Menu

Redenen voor de catastrofe van 1914

Redenen voor de catastrofe van 1914

Dikwijls wordt er beweerd dat oorlogen en conflicten onvermijdelijke gevolgen zijn van de agressieve aard van het mensenras (of van mannen als je zekere feministen mag geloven). In werkelijkheid is dat een uitleg die niets verklaart. Als de mensheid van nature agressief is, waarom is ze dan niet altijd in staat van oorlog? Waarom verscheurt de samenleving zichzelf dan niet?



In werkelijkheid is het periodiek uitbreken van oorlogen een uitdrukking van de spanningen die ontstaan in de klassenmaatschappij, die een kritiek punt bereiken waarbij de tegenstellingen enkel maar op gewelddadige manier kunnen worden opgelost. (…)

In uiteindelijke analyse was de oorlog van 1914-18 het resultaat van de late opgang van Duitsland, dat later de kapitalistische weg had ingeslagen dan Frankrijk en Engeland. Dit schiep een aantal onverdraaglijke tegenstellingen. Duitsland voelde dat het ingesnoerd en gewurgd werd door zijn grote rivalen, die konden beschikken over een (koloniaal) imperium. Duitsland had in 1871 een eenvoudige overwinning behaald op Frankrijk en de leidende kliek was aan het zoeken naar een excuus om een oorlog te beginnen die het zou toelaten om Europa te overheersen en landsdelen, markten en kolonies te bemachtigen.

Betekent dit dat Duitsland verantwoordelijk is voor de oorlog? Nee. Het idee dat men de schuld voor het uitbreken van een oorlog kan toewijzen aan deze of gene natie is vals en oppervlakkig, net zoals men de schuld wil geven aan “diegene die het eerste schot loste”. Duitsland viel België binnen en dat was ongetwijfeld een verschrikkelijke ervaring voor het Belgische volk. Maar nog veel verschrikkelijker was het lijden van de miljoenen koloniale slaven in Congo, dat onder de heerschappij stond van “poor little Belgium”.

De Franse imperialisten wilden Elzas-Lotharingen terugwinnen, hen afgenomen door Duitsland in 1871. Maar ze wilden ook het Rijnland veroveren, onderdrukken en plunderen, zoals later zou blijken uit het verdrag van Versailles. De Britse imperialisten voerden een “defensieve oorlog”. Dat wil zeggen dat ze hun geprivilegieerde positie verdedigden als de grootste imperialistische rover, die miljoenen Afrikanen en Indiërs in slavernij hield in zijn kolonies. De zelfde cynische berekening kan men terugvinden bij al de oorlogvoerende landen, of ze nu groot of klein zijn.

Op die periode terugblikkend, met het voordeel van wat we nu weten, is het niet moeilijk om de redenen te begrijpen voor de catastrofe van 1914. Er waren andere redenen, zoals het conflict tussen Oostenrijk-Hongarije en Rusland voor het meesterschap over de Balkan; er was de ambitie van het Tsarisme om Constantinopel te stelen uit de verlamde handen van het stervende Ottomaanse rijk. De bloedige slachtingen tijden de Balkanoorlogen van 1912-13 waren een verwittiging en bij vele gelegenheden kwamen de grootmachten dicht bij een conflict zelf voor 1914.

Maar ondanks die voorboden geloofden veel mensen dat er geen oorlog zou komen. Groot-Brittannië en Duitsland waren, na de Verenigde Staten, elkaars grootste handelspartner. Het kont toch niet dat ze elkaar zouden bevechten? Zelfs nu, honderd jaar later, zijn er geleerde academici (God behoede ons van geleerde academici!) die beweren dat de Grote Oorlog helemaal niet nodig was geweest, dat men een diplomatieke oplossing had kunnen vinden en dat de mensheid zo een hele hoop problemen had kunnen vermijden en nadien gelukkig in vrede zou hebben geleefd.

Honderd jaar na de Grote Slachtpartij is het gebruikelijk dat niet alleen onze vrienden academici, maar ook sentimentele pacifisten en burgerlijke politici oceanen krokodillentranen wenen over de “zinloosheid van de oorlog”, het onnodig verlies van mensenlevens en zo voort en zo verder. We moeten “leren uit de geschiedenis” zeggen ze ons zodat dit zich nooit meer herhaalt. Het feit dat ook vandaag nog elke dag duizenden mensen het leven laten in oorlogen schijnt hen te ontgaan. Vijf miljoen hebben er het leven gelaten in Congo. Dat toont hoe juist Hegel was als hij zegde dat de enige les die wij kunnen trekken uit de geschiedenis is dat er nooit iemand iets uit leert.

Als we de wereldpolitiek maar uit de handen konden halen van de onbekwame politici, bankiers en generaals en ze in handen geven van de geleerde dames en heren van de universiteiten! Kon de wereld maar geregeerd worden door de zacht hand van de Rede! Wat een heerlijke plaats zou ze zijn. Ongelukkig genoeg heeft heel de geschiedenis van de mensheid, ten minsten gedurende de laatste tienduizend jaar, aangetoond dat mensenzaken niet beheerst worden door de Rede. Dat werd reeds ontdekt door Hegel die, ondanks zijn idealistische vooroordelen dikwijls dicht bij de waarheid kwam. Hij schreef dat het belangen zijn en niet de Rede die het leven van de naties regeren.

 

met dank overgenomen uit het boek "De socialisten en de Grote Oorlog, van verraad tot revolutie", van André Gonsalis, Wellred Books. een uitgave van Vonk