Menu

Sovjets aan de IJzer ! Wie is Antoon Pira ?

Sovjets aan de IJzer !  Wie is Antoon Pira ?

Antoon Pira (Antwerpen, 1887 - 1993), oprichter van het Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond, was een vrijzinnig Antwerps ambtenaar die tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1914 dienst genomen heeft als vrijwilliger in het Belgisch leger en er toen politiek actief werd.  Na de Slag om de IJzer in oktober 1914 belandt hij in het legerkamp van Auvours in Frankrijk.  In de nabijgelegen stad Le Mans maakte hij kennis met het pacifisme van de Franse oud-premier Joseph Caillaux.  In februari 1918 wordt Pira terug naar het front gestuurd als soldaat bij de 5de Linie.  Hij leert er de Frontbeweging kennen, maar vindt haar programma te beperkt.  Hij neemt de taalverzuchtingen van de Frontbeweging over en wil ze onder invloed van de Russische revolutie verruimen tot een breed sociaal programma.  



In mei 1918 sticht hij het Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond en pleit ook voor de oprichting van een Waalse tegenhanger, het Association Generale Démocratique Wallonne.  Met zijn beweging wou Pira niet alleen de taalproblematiek in leger aankaarten, maar ook de sociale problematiek zowel binnen het leger zelf als in de Belgische samenleving.  Naast taaleisen staan ook de toekenning van een hogere soldij, barema's voor oorlogsschade, invoering van de leerplicht, algemeen stemrecht, beter Nederlandstalig onderwijs, apolitieke vakbonden en sociale woningen op de agenda.

In de 4 juni 1918-editie van Ons Vaderland, het meest uitgesproken Vlaamsgezinde dagblad dat de soldaten achter het front konden lezen, pleitte hij ervoor dat de Vlaamse Beweging niet alleen moest ijveren voor de "ontslaving van ons ras" maar ook dat ze de Vlaamse arbeiders "tot die hoge trap van welvaart en sociaal standpunt moest leiden als zij voorheen in Vlaanderens machtig verleden bekleedden".

Tijdens de vierde oorlogswinter begon de frontdienst weer zwaarder te wegen : de Belgen hadden de sector Nieuwpoort overgenomen en verdedigden nu 38km front.  In december 1917 (de koudste maand in dertig jaar) werden 1007 gevallen van desertie genoteerd.  In januari 1918: waren het er 718 en van februari tot mei 2002.  De militaire overheid trok zich het lot van de soldaten echter niet aan.  De overzijde speelde toen ook handig in op de onlustgevoelens, met over de linies heen geworpen propaganda.

Pira zocht voor zijn beweging medestanders op diverse niveaus van het leger en streefde ernaar in zijn beweging ‘bestuurders’ te hebben per regiment.  Ledenlijsten werden opgesteld om de voortzetting van de werking na de oorlog te garanderen.  Een propagandafonds gespekt met bijdragen van de leden werd opgericht.  Om zijn ideeën de wereld in te sturen dacht hij aan de dagbladen Ons Vaderland en L'Opinion Wallonne.  Latere getuigenissen van oud-fronters beweren dat Pira soldatensovjets wou oprichten naar analogie van wat in Rusland gebeurde tijdens en na de Russische revolutie.

Pira vormde een eerste groep van zijn beweging in het 1ste bataljon van de 5de Linie.  200 soldaten sloten zich bij de beweging aan en Pira hield verschillende meetings.  De paters van Sint-Sixtus in West-Vleteren vermelden in hun archieven een bijeenkomst in de buurt van de abdij op 24 mei 1918.  Nadat soldaten van het 6de en 15de Linie geweigerd hadden tijdens hun rustdagen te werken, organiseerde Pira binnen zijn legeronderdeel een werkstaking.  Op 11 juni 1918 weigerde zijn bataljon nog aan het werk te gaan en Pira sprak de soldaten toe in een naburig bos.  

Dirk Vansina, die de leiding had van de Frontbeweging in de 2de Divisie, pleitte bij de hoofdleiding van de Frontbeweging om aan te sluiten bij de beweging van Pira.  In een verslag aan de leiding van de Frontbeweging spreekt Vansina over een revolutionaire sfeer en roept hij op tot massale desertie.  Pira overtuigt meer en meer leden van de Frontbeweging in de 5de Linie, een deel van de 6de Linie en delen van de genietroepen en de artillerie.  Oorlogsvrijwilliger en lid van de Frontbeweging Hendrik Demoen waarschuwde binnen de Frontbeweging voor het ‘verleidelijk bolsjewisme’ van Pira.  Later zal Hendrik Borginon beweren dat de Frontbeweging Pira voor een keuze wou plaatsen :  zijn beweging stoppen of deserteren, zo niet zou hij vermoord worden.  De moord zou uitgevoerd worden door Maurits Geerardyn, die zich in 1914 als 18-jarige oorlogsvrijwilliger had opgegeven.  Jan Bruylants die Geerardyn van het plan op de hoogte moest brengen, alarmeerde echter Pira zelf.

