van de oorlog, toen het er op aan kwam, u op de  slachtbank de dood in de armen te drijven, broeders en  kameraden. En nu, terwijl het militarisme u verminkt,  verscheurd, vernederd en vernietigd heeft, eisen de heersers  van u het prijsgeven uwer belangen, uwer doeleinden, uwer  idealen, met één woord: de slaafse onderwerping aan de  godsvrede. Men berooft u van de mogelijkheid, uw meningen,  gevoelens en smart te uiten, men verbiedt u, uw eisen te laten  horen en te doen gelden. De pers gekneveld, de politieke  rechten en vrijheden met voeten getreden zo heerst heden de  militaire dictatuur met ijzeren vuist.

Deze toestand, die de gehele toekomst van Europa en van de  mensheid bedreigt, kunnen en mogen wij niet langer daadloos  aanschouwen Tientallen jaren lang heeft het socialistische  proletariaat de strijd tegen het militarisme gevoerd. Met  stijgende zorg hielden zijn vertegenwoordigers op hun nationale  en internationale congressen zich bezig met het uit het  imperialisme steeds dreigender opstekende oorlogsgevaar. Te  Stuttgart, te Kopenhagen, te Bazel hebben de internationale  socialistische congressen de weg aangewezen, die het  proletariaat heeft te betreden.
 
Socialistische partijen en arbeidersorganisaties van  verschillende landen, die deze weg mede bepaalden, hebben de  daaruit voortvloeiende verplichtingen sedert het begin van de  oorlog verwaarloosd. Haar vertegenwoordigers hebben de  arbeidersklasse tot schorsing van de klassenstrijd, van het enig  mogelijke en werkzame middel van de proletarische  emancipatie, opgeroepen. Zij hebben de heersende klassen de  oorlogskredieten toegestaan, zij hebben zich voor de  verschillende diensten ter beschikking van de regeringen  gesteld, zij hebben door hun pers en hun afgezanten gepoogd,  de neutralen voor de regeringspolitiek van hun landen te  winnen, zij hebben de regeringen socialistische ministers als  gijzelaars voor de inachtneming van de godsvrede uitgeleverd,  en daarmee hebben zij voor de arbeidersklasse, voor haar  tegenwoordige staat en voor de toekomst, de  verantwoordelijkheid voor deze oorlog, voor zijn doeleinden en  zijn methoden op zich genomen. Evenals de afzonderlijke  partijen, zo bleef de gezaghebbendste vertegenwoordiging der  socialisten van alle landen: het Internationale Socialistische  Bureau in gebreke.

Deze feiten zijn mede schuld geweest, dat de internationale  arbeidersklasse, die niet aan de nationale paniek van de eerste  oorlogsperiode ten offer viel, of zich daarvan vrijmaakte, tot  heden nog, in het tweede jaar van de volkerenmoord, geen  middelen en wegen vond, om de daadkrachtige strijd voor de  vrede gelijktijdig in alle landen aan te vangen.

In deze ondraaglijke toestand hebben wij, de  vertegenwoordigers van de socialistische partijen,
vakverenigingen en haar minderheden, wij Duitsers, Fransen,  Italianen, Russen, Polen, Letten, Roemeniërs, Bulgaren,  Zweden, Noren, Hollanders, Zwitsers, wij, die niet op de bodem  der nationale solidariteit met de uitbuiterklasse, maar op de  bodem der internationale solidariteit van het proletariaat en  van de klassenstrijd staan, ons met elkaar verenigd, om de  gebroken draden van de internationale betrekkingen opnieuw  aan te knopen en de arbeidersklasse tot zelfbezinning en tot de
strijd voor de vrede op te roepen.

Deze strijd is de strijd voor de vrijheid, voor de  volkerenverbroedering, voor het socialisme. Het is zaak, deze  worsteling voor de vrede aan te vangen, voor een vrede zonder  annexaties en zonder oorlogsschattingen. Zulk een vrede  echter is slechts mogelijk onder veroordeling van iedere  gedachte aan een verkrachting der rechten en vrijheden der  volkeren. Noch de bezetting van gehele landen, noch die van  sommige landsdelen mag tot hun gewelddadige inlijving  voeren. Geen annexatie, noch een openlijke, noch een  verdekte, ook geen gedwongen economische aansluiting, die  door politieke ontrechting slechts nog ondraaglijker wordt  gemaakt. Het zelfbeschikkingsrecht der volken moet  onwrikbare grondslag in de orde van de nationale verhoudingen  zijn.

Proletariërs!
Sedert het uitbreken van de oorlog hebt gij uw energie, uw  moed en volharding in de dienst van de heersende klassen  gesteld. Nu geldt het, voor uw eigen zaak, voor de heilige  doeleinden van het socialisme, voor de verlossing der  onderdrukte volken en der geknechte klassen op te komen door
de onverzoenlijke proletarische klassenstrijd.  Taak en plicht van de socialisten van de oorlogvoerende  landen is het, deze strijd met volle kracht op te nemen, taak en  plicht van de socialisten van de neutrale staten, hun broeders  in deze worsteling tegen de bloedige barbaarsheid met alle  doeltreffende middelen te ondersteunen.

Nooit in de wereldgeschiedenis was er een meer dringende,  een hogere, een verhevener taak, welke vervulling ons  gemeenschappelijk werk moet zijn. Geen offer te groot, geen  last te zwaar, voor dit doel: de vrede onder de volken te  bereiken.

 Arbeiders en arbeidsters! Moeders en vaders!,  Weduwen en wezen! Gewonden en verminkten! u allen, die in  de oorlog en door de oorlog lijdt, roepen wij toe: over de  grenzen, over de dampende slachtvelden, over de verwoeste steden en dorpen heen:
PROLETARIËRS ALLER LANDEN, VERENIGT U!

Zimmerwald (Zwitserland), september 1915.

Uit naam van de internationale socialistische conferentie:
Voor de Duitse delegatie: Georg Ledebour, Adolf Hoffmann
Voor de Franse delegatie: A. Bourderon, A. Merrheim
Voor de Italiaanse delegatie: Serrati [elders staat G.E. Modigijani], Lazzari
Voor de Russische delegatie: N. Lenin, P. Axelrod, M. Bobroff
Voor de Poolse delegatie: St. Lapinski, A. Warski, Cz. Hanecki
Voor de inter-Balkanse socialistische Federatie
Uit naam der Roemeense delegatie: C. Rakovski
Uit naam der Bulgaarse delegatie: Wassil Kolarow
Voor de Zweedse en Noorse delegatie: Z. Höglund, Ture  Nerman
Voor de Hollandse delegatie: H. Roland-Holst
Voor de Zwitserse delegatie: Robert Grimm, Charles Naine