Rond 20 juni 1918 werd het hoofdkwartier van de 2de Divisie op de hoogte gesteld dat een grote groep Belgische soldaten plannen maakte om te deserteren.  Een paar dagen later dook een gerucht op dat Pira met 20 soldaten de frontlinie zou hebben overgestoken en samen met Duitse soldaten het Belgisch leger zou pogen af te snijden van het Engels leger.  Het gerucht bleek vals, maar Pira werd ontboden op het hoofdkwartier en moest een administratieve job op zich nemen. Alhoewel Pira zelf geen voorstander was van desertie en zijn beweging binnen het leger wou uitbouwen, deserteerden uiteindelijk in totaal 79 soldaten van zijn divisie (voornamelijk tijdens de periode mei-juni 1918).  70 ervan zullen later door krijgsauditeur Vervaet voor de rechter worden gebracht.

Pira was zo populair dat zijn officieren hem niet met geweld durfden verwijderen van het front uit vrees voor een opstand. Pas na een overplaatsing werd hij op 19 juli 1918 aangehouden en beschuldigd van het organiseren van de werkstaking van 11 juni 1918 en dat hij in Ons Vaderland soldaten zou hebben aangezet tot desertie.  Hij vraagt volksvertegenwoordiger Frans van Cauwelaert als advocaat, maar deze weigert.  Pira zal uiteindelijk na de oorlog door de krijgsraad tot een zware straf worden veroordeeld.
Begin augustus 1918 worden Maurits Geerardyn en zeven andere Vlaamse soldaten uit hetzelfde regiment als Pira gearresteerd en ondervraagd over hun relaties met Pira.  Het regiment dat ondertussen bekend stond omwille van zijn opvallende Vlaamsgezinde agitatie, zal tijdens het septemberoffensief in 1918 door Luitenant-generaal der Infanterie en Commandant van het 2de Legerdivisie Baron Honoré Drubbel ingezet worden in de gevaarlijke sector van Diksmuide.  Luitenant-generaal Drubbel zal daar later op een proces in 1920 tegen activistische professoren over verklaren :  "Le régiment coupable y a laissé peut-être 1000 hommes et s'est briallement réhabilité."

Drubbels gaf effectief het bevel te Boezinge (waar het relatief eenvoudig was over te lopen), dat de wachtposten op iedereen die overliep moesten schieten. Hij gaf ook opdracht om zijn mitrailleurs en kanonnen vooral 's nachts te laten vuren om het overlopen tegen te gaan.  De officieren werden persoonlijk verantwoordelijk gesteld.  Alleen om dienstredenen mochten de soldaten van de 2LD zich nog verplaatsen.

Antoon Pira overlijdt in 1939.  In 1986 brachten de geschiedkundige Luc Schepens en Luc Devliegher de tot dan toe miskende rol van Antoon Pira terug onder de aandacht in zijn boek "Front 14/18”.  Schepens situeert hem in een bredere pacifistische beweging die ‘defaitisme’ genoemd werd.  Hiermee werd het streven naar vrede aangeduid waarbij men ‘tot elke prijs’ de oorlog wil beëindigen.  Door sommigen werd dit dan gezien als overlopen of sympathiseren met de vijand.  Antoon Pira was echter meer als een gewoon defaitist zoals blijkt uit de doelstellingen van het Algemeen Vlaamsch Democratisch Verbond.  Over de invloed van Pira is er echter nog veel onduidelijkheid.  Wat wel vast staat is dat de actie van Pira een zekere ontreddering en onzekerheid heeft veroorzaakt in de rangen van de Frontbeweging.  Het is wellicht ook de leiding van de Frontbeweging geweest die verhinderd heeft dat er meer soldaten deserteerden en die na een zekere aarzeling de invloed van Pira heeft willen uitschakelen.
 


Bronnen :
Luc Devliegher en Luc Schepens: Front 14/18, 178 blz. (waarvan 80 blz. zwart-wit foto's). Formaat 21 bij 25 cm, omslag en band: Luk Mestdagh, kaarten: Arnoud Debonnet, tweede druk, uitgeverij Lannoo, Tielt en Den Haag, 1968.

Vlaanderen aan de IJzer, Tragedie 14/18, Het voorspel
Stille getuigen 1914-18
De Frontbeweging, de Vlaamse strijd aan de IJzer.
De Groote Oorlog (De Schaepdrijver)
Zeg mij waar de bloemen zijn. (Gaston Durnez)